Lokaalspoorweg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een lokaalspoorweg is in Nederland een als zodanig aangewezen spoorweg die bestemd is voor openbaar personenvervoer met stads-, voorstads- of regionale spoorvervoerdiensten of voor goederenvervoer, en geen hoofdspoorweg is.[1] Aan lokaalspoorwegen worden minder hoge eisen gesteld dan aan de hoofdspoorwegen.

Provincies dragen zorg voor het beheer van lokaalspoorwegen.[2] Dat betekent dat ProRail niet automatisch de spoorbeheerder van een lokaalspoorweg is.

Geschiedenis[bewerken]

In 1878 werd het dankzij de Lokaalspoor- en tramwegwet mogelijk om ook spoorwegen aan te leggen waaraan minder hoge eisen worden gesteld op het gebied van beveiliging (spoorwegovergangen hoefden niet bemand te zijn) en maximale aslast. De maximumsnelheid op een lokaalspoorweg was wel lager, maximaal 30 km per uur, later 40 km/h.[3] Door de lagere eisen was de aanleg goedkoper, zodat de lokaalspoorweg een nieuwe spoorcategorie werd tussen de bestaande categorieën hoofdspoorweg en tramweg in.

Lokaalspoorwegmaatschappijen schoten na 1880 als paddenstoelen uit de grond om gebieden te ontsluiten die te dunbevolkt zijn voor de aanleg van een hoofdspoorweg. De exploitatie werd veelal overgedragen aan grote spoorwegmaatschappijen als de SS of de HSM. In de jaren dertig van de twintigste eeuw worden de meeste lokaalspoorwegen alweer gesloten omdat ze de hevige concurrentiestrijd met de bus verloren hadden. Sommige lijnen zijn omgezet in hoofdspoorwegen. Tot 2005 was vrijwel het hele Nederlandse spoorwegnet 'hoofdspoorweg' en was de verouderde lokaalspoorwegwetgeving in onbruik geraakt.

Lokaalspoorwegen verbouwd tot hoofdspoorweg[bewerken]

De meeste lokaalspoorwegen zijn opgeheven en opgebroken, vele werden in de jaren '30 van de vorige eeuw gesloten voor reizigersverkeer, maar bleven in sommige gevallen daarna nog in gebruik voor goederenvervoer. Een aantal lokaalspoorwegen werd verbouwd tot hoofdspoorweg:

Museumspoorlijnen[bewerken]

In 2005 is de oude wetgeving weer uit de kast gehaald. Een aantal hoofdspoorlijnen die eigendom zijn van museumspoorlijnen, zijn omgezet in lokaalspoorwegen om te voorkomen dat ProRail de beheerder zou worden van deze lijnen. ProRail heeft namelijk een beheerconcessie gekregen voor alle hoofdspoorwegen in Nederland en men vindt het niet de taak voor ProRail om spoorlijnen te beheren die niet meer of uitsluitend door museumlijnen gebruikt worden.

Met de komst van de Wet lokaal spoor[4] en het Besluit tot aanwijzing van lokale spoorwegen[5] is de situatie weer veranderd. Deze regels wijzigen de definitie van lokaalspoor. Nu vallen tram-, sneltram- en lightrail-, en metrolijnen onder de werking van de Wet lokaal spoor. Museumlijnen zijn 'bijzondere spoorwegen' geworden. De regels voor bijzondere spoorlijnen staan in het Besluit bijzondere spoorwegen.[6]

Literatuur[bewerken]

Algemene literatuur over (Nederlandse) locaalspoorwegen:

  • Het Locaaltreinmaterieel van de HIJSM - J.J. Karskens; in Tramnieuws, febr.-aug. 1948;
  • De locomotieven van de Nederlandse Locaalspoorwegen - ir. S. Overbosch; serie artikelen in Stoomkroniek/Railkroniek, 1987-1989.
  • Locaalspoor- en tramwegen van de HIJSM - N.J. van Wijck Jurriaanse; uitg. Wyt, 1978;

Verder o.a. fragmenten in:

  • Stoppen op Doorreis (hoofdstuk 'De Bello's'), uitg. Brill, 1971;
  • De Erfenis (de houten rijtuigen van de Nederlandse Spoorwegen, 1921-1956) - Bert Steinkamp; uitg. Uquilair, 2005.
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Locaalspoor- en Tramwegwet op Wikisource