Lutjebroek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lutjebroek
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Lutjebroek
Lutjebroek
Situering
Provincie Noord-Holland
Gemeente Stede Broec
Coördinaten 52° 42′ NB, 5° 12′ OL
Algemeen
Inwoners (2009) 2170
Detailkaart
Kaart met Lutjebroek, Grootebroek, circa 1870
Kaart met Lutjebroek, Grootebroek, circa 1870
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Lutjebroek is een dorp in de gemeente Stede Broec, in de regio West-Friesland, in de provincie Noord-Holland.

Lutjebroek is een landelijk bekende naam als metafoor voor een gehucht in de polder en als een algemene omschrijving van een kleine plaats zonder enig belang. Hierdoor denken ook veel mensen dat de plaats niet echt bestaat of een oude, verdwenen plaats is. Toch wonen er iets meer dan 2000 mensen in Lutjebroek.

Geografie[bewerken]

Lutjebroek hoorde tot 1 januari 1979 bij de gemeente Grootebroek. Daarna werd die gemeente met Bovenkarspel samengevoegd tot Stede Broec. De Horn was vroeger een buurtschap in een overwegend nat natuurgebied (broek).

In het begin van de 20ste eeuw werden tussen de Horn en Lutjebroek straten aangelegd, waardoor de Horn volledig onderdeel uit is gaan maken van het dorp Lutjebroek. Tijdens die aanleg zijn een aantal vaartjes en sloten bewaard gebleven, omdat indertijd deze van belang waren voor het transport van de tuinbouwproducten. Deze functie is verloren gegaan, maar er is daardoor nog steeds her en der een pittoresk beeld overgebleven. Met de schuit kan men vanaf het park De Woid onder de hoofdstraat van Lutjebroek door naar de Horn. Verder kan men daar meerdere routes nemen om naar de buiten het dorp gelegen De Weelen te varen, een overblijfsel van het oude natuurgebied. In De Weelen bevindt zich ook de Lutjebroekerweel, een grote waterplas.

Lutjebroek kent twee kerken en twee cafés, waarvan het café, restaurant De Paus het bekendste is. De naam geeft al aan dat de regio van oudsher een grote katholieke enclave is. Na een herinrichting van het enige kruispunt in het dorp, de P.J. Jongstraat met de Rozenstraat en de Begonialaan, heeft de gemeente een soort plein gecreëerd dat de naam Beursplein draagt. De naam "Beursplein" is een verwijzing naar het gebruik van het pleintje: men pleegt daar in de loop van de dag bij elkaar te komen om wat met elkaar te praten (te beurzen). Een van de hoeken was vroeger de fietsenstalling en plein van de voormalige middelbare school. Aan de andere kant van het plein is het dorpshuis en Verenigingsgebouw De Wurf gevestigd.

Lutjebroek had vroeger ook een dependance van het ziekenhuis St. Jans Gasthuis, dat zelf in Hoorn was gevestigd. Bij het bijgebouw van het ziekenhuis behoorde ook het Nicolaas Verpleeghuis. Er hebben in Lutjebroek ook enige tijd nonnen gewoond van de orde der Augustinessen; deze woonden in een woonblok in de nieuwbouw achter de Sint-Nicolaaskerk, dat uiteraard het Zusterhuis werd genoemd. De huidige bewoners van het Zusterhuis komen vooral uit Polen, deze Polen vinden in De Streek veelal seizoensgebonden werk of schoonmaakwerk.

Vanwege de sterke groei van omliggende dorpen en het dorp zelf bevinden zich in Lutjebroek nog vrij veel winkels aan de hoofdstraat zoals een warme bakker en een slager. De groei kon echter niet voorkomen dat de kleine bioscoop van het dorp moest sluiten. De bioscoop was gevestigd op de P.J. Jongstraat en werd geopend in 1950 maar moest na 20 jaar, in 1970, de deuren sluiten.

