Little Anthony & the Imperials

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Little Anthony & the Imperials
The Imperials in 1976
The Imperials in 1976
Achtergrondinformatie
Oorsprong Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Genre(s) Rhythm-and-blues, soul, doowop
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Little Anthony & the Imperials is een Amerikaanse zanggroep uit Los Angeles.

Bezetting[bewerken | brontekst bewerken]

  • Clarence Collins (17 maart 1939, bas, zong na ontbinding van de groep mee bij The Imperials)
  • Anthony Gourdine (8 januari 1940, leadzang)
  • Tracy Lord (1e tenor, werd in 1964 vervangen door:)
    • Sammy Strain (9 december 1940, verliet de groep in 1975 en ging naar The O'Jays)
  • Glouster Rogers (1940, bariton)
  • Ernest jr. Wright (24 augustus 1939, 2e tenor)

Bandgeschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Zanger Little Anthony (eigenlijk Anthony Gourdine) was bekend door zijn hoge kopstem, die door Jimmy Scott werd beïnvloed. Hij maakte zijn eerste plaatopnamen reeds in 1955 als lid van de formatie The Duponts, voordat hij naar The Chesters ging, die zich dan na afsluiting van een platencontract hernoemden in The Imperials. Anthony Gourdee nam in de jaren 80 religieuze liederen op en in 1989 zong hij op de achtergrond op een LP van Nancy Wilson.

Van 1958 tot 1977 kon de groep enkele chartsuccessen boeken, hoofdzakelijk in de Verenigde Staten. Het eerste succes was de doowopsong Shimmy Shimmy Ko-Ko Bop (1958), die tijdens de periode van de Britse invasie een populaire coverversie werd. In hetzelfde jaar verscheen Tears on My Pillow, dat later ook werd gecoverd door meerdere artiesten. De Australische popster Kylie Minogue had in 1990 met deze song een nummer 1-hit in het Verenigd Koninkrijk.

In tegenstelling tot veel andere zanggroepen uit deze tijd, die spoedig weer in vergetelheid raakten, konden Little Anthony & the Imperials aan hun eerste successen aanleunen. Hun grootste populariteit bereikte de groep in het midden van de jaren 60 met nummers als Goin' Out of My Head en Hurts so Bad, die allebei door veel artiesten werden vertolkt. Uit deze periode is ook I'm on the Outside (Looking In) (1964) afkomstig.

Omdat de groep niet in staat was om zich aan de wijzigingen binnen de soulmuziek aan te passen, verzwakte het succes van de groep tijdens het midden van de jaren 70. Aansluitend konden ze slechts nog spelen in casino's en zalen in Las Vegas resp. in nachtclubs voor de Mexicaans-Amerikaanse bevolking in het zuidwesten van de Verenigde Staten. Desondanks is de groep ook na 55 jaar nog steeds actief, alhoewel enkele leden van de oorspronkelijke bezetting intussen uit ouderdomsredenen niet meer erbij zijn en werden vervangen.

Onderscheidingen[bewerken | brontekst bewerken]

In 1999 werd de groep opgenomen in de Vocal Group Hall of Fame. In 2009 werden ze ook opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Discografie[bewerken | brontekst bewerken]

Singles[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1958: Tears on My Pillow
  • 1958: So Much
  • 1959: Wishful Thinking
  • 1959: A Prayer and a Juke Box
  • 1959: Shimmy, Shimmy, Ko-Ko-Bop
  • 1960: My Empty Room
  • 1964: I'm on the Outside (Looking In)
  • 1964: Goin' out of My Head
  • 1965: Hurt So Bad
  • 1965: Take Me Back
  • 1965: I Miss You So
  • 1966: Hurt
  • 1966: Better Use Your Head
  • 1966: It's Not the Same
  • 1969: Out of Sight, out of Mind
  • 1969: The Ten Commandments of Love
  • 1970: Help Me Find a Way (To Say I Love You)
  • 1977: Who’s Gonna Love Me