Louise van Pruisen (1770-1836)
| Louise van Pruisen | ||
|---|---|---|
Louise van Pruisen, geportretteerd door Élisabeth Vigée-Le Brun.
| ||
| Algemene informatie | ||
| Geboren | 24 mei 1770 Berlijn (Pruisen) | |
| Overleden | 7 december 1836 Berlijn (Pruisen) | |
| Familie | ||
| Partner | Antoni Radziwiłł | |
| Kinderen | Wilhelm, Louise, Ferdynand, Elisa, Bogusław, Władisław en Wanda Radziwiłł | |
Louise van Pruisen (Berlijn, 24 mei 1770 – aldaar, 7 december 1836) was een prinses uit het Huis Hohenzollern. Ze was een nicht van koning Frederik II van Pruisen en was de dochter van Ferdinand van Pruisen en Louise van Brandenburg-Schwedt. Louise was getrouwd met de Poolse prins Antoni Radziwiłł.
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]Louise werd geboren op 24 mei 1770 in het Ordenspaleis in Berlijn als de dochter van prins Ferdinand van Pruisen en Louise van Brandenburg-Schwedt. Mogelijk is haar biologische vader graaf Friedrich Wilhelm Carl von Schmettau. Aangezien ze een nicht was van Frederik de Grote werd er veel gesproken over mogelijke huwelijkskandidaten voor Louise. Een van die kandidaten was Maximiliaan Jozef van Beieren, maar uiteindelijk ging een huwelijk tussen hen niet door omdat ze te jong was voor Maximiliaan Jozef. Ook Frederik van York behoorde tot mogelijke huwelijkskandidaten.
In april 1795 reisde Michał Hieronim Radziwiłł samen met zijn vrouw en zoon Antoni uit Polen af naar Berlijn. Louise en Antoni leerde elkaar kennen en weldra kregen zij het plan om met elkaar te trouwen. Verschillende familieleden waren voorstander van het huwelijk, maar Louises moeder was tegenstander hiervan. Toch gaven haar ouders uiteindelijk toestemming voor het huwelijk. In 1796 huwde ze met Antoni Radziwill en had met hem een gelukkig huwelijk.
Ze kwamen te wonen Radziwiłłpaleis in Berlijn en de soirees en banketten die Louise en haar echtgenote organiseerden kwamen beter bekend te staan dan dat van het Pruisische hof. In het paleis organiseerde ze tussen 1796 en 1815 een salon, waarin ze talrijke kunstenaars en geleerden ontving.
Na de Slag bij Jena vluchtten ze samen met het Pruisische hof naar Koningsbergen. Hier behoorde ze samen met koningin Louise en prinses Marie Anne tot de anti-Franse factie aan het hof. Ze was goed bevriend met de Pruisische staatsman Heinrich Friedrich Karl vom und zum Stein en speelde een belangrijke rol bij zijn nieuwe benoeming in de Pruisische regering.
In 1815 werd Antoni aangesteld tot gouverneur van het Groothertogdom Posen. In het groothertogdom richtte Louise gaarkeukens voor de armen op en het Instituut voor Elisabethinnen. Ze overleed op 7 december 1836 aan een longembolie.
Nageslacht
[bewerken | brontekst bewerken]Louise van Pruisen werd moeder van zeven kinderen:
- Wilhelm (1797-1870), Pruisisch generaal en gehuwd met Helena Radziwiłł en later met Mathilde von Clary und Aldringen.
- Ferdynant (1798-1827)
- Elisa (1803-1834)
- Bogusław (1809-1873), Pruisisch militair officier en gehuwd met Leontine Gabrielle von Clary und Aldringen.
- Władysław (1811-1831)
- Wanda (1813-1845), gehuwd met Adam Konstanty Czartoryski.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Princess Louise of Prussia (1770–1836) op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Luise von Preußen (1770–1836) op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.