Geschiedenis[bewerken]

Voorgevel van winkel met houten voorschot

De geschiedenis van Lutjebroek is in den beginne erg gekoppeld aan die van het naastgelegen Grootebroek. De namen Lutjebroek en Grootebroek wijzen op de grootte van de kernen en het grondgebied van de twee delen in een broek. Broek verwijst hier naar het moerasachtig gebied. De bewoning ligt van oorsprong op de zandrug die door het moerasachtig gebied ligt. Daar waar Lutje verwijst naar het kleinere moerasachtig gebied verwijst Groote naar het grotere.

Nog ver voordat deze benamingen voor de plaatsen opdoken werden de zandheuvels al bewoond. In Grootebroek werden drie grafheuvels uit de bronstijd gevonden. De benaming Lutjebroek komt voor het eerst voor omstreeks 1245 als Litterabroek, 15 jaar later komt de spelling Luttekebroec voor, wat waarschijnlijk ook dichter ligt bij de oorspronkelijke naam in het Westfries, Luttekebroek of Littekebroek (waarbij de i meer als u wordt uitgesproken). Later zou het verbasteren van de meer gemengde uitspraak Lutke Brouck naar Lutjebroek.

In 1402 voegden Lutjebroek en Horn zich bij de dorpen Grootebroek en Bovenkarspel, die gezamenlijk stadsrechten hadden gekregen (zie stede Grootebroek).

In 1763 kende Lutjebroek een grote brand. Rond 5 uur in de middag op 11 maart 1763 ontstond er een felle brand in een broodbakkerij. De brand breidde zich echter door een sterke oostenwind snel uit over het dorp. Er werden 47 huizen in de as gelegd. Ook was het merendeel van de goederen van die huizen verloren gegaan. Er werd met een collecte, die op 11, 12 en 13 april van dat jaar werd gehouden, 3958 gulden opgehaald voor de wederopbouw van de huizen, wat toen vrij veel geld was.

In de periode dat de bestuurlijke eenheid van de gezamenlijke dorpen in 1807 uiteenviel in diverse gemeenten, verviel Lutjebroek, dat samen met Grootebroek de gemeente Grootebroek vormde, langzaam in armoede. Na 1825 werd dit erger. Dit kwam deels doordat de inkomsten voor de inwoners van de gemeente vooral moesten komen van aardappelen; door ziekte in aardappels en de slechte kwaliteit van de soorten die op dat moment werden gekweekt waren deze uit de gratie geraakt. De aardappels werden vooral door armen gegeten en als veevoer gebruikt. De oppervlakte die voor de teelt kon worden gebruikt in de gemeente wisselde ook te veel voor een stabiel inkomen en men had moeite met de distributie buiten De Streek zelf.

Pas toen in 1885 de spoorlijn tussen Zaandam en Enkhuizen gereed was, kwam daar verandering in en bloeide langzaam de tuinbouw op, vooral na de oprichting van veiling "de Tuinbouw". Zo ging de levensstandaard van de bewoners ook flink omhoog. Een goede indicatie ervan is de oprichting van diverse coöperatieve banken in het begin van de twintigste eeuw. De huidige Rabobank Westfriesland-Oost is daar na diverse fusies van banken het overblijfsel van.

De groei van de gemeente Grootebroek werd gestuit door de slechte economie van de jaren dertig van de twintigste eeuw en de daarop volgende Tweede Wereldoorlog. Na die oorlog bloeide de gemeente langzaam weer op, maar de echte bloei kwam toen de gemeente samen met de gemeenten Hoogkarspel en Bovenkarspel als (tijdelijke) groeikern werd aangeduid om de bevolking uit de Randstad op te vangen. Tijdens de gemeentelijke herindeling aan het eind van de jaren zeventig werd besloten de gemeenten Grootebroek en Bovenkarspel samen te voegen; zo ontstond de huidige gemeente Stede Broec.

Ook Lutjebroek groeide, maar het is wel altijd een dorp gebleven tussen steeds meer verstedelijkende bebouwing. Dit werd mede veroorzaakt doordat Lutjebroek in de jaren negentig van de twintigste eeuw, toen Stede Broec opnieuw was aangewezen als groeikern, niet zoveel groeide als de andere kernen in de gemeente. Slechts twee echte stukken nieuwbouw zijn er sindsdien bij gekomen, het laatste stuk precies tegenover De Woid.

