Lutterade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lutterade (Geleen-Centrum)
Wijk van Geleen
Map - NL - Sittard-Geleen - Wijk 05 Geleen - Buurt 01 Geleen-Centrum.svg
Kerngegevens
Gemeente Sittard-Geleen
Plaats Geleen
Coördinaten 50° 59′ NB, 5° 49′ OL
Oppervlakte ha  
Inwoners (2014) 4335 [1]
Overig
Postcode(s) 6161
Foto's
Voorm. Raadhuis en Wilhelminamonument op de Markt
Voorm. Raadhuis en Wilhelminamonument op de Markt
Augustinuskerk in Lutterade.

Lutterade is een wijk van de voormalige Nederlands-Limburgse gemeente Geleen, die op haar beurt sinds 2001 behoort tot de gemeente Sittard-Geleen. De naam Lutterade betekent kleine rade; een rade is een ontginning van een bos. De wijk is ontstaan uit de voormalige buurtschap Lutterade, die samen met de andere buurtschappen Krawinkel, Oud-Geleen, Spaans Neerbeek en Daniken de gemeente Geleen vormde. Sinds 1840 maakte Lutterade deel uit van de kerkparochie Lutterade-Krawinkel.

Lutterade is gelegen ten zuiden van Sittard aan de spoorlijn Sittard-Maastricht. In het centrum ligt het Station Geleen-Lutterade.

Geschiedenis[bewerken]

In de 18e en 19e eeuw was Lutterade een agrarisch dorp met de daarbij behorende kleine industrie, zoals leerlooierijen, spijkerindustrie, smidsen enz. De komst van de Staatsmijn Maurits, die in 1926 in gebruik werd genomen en later uitgroeide tot de grootste mijn in Europa, heeft verregaande gevolgen gehad voor Lutterade. Op haar hoogtepunt leverde de mijn werk aan ca. 16.000 mijnwerkers en nevenberoepen. Een deel van het oude dorp en de parochiekerk moesten wijken voor de mijn en de open ruimten tussen de diverse buurtschappen Lutterade, Krawinkel en Oud-Geleen werden geheel opgevuld met woningbouw ten behoeve van de arbeiders, die van heinde en verre kwamen om in de mijn te werken en later in de Chemische Industrie van DSM. Geleen groeide in ijltempo uit tot een middelgrote stad en Lutterade werd het centrum van de gemeente.

De Mijn Maurits[bewerken]

In de mijn werd zogenaamde vetkool ontgonnen, die uitermate geschikt was voor verwerking tot lichtgas, teer en cokes en als diende grondstof voor chemische industrie. De cokesfabrieken konden een groot deel van Nederland voorzien van gas voor huishoudelijk gebruik. Hiervoor werd te Krawinkel de grootste gashouder van Europa gebouwd. In het begin van de 1930-er jaren begon de ontwikkeling van de Chemische bedrijven door de Staatsmijnen in Limburg, de latere multinational DSM. Het eerst ontstond het SBB (Stikstof Bindingsbedrijf) voor de productie van kunstmest en nylons, later werd de locatie uitgebreid met een Centraal Laboratorium, de Groep Organische Producten en de Locatie Kunststoffen te Beek. Deze laatste bedrijven werden in 2007 verkocht aan het Saoedi-Arabische bedrijf Sabic. Bij haar 100-jarig bestaan in 2002 kreeg DSM het predicaat Koninklijk. Het industriecomplex bij Geleen en Beek heet tegenwoordig Chemelot.

Toen in 1965 door de Minister van Economische Zaken Joop den Uyl namens de Nederlandse regering bekend werd gemaakt dat de Staatsmijn Maurits zou worden gesloten, had dat voor de jonge gemeente Geleen enorme nadelige gevolgen. De voorheen zo stormachtige ontwikkeling van de gemeente stokte enorm. De Maurits werd in 1967 gesloten, de schachten werden gedempt en een aantal industriële gebouwen vervolgens gesloopt.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd op 5 oktober 1942 abusievelijk een deel van Lutterade door de Engelsen gebombardeerd. Uit Britse archieven blijkt dat het eigenlijke doelwit voor RAF Bomber Command in de nacht van 5-6 oktober 1942 Aken is geweest. Door de slechte weersomstandigheden werd echter niet Aken maar vooral Lutterade gemarkeerd door lichtkogels. Een groot deel van de bomladingen viel dan ook geheel onverwacht boven Lutterade naar beneden. Bij dit bombardement kwamen 83 mensen om het leven en werden veel huizen en winkelpanden, voornamelijk in de wijk Lutterade, volledig verwoest.

