Louis Reckelbus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Grafmonument voor Louis Reckelbus op de Centrale Begraafplaats van Brugge

Louis Reckelbus (Brugge, 26 maart 1864 - 18 september 1958) was een Vlaamse kunstschilder en conservator van de Brugse musea. Hij bleef vrijgezel.

Levensloop[bewerken]

Reckelbus was een zoon van politieagent Joseph Reckelbus en van kantwerkster Anne-Thérèse Pannier.

Hij was leerling van de Brugse Academie, bij Edmond Van Hove en Antoon Joostens. Hij schilderde landschappen, stadsgezichten, interieurs marines en stillevens, voornamelijk in aquarel.

In 1884 werd hij bediende bij de Posterijen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Saint-Ives in Cornwall.

Hij ontwikkelde zich vooral als kunstschilder, meer bepaald als aquarellist. Hij nam aan talrijke tentoonstellingen deel en verwierf een goede naam, zowel in Brugge als daarbuiten.

Portret van Louis Reckelbus

Zijn bescheiden beroepsactiviteit verhinderde niet dat hij reputatie verwierf als kunstenaar. Hij werd:

  • Lid van het erecomité voor de Wereldtentoonstelling in Luik (1936),
  • briefwissend lid van de Koninklijke Maatschappij voor Schone Kunsten,
  • lid van het Oudheidkundig Genootschap van Brugge,
  • lid van de Stedelijke Commissie voor Stedenschoon,
  • jurylid voor kunsttentoonstellingen in Brussel (1907, 1910, 1930), Milaan (1925), Londen (1926 en 1927), Kopenhagen (1931). Hij werd lid van de in 1894 gestichte kunstminnende vereniging Chat Noir.

Hij werd lid van de in 1894 gestichte kunstminnende vereniging Chat Noir.

In 1908 kocht hij het huis Westmeers 86. De buurt was heel bescheiden, maar het huis had allure. Kort na de aankoop legde Reckelbus er een vijftiende-eeuwse muurschilderij bloot.

In 1930 ging hij met pensioen bij de Post en werd hij aangesteld als (onbezoldigd) conservator van de Brugse Musea, al had hij daar niet de wenselijk opleiding voor. Hij bleef dit tot in 1954 en werd toen opgevolgd door de eerste beroepsconservator, Aquilin Janssens de Bisthoven.

Hij verzorgde de illustraties in het boek Ce que c'est qu'un béguinage van Hector Hoornaert (1921).

Tentoonstellingen[bewerken]

  • 1890, Brugge, Tentoonbstelling Brugse Kunstkring.
  • 1897, Brugge, eerste individuele tentoonstelling
  • 1903, Antwerpen (Kon. Maatschappij van Aanmoediging van Schone Kunsten), Tentoonstelling van waterverfschilderijen – pastels – etsen - e.a. (Hoekje van een binnenkoer in een Brugs Godshuis en Oude Burg te Brugge; beide aquarellen)
  • Er volgden circa 80 individuele of groeps-tentoonstellingen.

Musea[bewerken]

  • Brugge, Groeningemuseum
  • Diksmuide, Stedelijk Museum
  • Kortrijk, Stedelijk Museum
  • Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten
  • Namen, Stedelijk Museum
  • Musea in Engeland, Nederland, Zwitserland, Italië, Verenigde Staten en Brazilië.

Literatuur[bewerken]

  • Maurits Van Coppenolle, Louis Reckelbus, conservato van het stadsmuseum, in: Figuren uit het Brugsche, 1936.
  • A. Janssens de Bisthoven, De verzameling van Louis Reckelbus onder de hamer, in: Tijdschrift Brugge, 1963.
  • G. Michiels, De Brugse school, Brugge, 1990
  • R. De Laere, Brugse kunstenaars omstreeks de eeuwwisseling, deel 2, Brugge, 1992.
  • Lexicon van West-Vlaamse beeldende kunstenaars, deel 1, Kortrijk, 1992.
  • Bob WARNIER, Louis Reckelbus, in: Brugge die Scone, 2009.