De Zouaven[bewerken]

Lutjebroek is ook bekend van de Pauselijke Zoeaven. Toen halverwege de 19e eeuw tijdens de Risorgimento de bevolking van Italië begon aan de politieke eenwording, bedreigde dit de Kerkelijke Staat. Paus Pius IX riep toen alle katholieke jongemannen in de wereld op om zich aan te melden voor het Zoeavenleger. In Nederland werd hier massaal op gereageerd. Ruim 3000 jongeren sloten zich hierbij aan. Daarvan kwamen er 24 uit Stede Broek.

Een van de bekendste personen uit het Zoeavenleger was de in Lutjebroek geboren Pieter Janszoon Jong. Hij is befaamd geworden door de slag bij de hooggelegen vestingstad Monte Libretti, 'De reus uit Lutjebroek', zoals hij ook wel genoemd wordt, wist naar verluidt in zijn eentje een aantal roodhemden tegen te houden. Hierdoor konden zijn makkers zich hergroeperen en zo wisten de Zoeaven, zo'n 87 man sterk, de troepen van Giuseppe Garibaldi, die aanwezig waren met zo'n 1200 man, de stad uit te jagen. Pieter Janszoon Jong zou 14 man de hersens hebben ingeslagen met de kolf van zijn geweer alvorens hij zelf gedood werd.

In zijn geboorteplaats wordt Pieter Janszoon Jong nog steeds geëerd, zo is zijn beeld in de gevel van de RK-kerk ingemetseld en is de hoofdstraat naar hem vernoemd, de P.J. Jongstraat. Ook De Zoeaven zelf worden geëerd, zo is de in 1931 opgerichte voetbalclub uit het dorp, VV De Zouaven, genoemd naar hen. De kapelaan van de RK-kerk had toen graag gezien dat deze vernoemd zou worden naar Pieter Janszoon Jong zelf, zoals hij dat 6 jaar daarvoor ook bij de gymnastiekvereniging had geprobeerd. De ploeg voetbalt in de kleuren die het tenue van Pieter Janszoon Jong ook had, namelijk grijs met rood.

Sport[bewerken]

VV De Zouaven[bewerken]

Lutjebroek kent een eigen voetbalvereniging Voetbalvereniging De Zouaven met 900 spelende leden. De Zouaven, zo genoemd vanwege de Lutjebroeker Pieter Janszoon Jong die als zoeaaf in het pauselijke leger sneuvelde. De vereniging werd in 1931 opgericht. Het voetbalveld lag jaren lang achter de grote kerk, midden in het dorp. Omdat ter plekke geen uitbreiding mogelijk was voor de groeiende vereniging en de voetbalvereniging van Grootebroek opgeheven werd, kregen 'De Zouaven' er een accommodatie bij net over de dorpsgrens in Grootebroek.

ZVV Lutjebroek[bewerken]

Lutjebroek heeft een zaalvoetbalvereniging opgericht in 1982: ZVV Lutjebroek/de Paus. Het eerste team heeft lang in de landelijke 1e divisie gespeeld maar speelt tegenwoordig in de regio. Verder zijn er nog heren, dames en junioren teams.

Progym[bewerken]

Begin jaren zeventig is de turnvereniging Progym opgericht, en is nu nog steeds gevestigd in Gymzaal De Horn.

Kunst en Cultuur[bewerken]

In 1912 is harmonie St. Caecilia opgericht, welke op 12 februari 2012 haar 100-jarig bestaan vierde.

Lutjebroek kent een toneelvereniging genaamd 'Vondel'.

In de voormalig Nederlands Hervormde kerk "Bessie" (schuin tegenover Café de Paus) is het Cultureel Centrum Bessie gevestigd, waar onder andere Schilderskring Bessie (opgericht in 1991) bijeenkomt en exposeert.

In De Paus wordt ieder jaar rond april het popfestival Taaipop gehouden tezamen met de Grote Prijs van Lutjebroek waar onbekende en bekende muzikanten en groepen optreden.

Bij feesten zoals jubilea en trouwerijen wordt regelmatig het Lutjebroeker drinklied aangeheven.

In 1968 had Trea Dobbs een klein hitje met het lied Was jij maar in Lutjebroek gebleven.

Geboren[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]