Liquidatie (moord)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een liquidatie betreft een bepaald soort moordaanslag waarbij iemand welbewust om criminele (een 'afrekening' in het criminele milieu of een niet-crimineel die doelbewust door criminelen wordt omgebracht) of om andere (bijvoorbeeld politieke of religieuze) redenen wordt vermoord. Vaak betreft het een of meer plotseling opduikende daders die iemand snel vermoorden, snel weer vertrekken en het slachtoffer achterlaten.

Een liquidatie dient te worden onderscheiden van een executie, waarbij iemand eerst wordt gearresteerd, vervolgens berecht en na een doodvonnis ter dood wordt gebracht. Ook een illegale executie is iets anders dan een liquidatie.

Ook moet een onderscheid worden gemaakt tussen slachtoffers van liquidatie en slachtoffers van terrorisme. Wanneer een politieke en/of religieuze moordaanslag in een duidelijk terroristisch kader plaatsvindt, valt dit onder de noemer terrorisme. De moord op Theo van Gogh is een voorbeeld van een dergelijk geval, de moord op Pim Fortuyn daarentegen niet.

Voorbeelden[bewerken]

Voorbeelden van criminele liquidaties zijn de moordaanslagen op de Nederlandse drugsbaron Klaas Bruinsma en de Vlaamse veearts-keurder Karel Van Noppen.

Voorbeelden van politieke liquidaties zijn de moordaanslagen op de Waalse politicus André Cools en de Nederlandse politicus, columnist en publicist Pim Fortuyn.

Voorbeelden van religieuze liquidaties zijn islamitische vrouwen die vanwege de 'schending van de eerbaarheid' door hun eigen familieleden bewust om het leven worden gebracht als eerwraak.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Nederlanders die een gevaar vormden voor het leven van hun landgenoten en Duitsers die bijzonder gevaarlijk werden geacht, door het verzet geliquideerd, daar gevangen houden in het bezette Nederland zo goed als onmogelijk was. Dit gebeurde soms op eigen initiatief en in andere gevallen na ruggespraak met hogere instanties binnen het verzet. In Friesland was er het beruchte Friese 'veemgerecht'. Hierbij was er sprake van illegale rechtspleging, waarbij de beschuldigde tijdens een illegale rechtszitting ter dood kon worden veroordeeld. Als rechters dienden ondergedoken rechters. Voorbeelden van verzetslieden die liquidaties uitvoerden waren Hannie Schaft en Piet Roubos.

Publieke opinie[bewerken]

Elke moord is wettelijk verboden, en de dader van een liquidatie staat dus net als iedereen bloot aan vervolging. De publieke opinie is echter anders: over het algemeen is men er niet rouwig om als een crimineel door een andere crimineel vermoord wordt.

Een uitzondering gold voor de liquidaties door het verzet: de daders daarvan werden na de bezetting, ook door de overheid, vaak als helden beschouwd.

Zie ook[bewerken]