Louis de Geer (1587-1652)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Louis de Geer (ondernemer))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Louis de Geer
Louis de Geer
(1650), David Beck, Nationalmuseum
Algemene informatie
Land Zweden, Nederland
Geboortedatum 17 november 1587
Geboorteplaats Luik
Overlijdensdatum 19 juni 1652
Overlijdensplaats Amsterdam
Werk
Beroep ondernemer, koopman, diplomaat, wapenhandelaar
Familie
Familie De Geer
Kinderen Laurens de Geer, Emanuel de Geer, Louis de Geer, Jean de Geer, Adriana de Geer, Sara de Geer
Persoonlijk
Woonplaats Zweden, Keizersgracht
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie hier bewerken.
Portaal  Portaalicoon   Vroegmoderne Tijd
Portret van koopman Louis de Geer
(1649), gravure door Jeremias Falck, Rijksmuseum Amsterdam
Het woonhuis van Louis de Geer in Stockholm

Louis de Geer (Luik, gedoopt 17 november 1587Amsterdam, 19 juni 1652) was een Waals/Nederlandse metaal- en wapenhandelaar die kanonnen leverde voor de protestantse zaak in zowel De Nederlanden (admiraliteit, VOC en WIC), Duitsland als Zweden. De Geer speelde een belangrijke rol in de opkomst van de Zweedse metaalindustrie en de deelname van Zweden in de trans-Atlantische driehoekshandel. Enkele nakomelingen van De Geer bekleedden hoge posities in zowel Zweden als Nederland.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Luik[bewerken | brontekst bewerken]

Het slot van zijn familie stond in Geer (België). Louis de Geer werd geboren in Luik, vanouds een centrum voor ijzerertswinning. Zijn exacte geboortedatum is niet bekend, maar hij werd gedoopt op 17 november 1587.

Dordrecht[bewerken | brontekst bewerken]

De Geer was nog geen tien jaar oud toen zijn vader naar Dordrecht verhuisde. Nadat zijn vader overleden was werd hij als vijftienjarige naar La Rochelle gestuurd om daar het vak van koperslager te leren. Drie jaar later, in 1605, keerde hij terug naar Dordrecht. Hij trouwde daar met Adrienne Gérard, die ook tot de plaatselijke Luikse gemeenschap behoorde.

Amsterdam[bewerken | brontekst bewerken]

Als rijke bankier en industrieel vertrok hij in 1615 naar Amsterdam. Daar voerde hij in hetzelfde jaar met toestemming van de Staten-Generaal 400 kanonnen en kogels in ten behoeve van de admiraliteiten en dreef nadien nog een uitgebreide handel in krijgsbehoeften.[1] Een dergelijke handel werd ook gedreven door zijn zwager, Elias Trip, eveneens gevestigd in Amsterdam.

Het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog in 1618 en het hervatten van de Tachtigjarige Oorlog in 1621 (die toen geen opstand meer was maar door de Spaanse erkenning van de Republiek in 1609 een oorlog tussen soevereine staten) deden de vraag naar wapens toenemen en joegen de prijzen omhoog. Al in 1618 leverde De Geer wapens aan Gustaaf II Adolf van Zweden en in 1623 had hij zich ingekocht in een Zweedse handelscompagnie (mogelijk met behulp van Jan Rutgers, eveneens afkomstig uit Dordrecht).

Zweden[bewerken | brontekst bewerken]

In 1627 emigreerde De Geer naar Zweden, voornamelijk om de lasten van de tol in de Sont te omzeilen. Louis verkreeg van de Zweedse koning het monopolie op de koper- en ijzerhandel. In Zweden introduceerde hij de Waalse hoogoven en bouwde in dat land het eerste grootschalige bedrijvencomplex op.

De Geer werkte zo goed en kwaad als het ging samen met de families Trip en De Besche. In 1634 kocht hij het Huis met de Hoofden op de Keizersgracht, inclusief de schilderijen en de bloembollen. In deze periode vormde dit huis ook een gastvrij ontmoetingspunt van vrijdenkers die in het tolerante Amsterdam een veilige haven vonden. Zowel vader Louis als oudste zoon Laurens de Geer ondersteunden studie en publicaties van dissidente schrijvers en filosofen. Zo realiseerden zij in hun huis een veelzijdige bibliotheek, onder meer ten behoeve van het werk van Comenius. De Geer's echtgenote stierf na de geboorte van het zestiende kind. In 1638 leidde hij Karel X Gustaaf van Zweden in Amsterdam rond.

