Lusitania (schip, 1907)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Lusitania (schip))
Ga naar: navigatie, zoeken
Britse koopvaardijvlag
Lusitania
Lusitania 1907.jpg
Geschiedenis
Werf John Brown & Company, Clydebank, Schotland
Kiellegging 16 juni 1904
Tewaterlating 6 juni 1906
Gedoopt Mary, Lady Inverclyde
In de vaart genomen 7 september 1907
Status Getorpedeerd door Duitse U-20 7 mei 1915
Thuishaven Liverpool
Eigenaren
Eigenaar Cunard Line
Algemene kenmerken
Type Royal Mail Steamer
1913 Hulpkruiser
Lengte 239,8 meter
Breedte 26,7 meter
Deplacement 44.060 longton
Laadvermogen 31.550 brt
Passagiers Passagiers 1ste klas:552

Passagiers 2de klas:460
Passagiers 3de klas:1186

Voortstuwing en vermogen 68.000 pk (stoomturbines voor de 4 schroeven)
Vaart 25 knopen (ca. 45,8 km/u)
Bemanning 850
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De RMS Lusitania was een oceaanstomer van de Cunard Line. Het was gedurende korte tijd het grootste en snelste passagiersschip ter wereld, tot het overtroffen werd door zijn zusterschip de RMS Mauretania.

Het schip raakte vooral bekend doordat het tijdens de Eerste Wereldoorlog zonder waarschuwing werd getorpedeerd door een Duitse onderzeeër, wat leidde tot verslechterde relaties tussen Duitsland en de (toen nog) neutrale Verenigde Staten.


Geschiedenis[bewerken]

Groot-Brittannië besloot in 1902 tot de bouw van de Lusitania. Het schip moest een snelheid van 24,5 knopen kunnen halen en geschikt zijn voor het gebruik van kanonnen. Een deel van de toekomstige bemanning zou bestaan uit reserveofficieren van de Britse marine. De Amerikaanse scheepsmagnaat en bankier John Pierpont Morgan, die Cunard Line wilde overnemen, kreeg van de Britse overheid te horen dat de Lusitania staatseigendom was, en bij een overname van het bedrijf dus niet aan hem zou toebehoren. In juli 1903 werd de bouw officieel gestart.

De reder kreeg op 19 februari 1913 opdracht de Lusitania binnen te halen en wijzigingen aan te brengen die haar meer geschikt zouden maken als hulpkruiser. Zes van haar ketels werden buiten gebruik gesteld en een deel van de stuuraccommodatie werd verwijderd om haar laadruim te vergroten. In september 1914 vernam de rederij dat de Lusitania voor het vervoer moest zorgen van 'admiraliteitsgoederen' tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, dus voor het vervoer van wapens, munitie en legergoederen.

Ondergang[bewerken]

De Lusitania zinkt

Op 7 mei 1915 werd het schip tijdens een reis van New York City naar Liverpool door de Duitsers tot zinken gebracht in de Atlantische Oceaan, voor de kust van Kinsale, tijdens de duikbotenoorlog. De Duitse onderzeeër U 20 had met een torpedo een gat geschoten in de stuurboordboeg van de Lusitania; kort daarop volgde nog een explosie. Het schip zonk in slechts 18 minuten. Daardoor konden slechts een beperkt aantal sloepen tijdig te water worden gelaten en wat fataal werd voor de meeste passagiers en bemanningsleden.

Volgens de meest waarschijnlijke gegeven kwamen 1.198 van de 1.962 opvarenden om het leven, waaronder 128 Amerikaanse staatsburgers.

Onder de slachtoffers bevond zich Marie Picard, de echtgenote van de befaamde Belgische chirurg Antoine Depage, die tijdens de oorlog de leiding had van het militair hospitaal in De Panne. Ze was in de Verenigde Staten geweest om geld en materiaal in te zamelen voor het hospitaal.

Gevolgen van de ramp[bewerken]

De aanval op de Lusitania leidde tot hevige reacties in de Verenigde Staten. Een deel van de Amerikaanse pers riep op tot oorlog tegen Duitsland. De geallieerden wakkerden deze stemming uiteraard aan. De Amerikaanse president Wilson wilde niet zover gaan, maar eiste wel dat Duitsland zich zou verontschuldigen, schadevergoeding zou betalen aan de Amerikaanse slachtoffers; en bovendien zou beloven dat zoiets nooit in de toekomst zou gebeuren.

Duitsland verdedigde zich met er op te wijzen dat de Lusitania een hulpkruiser van de Britse marine was en dat het in eerdere reizen wapens, munitie en troepen had vervoerd. Bovendien had de Duitse ambassade de passagiers in de Verenigde Staten gewaarschuwd dat het schip zich in een oorlogszone zou begeven, waar Britse schepen konden worden aangevallen. Ook droeg het schip in de oorlogszone geen vlag, wat strijdig was met het oorlogsrecht.

Volgens het oorspronkelijke manifest bestond de lading uit 1248 kisten met elk vier shrapnelgranaten, bestemd voor de Britse pounder-snelvuurkanonnen die gebruikt worden bij de rijdende veldartillerie. Er waren ook kisten munitie, munitie-onderdelen en explosieven aan boord voor het Britse leger.[1]

Om de VS te bedaren besliste Duitsland op 9 september 1915 zijn duikbotenoorlog te beperken. Zo zouden passagiersschepen niet meer worden aangevallen.

Daarna verbeterden de Duits-Amerikaanse betrekkingen weer, maar de zaak had tot een anti-Duitse stemming in de Amerikaanse publieke opinie geleid. Toen Duitsland begin 1917 toch weer overschakelde op een onbeperkte duikbotenoorlog, zou het toch in oorlog met de Verenigde Staten geraken.

Wrakduiken[bewerken]

In de jaren 60 dook de duiker John Light naar het wrak. Met zijn primitieve duikuitrusting kon hij maar een paar minuten beneden blijven en zo geen heldere blik op het wrak werpen. Hij sprak over een groot gat dichtbij de plek waar de torpedo insloeg en dacht dat de munitie die het schip vervoerde was ontploft toen het schip zonk.

In 1993 dook Robert Ballard naar het schip om het geval nader te onderzoeken. Hij dook naar de circa 100 meter diep liggende Lusitania en zag dat er zeer veel kolengruis op de bodem lag. Hij veronderstelde, dat de torpedo één van de kolenbunkers langs weerszijden van de romp opengescheurd had en een ontploffing veroorzaakt had in het zeer explosieve kolengruis. Die ontploffing zou mogelijk weer een andere bunker hebben doen openscheuren en op die manier een kettingreactie in werking hebben gezet. Zo kon de Lusitania zinken terwijl er maar één torpedo op afgeschoten was.

In september 2008 werd definitief aangetoond dat de Lusitania wel degelijk munitie vervoerde toen een expeditie onder leiding van de Ierse duiker Eoin McGarry een grote hoeveelheid munitie aantrof in het wrak.[2]

Zeitgeist[bewerken]

In de documentaire Zeitgeist wordt geopperd dat de Verenigde Staten opzettelijk dit schip in Duitse vaarwateren stuurde, zodat het getorpedeerd kon worden door de Duitsers. Na deze gebeurtenis hadden de Amerikanen plots een excuus om toch betrokken te worden bij de oorlog, waar ze eerst neutraal tegenover stonden. Echter kan dit niet met feiten worden aangetoond.

Zie ook[bewerken]