Louis Joseph Gantois

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Louis Joseph Gantois (Bergen (België), 16 februari 1787 - Brussel, 4 januari 1864) was een Nederlands kolonel der infanterie, adjudant van Willem II, lid van het Legioen van Eer, ridder in de Militaire Willems-Orde, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en bezitter van het Metalen Kruis.

Opleiding[bewerken]

Gantois trad op 17 maart 1806 als vélite bij de jagers te paard van de Garde in Franse dienst en werd op 12 februari 1809 benoemd tot tweede luitenant bij het 14de regiment dragonders.

Loopbaan[bewerken]

Gantois nam in 1806 en 1807 deel aan de veldtochten in Pruisen, waar hij gewond raakte, door twee geweerschoten in de linkerarm, tijdens de slag bij Eylau. In 1808 en 1809 vocht Gantois in Spanje, waar hij een sabelhouw in de linkerbil kreeg tijdens de affaire van Benavent, in 1809. Hij nam deel aan de veldtochten in Duitsland (1809) en Spanje en Portugal in de jaren 1810 en 1811 en werd op 12 maart 1811 bevorderd tot eerste luitenant. In 1812 en 1813 was hij aanwezig bij de gevechten in Spanje, en werd als beloning op 1 december 1813 tot kapitein benoemd. Hij nam vervolgens deel aan de strijd in Frankrijk en werd daarvoor, op 13 maart 1814, benoemd tot lid van het Legioen van Eer. Gantois verliet in maart 1815 met een eervolle demissie het Franse leger en werd op 25 maart 1815 bij het Nederlandse leger aangesteld als ritmeester bij het regiment Carabiniers. Op de 19de februari 1819 werd hij als ritmeester eerste klasse overgeplaatst bij het nieuw geformeerde regiment lanciers nr. 10. Bij dit regiment werd Gantois benoemd tot majoor (16 april 1830). Hij nam een werkzaam aandeel in de strijd tijdens de opstand in België, waar hij een kartetskogel in de borst kreeg, en voor zijn inspanningen, op 16 november 1830, benoemd werd tot ridder in de Militaire Willemsorde. Hij was vervolgens aanwezig bij de Tiendaagse Veldtocht en werd voor zijn aandeel benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Gantois werd benoemd tot luitenant-kolonel op 7 april 1835, tot commandant ad interim van het regiment lanciers nr. 10 op 22 oktober 1836 en tot commandant op 24 februari 1840. Op 8 oktober 1840 werd hij benoemd tot adjudant van Zijne Majesteit in Buitengewone Dienst, op 28 november 1840 benoemd tot kolonel en op 26 oktober 1843 gepensioneerd.

Hij is de oom van generaal Omer Ablaÿ, Jules-Gustave Ablaÿ en Narcisse Ablaÿ.

Bronnen, noten en/of referenties