Lithiumtherapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Onder lithiumtherapie verstaan we het gebruik van het lithium ion, Li+, als medicatie. Verschillende lithiumzouten worden gebruikt als stemmingsstabilisator, vooral bij de medische behandeling van de bipolaire stoornis. Ze kunnen daarbij ingezet worden als behandeling van zowel de depressieve episode als (vooral) van de (hypo)manie.

Mogelijkheden van lithium[bewerken]

Lithium kan zowel ingezet worden als behandeling van acute manie als bij de regulering van een stemmingsstoornis op de lange termijn. Lithium heeft meer effect bij het voorkómen van manie dan van depressie. Lithiumtherapie kan suïcide voorkomen bij bepaalde patiënten met een bipolaire stoornis. [1] Bij iemand die uitsluitend aan depressies lijdt, kan lithium het effect van andere antidepressiva versterken.

Werkingsmechanisme van lithiumzouten[bewerken]

Lithiumcarbonaat (Li2CO3) en Lithiumcitraat (Li3C6H5O7) , worden zowel onder de stofnaam als onder merknamen op de markt gebracht. Lithium heeft in het centraal zenuwstelsel een wisselwerking met meerdere neurotransmitters. Uiteindelijk is het effect dat de afscheiding van noradrenaline minder wordt en de afscheiding van serotonine toeneemt. Lithium heeft geen duidelijk gedragseffect, wanneer gezonde mensen een therapeutische dosis innemen. Het is niet precies bekend hoe lithium werkt.

Geschiedenis[bewerken]

In de negentiende eeuw werd Lithium toegepast als behandeling van jicht omdat het urinezuur kon afdrijven; maar het bleek in de benodigde dosering giftig te zijn. Vanwege een verondersteld verband tussen urinezuur en manische en depressieve stoornissen, gebruikten de Deen Carl de Lange[2] en William Alexander Hammond in New York lithium sedert 1870 voor de behandeling van de bipolaire stoornis.[3] Rond het jaar 1900 raakte deze toepassing van lithium in onbruik, mogelijk omdat de industrie niet wilde investeren in een geneesmiddel waar geen patent op aangevraagd kon worden.[4] Toen de waarde van een zoutloos dieet bij bepaalde aandoeningen bekend werd, kregen patiënten lithium voorgeschreven als zoutvervanger. In 1949 stopte ook dit gebruik toen er rapporten verschenen over sterfgevallen en ernstige bijwerkingen. De bruikbaarheid van lithiumzouten voor de behandeling van manie werd in 1949 opnieuw ontdekt door de Australische psychiater John Cade. Cade ontdekte dat zijn proefdieren rustig werden van een injectie lithiumuraat. Cade stelde voor om lithiumzouten als tranquillizer te gebruiken, en had vooral succes bij manische patiënten. [5] De behandeling werd wereldwijd niet onmiddellijk geaccepteerd, omdat kleine overschrijdingen van de dosis al gevaarlijk konden zijn en men slechte ervaringen had met het gebruik als tafelzout. Langzamerhand werd Lithium een geaccepteerd middel.

Behandeling[bewerken]

Lithiumtherapie wordt vooral gebruikt bij de behandeling van manie. In het beginstadium wordt het vaak gecombineerd met antipsychotica, omdat het effect soms even op zich laat wachten. Lithium wordt ook gebruikt als middel om manische of depressieve episodes te voorkomen, bij iemand die lijdt aan een bipolaire stoornis. In uitzonderingsgevallen wordt het bij andere psychiatrische aandoeningen in stelling gebracht.

Bijwerkingen[bewerken]

  • Gevaarlijk is acute overdosering. Acute lithiumvergiftiging blijkt vooral uit trillen, onduidelijk praten, wankel lopen en verminderd bewustzijn of delier. Naast inname van een te hoge dosis kan een lithiumvergiftiging ook ontstaan door te weinig vochtopname, bijvoorbeeld extreem heet weer, hoge koorts en diarree.
  • Dorstgevoel.
  • Polyurie: Lithiumgebruikers gaan soms extreem veel drinken en plassen. Dit kan zijn door de zoute smaak en het dorstgevoel, maar kan ook veroorzaakt worden door beschadiging van de afvoerbuisjes van de nieren (renale diabetes insipidus). Het is belangrijk dit niet te laten voortduren, omdat de afwijking dan onomkeerbaar kan worden.
  • Schildklieraandoening: te langzaam werkende schildklier.

Voorzorgen[bewerken]

De kans op bijwerkingen is minder als lithium in één gift voor de nacht wordt gegeven. In Nederland wordt lithium meestal voorgeschreven en gecontroleerd door een lithiumpolikliniek. Hier wordt de lithiumspiegel gecontroleerd. Voor profylaxe (preventie) is een spiegel van 0,4 tot 0,9 mmol/l meestal voldoende. Voor behandeling wordt met hogere spiegels gewerkt, dit zal vaak klinisch gebeuren. Op een lithiumpolikliniek wordt tevens volgens protocol gecontroleerd op urinehoeveelheid, spiegels van Natrium en schildklierhormoon en nierfunctie.

Lithium plus werkgroep[bewerken]

Deze werkgroep heeft een grote rol gespeeld bij het opstellen van protocollen voor het gebruik van lithium en andere medicatie in de psychiatrie; onder meer voor clozapine en MAO-remmers. Recent is ze gefuseerd met het kenniscentrum bipolaire stoornissen.

Werkingsmechanismen[bewerken]

We weten niet precies hoe Li+ de stemming stabiliseert. Het onderzoek richt zich op drie mogelijke mechanismes. [6]

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Baldessarini RJ, Tondo L, Davis P, Pompili M, Goodwin FK, Hennen J; oktober 2006; Decreased risk of suicides and attempts during long-term lithium treatment: a meta-analytic review.;Journal of Bipolar disorders; vol 8;5-2;bladz 625–39;
  2. http://www.clinchem.org/cgi/content/abstract/40/2/309
  3. [1]
  4. Greenfield, Susan: "Brain Power: Working out the Human Mind", page 91. Element Books Limited, 1999
  5. Lithium salts in the treatment of psychotic excitement; Cade J. F. J.; Medical Journal of Australia; 1949; volume = 2 ;10; bladz 349–52; [2]
  6. Jope RS (March 1999). Anti-bipolar therapy: mechanism of action of lithium. Mol. Psychiatry 4 (2): 117–28 . PMID:10208444. DOI:10.1038/sj.mp.4000494.