Lorenzo da Ponte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lorenzo Da Ponte

Lorenzo Da Ponte, bekeerlingsnaam van Emanuele Conegliano (Ceneda (nu Vittorio Veneto), 10 maart 1749 - New York, 17 augustus 1838) was een Italiaans schrijver van libretti. Hij geniet vooral bekendheid door zijn samenwerking met Wolfgang Amadeus Mozart. Hij schreef de libretti voor in totaal 28 opera's van 11 componisten, waaronder 3 van de bekendste opera's van Mozart, nl. Don Giovanni, Le nozze di Figaro en Così fan tutte

Biografie[bewerken]

Emanuele werd in Ceneda bij Venetië geboren uit joodse ouders. In 1763 werd hij gedoopt in de katholieke kerk en nam hij de naam van de plaatselijke bisschop aan: Lorenzo da Ponte. Da Ponte werd in 1773 tot priester gewijd en het jaar daarop tot docent in de literatuur en de retoriek. Hij werd in 1776 vanwege zijn radicale ideeën uit Venetië verbannen.

In 1781 werd hij op aanbeveling van Antonio Salieri in Wenen als schrijver van libretti benoemd. Zijn eerste grote succes was het aanpassen van een komedie van Pierre Beaumarchais tot het libretto van de opera Le nozze di Figaro van Mozart. Daarna volgden Don Giovanni, Così fan tutte, en libretti voor andere componisten, onder wie Antonio Salieri en Vicente Martín y Soler.

In 1788, toen hij als keizerlijk dichter verbonden was aan het Burgtheater in Wenen, onderdeel uitmakend van het Italiaanse muziekgezelschap, was Oostenrijk verwikkeld in een geldverslindende oorlog met de Turken. Om extra middelen vrij te maken besloot keizer Jozef II, het Burgtheater te sluiten en het Italiaanse gezelschap te ontslaan. Alvorens het daadwerkelijk zover was, wist Da Ponte de keizer te overtuigen op zijn beslissing terug te komen, met als argument zelf voor de financiering zorg te dragen door middel van het innen van abonnements- en entreegelden van de talloze muziekliefhebbers. Om zijn dankbaarheid aan de keizer te betuigen besloot hij een opera voor het komende carnaval te schrijven, Il Pastor Fido, naar een pastoraal drama van Giovanni Battista Guarini, op muziek van Antonio Salieri. Daar al gauw bleek dat dit werk niet de potentie had een succes te worden, ging hij er onmiddellijk toe over een ander werk te schrijven, ditmaal een pasticcio, opgebouwd uit muzikale hoogtepunten van operawerken, van Gioacchino Rossini, Wolfgang Amadeus Mozart, Antonio Salieri, Domenico Cimarosa, en Nicola Antonio Zingarelli, samengevat in een vastbeproefd raamwerk, dat zijn waarde al had bewezen. De première van Da Pontes pasticcio, L'Ape Musicale in 1789, bleek inderdaad zeer succesvol en werd na Wenen in verschillende theaters opgevoerd onder meer in Triëste (1792) en New York (1825).

Na rondzwervingen in Europa en een gelukkig huwelijk vestigde hij zich in 1791 in Londen. Daar werkte hij als leraar Italiaans, als boekverkoper en als librettoschrijver, totdat hij in 1804 failliet ging.

In 1805 emigreerde hij naar de Verenigde Staten van Amerika, maar het lukte hem niet in New Jersey een winkel te beginnen. De rest van zijn leven besteedde hij aan het geven van lessen in de Italiaanse taal- en letterkunde en cultuur. In 1830 werd hij tot onbetaald hoogleraar in de Italiaanse taal en cultuur aan het Columbia College benoemd, de voorloper van de Columbia University.

Da Ponte was een van de oprichters van het Italian Opera House in New York in 1833.

In zijn niet altijd even geloofwaardige Memorie (Herinneringen) (1823-1830) beschreef Da Ponte de lotgevallen van zijn veelbewogen leven en loopbaan.

Selectieve bibliografie[bewerken]

Externe link[bewerken]