In 1640 trok De Geer opnieuw naar Zweden en werd daar een jaar later in de adelstand verheven. Deze titel stelde hem in staat driekwart van de gepachte landerijen te kopen. Zo werd hij Heer van Österby, etc. in Uppland, een mijnbouwgebied ten noorden van Stockholm.

Afrika Compagnie[bewerken | brontekst bewerken]

In opdracht van Axel Oxenstierna reisde De Geer naar Amsterdam om steun te verwerven voor een Zweedse oorlog tegen Denemarken. In 1644 leverde hij een complete marine, 32 schepen met zeelieden, wapentuig en officieren, waarmee het Deense Fehmarn door de Zweden kon worden bezet. De Geer bekostigde een deel van deze expeditie. Ook Denemarken kocht wapens, schepen en manschappen in de Republiek. In 1646, een jaar na het einde van de oorlog, organiseerde De Geer een Zweedse handelsexpeditie naar Afrika. Deze expeditie keerde terug met suiker, goud, ivoor en tot slaaf gemaakte Afrikanen, die aan de Goudkust waren gekocht. De Geer schonk vier slaven aan Oxenstierna.

Nadat zijn monopolie op de Zweedse koperhandel in 1648 afliep, richtte De Geer de Zweedse Afrika Compagnie op. Dit leidde tot verontwaardiging in Amsterdam, een rel. De compagnie had tot doel zich te begeven in dezelfde, lucratieve driehoekshandel als de Amsterdamse WIC. Zij handelde in plaatkoper, ijzer, goud, ivoor, slaven, tabak, suiker, zilver en zout. Zweden stortte zich hiermee voor het eerst in de trans-Atlantische slavenhandel. In 1650 veroverde de slavenhandelaar Hendrik Carloff namens de Afrika Compagnie een deel van de Goudkust, de zg. Zweedse Goudkust, ten einde handel te drijven met plaatselijke Afrikaanse koninkrijken.

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

In 1652 werd De Geer ziek tijdens een reis naar Zweden, en keerde terug naar Amsterdam, waar hij overleed. Hij werd begraven in het familiegraf in de Augustijnenkerk te Dordrecht. Tien jaar na zijn dood kwam er ook een einde aan de suprematie van het Hollandse kapitaal in de Zweedse mijnbouw en metaalindustrie.[2]

Nageslacht en erfenis[bewerken | brontekst bewerken]

  • Het adellijke geslacht De Geer was vooraanstaand in zowel Nederland als Zweden. Louis De Geer was een zwager van Pieter Corneliszoon Hooft en Jacob en Elias Trip.
  • Zoon Laurens de Geer was in 1657 betrokken bij de slavenhandel van Guinee op Curaçao, samen met Philip van Hulten.[3]
  • Twee afstammelingen van Louis De Geer waren premier van Zweden. Eén nazaat werd premier van Nederland. TV-programmamaker Ursul de Geer is ook een afstammeling.
  • De Zweedse kunstenaar Carl Johan De Geer, een directe nazaat, organiseerde in 2014 een tentoonstelling over Louis De Geer in de Zweedse stad Norrköping, getiteld "Reflections on the barbaric 17th century". De tentoonstelling richtte zich met name op zijn betrokkenheid bij de Zweedse industrie en slavenhandel. De kunstenaar kreeg hierop een telefoontje van een Braziliaanse man met de achternaam De Geer wiens voorouders tot slaaf waren gemaakt en door de Zweedse Afrika Compagnie naar Brazilië waren getransporteerd. In reactie daarop vervaardigde de kunstenaar een miniatuurmodel van Fort Carolusborg in het huidige Ghana dat door de compagnie was gebouwd.[4]
  • In Zweden bewoonde de familie De Geer het kasteel te Finspång.
  • De Geer's woonhuis in Stockholm is tegenwoordig de Nederlandse ambassade.
  • De bibliotheek van De Geer is nog intact en bevindt zich in Norrköping.[5]
Zie de categorie Louis De Geer van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.