Maasstroom (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cacaoveld op plantage de Maasstroom

Maasstroom is een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage ligt links bij het opvaren, stroomafwaarts naast plantage Johannesburg en stroomopwaarts naast plantage Berlijn.

Matheus Sigismundus Pallak[bewerken]

De plantage werd aangelegd door Matheus Sigismundus Pallak die al in 1730 in Suriname was aangekomen. Pallak was in 1709 geboren als zoon van Johan Sigismund Pallak uit Dresden en Anna Margreta Ilgen uit Braunschweig. Hij was ook eigenaar van de plantages Wangunst en De Vrede aan de Para en la Prosperité en la Piquanterie aan de Corropinakreek. Pallak vertrok in 1758 naar Nederland. Blijkbaar was hij heel geliefd bij zijn slaven want bij zijn afscheid namen zij allen luid wenend afscheid van hem.[1] Naar hem werd de plantage in de volksmond Polak genoemd. Pallak ging in Leiden wonen en noemde zijn buitenplaats in Zoeterwoude Lust tot Rust, wellicht naar de dicht bij Maasstroom gelegen plantage Lust tot Rust van Wigbold Crommelin met dezelfde naam. Hij nam zijn slaaf Christiaan mee die in 1760 in Leiden werd gedoopt.

firma Hamilton en Meyners[bewerken]

Maasstroom en la Prosperité waren maar voor de helft in zijn bezit. De andere helft was eigendom van de firma weduwe Hamilton en Meyners te Rotterdam. Weduwe Hamilton had betrekking op Elizabeth Hamilton, dochter van Archibald Hamilton die in 1696 in Belfast geboren was en in 1723 in Dordrecht met Elizabeth Rees trouwde. De andere eigenaar van de firma was Johan Gerard François Meyners die in 1720 in Rotterdam geboren was. Hij trouwde in 1746 met Elisabeth Hamilton. In 1749 werd hij schepen te Rotterdam. In 1766 werd hij door de vroedschap benoemd tot commissarisdirecteur van den Levantschen handel en de navigatie in de Middellandsche Zee. Zijn broer, Gerard François, was een paar keer burgemeester van Rotterdam en bewindvoerder van de Kamer van de VOC in Rotterdam.

Van 1793 tot 1858 stond de firma Hamillton en Meyners als eigenaar van de plantage vermeld. De firma was ook eigenaar van de plantages Elk het Zijn aan de Cottica, en La Simplicité aan de Surinamerivier, naast Maasstroom en la Prosperité. Er werd op Maasstroom overwegend koffie verbouwd. De gronden langs de Commewijne werden uitgegeven met een grootte van 500 akkers. In 1821 was de oppervlakte echter 725 akkers. Dit betekende dat er in de tussentijd een tweede uitgifte van 225 akkers was. Dit gebeurde met de meeste plantages in dit gebied. Er werkten in die tijd tussen de 100 en 125 slaven. In de periode 1825 tot 1843 was dhr. Monsanto directeur. Het gebeurde niet vaak dat een directeur zo lang op één plantage werkzaam was.

Bij de emancipatie in 1863 kregen 86 slaven hun vrijheid. Eigenaren waren Cornelia Maria van Hangest, baronesse d’Yvoy, jonkheer Hendrik Maurits van Weede, lid van de Provinciale Staten van Gelderland en kamerheer in buitengewone dienst van Koning Willem III.

Familie Van Emden[bewerken]

In de periode 1891 tot 1938 was de plantage in bezit van de broers Van Emden. De eerste jaren werd er cacao en banaan geteeld. In die jaren was er van de 241 hectare ongeveer 90 hectare in cultuur. Vanaf 1926 werd er weer koffie verbouwd, en ook rijst. In 1913 was het areaal in cultuur al 134 hectare. In 1935 steeg dit naar 201 hectare.In de periode 1935 -1936 werd het achterste gedeelte van de plantage ontgonnen.

De familie Van Emden was een van oorsprong joodse familie uit Amsterdam, waarvan zich een tak in Suriname vestigde. Een van de drie broers, Joost, was ook directeur van suikerplantage De Drie Gebroeders, lid van de Koloniale Raad, directeur-administrateur van de cacaoplantage Kwatta, gezagvoerder van de plantage Wederzorg en later directeur-eigenaar van de cacao- en chocoladefabriek Kwatta in Breda. Zijn zoon, Joost, was directeur van de plantage Maasstroom en van de plantages Mon Souci en Killenstein, stroomopwaarts aan de Commewijne. Bert van Emden, de tweede broer, was Luitenant ter zee en later Districts-Commissaris van Boven-Cottica. De derde broer, Bram, was landsadvocaat van Suriname, lid en later president van het Hof van Justitie, lid en later voorzitter van de Koloniale Staten en werd uiteindelijk belast met de herziening van de Surinaamse strafwetgeving.

Jamin[bewerken]

De plantage werd tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog sterk verwaarloosd. In 1947 kwam de plantage in het bezit van de firma Jamin. Samen met Elisabeth's Hoop, Berlijn, Rust en Werk, Johannesburg, Pieterszorg en Andrea's Gift werd het één grote onderneming, de Verenigde Cultuur Maatschappijen N.V.. Later kwam daar een deel van plantage De Resolutie bij. Het was de bedoeling om de plantage te herontginnen en te beplanten met cacao, als grondstof voor de chocoladeindustrie. In de periode 1956 -1958 heeft men ook geprobeerd sucade te verbouwen. Dit bleek echter niet succesvol. Een aantal extreem droge seizoenen in de jaren zestig ruïneerde de oogsten en maakte aan deze poging een einde.