Sport[bewerken]

In de hoogtijdagen van de mijnindustrie bloeide ook een intensief sportleven op, gestimuleerd door het staatsbedrijf. De amateurvoetbalclub SV Maurits, genoemd naar de mijn en groot gemaakt door de mijnwerkers, maakte landelijk furore samen met andere amateurclubs uit de mijnregio's. In 1950 werd meegestreden in een competitie om het landskampioenschap tussen de diverse Nederlandse districtskampioenen. Maurits werd derde na Limburgia en Blauw Wit. In het centrum van Lutterade werd het voor die tijd moderne Mauritsstadion gebouwd voor en door mijnwerkers die 's zondags naar hun favoriete club konden gaan kijken.

Het kon niet lang uitblijven of de roep naar betaald voetbal had tot gevolg dat een echte profclub werd opgericht. Promotor werd Gied Joosten die de eerste Nederlandse profclub Fortuna '54 oprichtte en die in het Mauritsstadion haar thuiswedstrijden ging spelen. Na het sluiten van de mijn gingen echter ook de aspiraties van Fortuna '54 teloor en werd de club door financiële perikelen gedwongen tot fusie met Sittardia, een andere profclub uit het naburige Sittard. Zo ontstond de Fortuna Sittardia Combinatie (FSC, later hernoemd tot Fortuna Sittard). De club bouwde een nieuw stadion in Sittard en het stadion in Geleen werd niet veel later gesloopt, het vrijgekomen terrein werd bestemd voor woningbouw. In de nabijheid van de locatie van het voormalige stadion staat een herinneringsplaquette voor zowel SV Maurits als ook voor Fortuna '54.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Door de mijnbouw zijn veel bijzondere gebouwen, vooral oude boerenhoeven, verdwenen. Van de weinige historische gebouwen die resteren is het Drossaerdhuis aan de Geenstraat vermeldenswaard. Van de voormalige Staatsmijn Maurits zijn het hoofdgebouw en een watertoren overgebleven en als monument aangeduid.

Een bijzonder bouwwerk is de in 1931 geopende Julianatunnel onder de spoorlijn Sittard-Maastricht. De tunnel werd gebouwd om de bereikbaarheid van de Mijn Maurits voor de mijnwerkers te verbeteren en het spoor te ontlasten.

Een opmerkelijke gedenksteen staat in de Geenstraat ter nagedachtenis aan Zr. Aloysia Löwenfels (geboren op 5 juli 1915 te Trabelsdorf) die woonachtig en werkzaam was bij de Arme Dienstmaagden van Jezus Christus te Lutterade. Omdat zij joods was, was ze nog voor de aanvang van de oorlog vanuit Duitsland uitgeweken en ondergedoken bij de katholieke zusters in Lutterade. Hier werd ze ontdekt of verraden en door de Gestapo op transport gesteld naar Westerbork. Op 9 augustus 1942 is zij in Auschwitz overleden.

In 1858 werd er 14.000 gulden door de raad bijgedragen voor de bouw van een kerk in Lutterade-Krawinkel. Eerst werd er een noodkerk ingericht, en in 1862 kon worden begonnen met de bouw. De architect was Carl Weber. In 1907 werd de stompe torenspits vervangen door een hoge ingesnoerde zeshoekige vorm. Deze kerk werd in 1937 gesloopt. In 1934 werd de huidige Augustinuskerk gebouwd naar ontwerp van Jos Cuypers en zoon Pierre Cuypers jr.. In de kerk, die van 2005-2006 is gerestaureerd, is een monumentaal kerkorgel aanwezig gebouwd door Vermeersch.