Madonna met kanunnik Joris van der Paele

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Madonna met kanunnik Joris van der Paele
Jan van Eyck 069.jpg
Museum Groeningemuseum
Locatie Brugge
Kunstenaar Jan van Eyck
Jaar 1436
Type Olieverfschilderij
Afmetingen 122,1 × 157,8 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De Madonna met kanunnik Joris van der Paele is een schilderij van Jan van Eyck dat zich in het Groeningemuseum in Brugge bevindt. Na het Lam Gods is dit het grootste schilderij dat van Jan van Eyck bewaard is gebleven. Het is één van de vier authentieke werken van Jan van Eyck die nog in een Belgische collectie worden bewaard. Het paneel neemt een heel bijzondere plaats in de geschiedenis van de Westerse schilderkunst in. Het is namelijk wellicht het vroegste voorbeeld van een zogenaamde "Sacra Conversazione" (Heilige conversatie): een schilderij waarin op een realistische manier heiligen en soms ook gewone stervelingen zijn afgebeeld alsof ze in een alledaagse conversatie zijn verwikkeld[1]. Het werk draagt het inventarisnummer O.161 en meet (inclusief de originele lijst) 141 x 176,5 cm.

Signatuur en datering[bewerken]

Zoals bij vele schilderijen van Jan van Eyck, is ook dit werk op de lijst gesigneerd en gedateerd. De hele lijst is van Latijnse opschriften voorzien die merendeels betrekking hebben op datgene wat op het schilderij is afgebeeld. De tekst onderaan onthult niet alleen de naam van de kunstenaar, maar ook die van de opdrachtgever en van de plaats waarvoor het was bestemd; HOC OP[US] FECIT FIERI MAG[ISTE]R GEORGI[US] DE PALA HUI[US] ECCLESIAE CANONI[CUS] P[ER] JOHANNE[M] DE EYCK PICTORE[M] - ET FUNDAVIT HIC DUAS CAPELL[AN]IAS DE GR[EM]IO CHORI DOMINI - M°CCCC°XXXIIIJ° C[OM]P[LE]T[UM] AU[TEM] 1436. (=Meester Joris van der Paele, kanunnik dezer kerk, deed dit werk maken door schilder Johannes van Eyck en hij stichtte twee kapelanieën deel uitmakend van het koor, 1434. Hij voltooide het echter in 1436.)

Epitaaf of altaarstuk?[bewerken]

De gegevens uit het opschrift zijn in overeenstemming te brengen met andere historische documenten. Joris van der Paele was een kanunnik van het kapittel van Sint-Donaas, dat in de verdwenen Brugse Sint-Donaaskerk was gevestigd. Uit de bronnen is ook af te leiden dat het werk een plaats kreeg in de omgeving van de grafsteen van de opdrachtgever. De kapelanieën waarvan sprake is in de opdracht, waren opdrachten tot het dagelijks lezen van de mis ter bevordering van het zielenheil van de overledene. Het schilderij had dus een bepaalde funeraire functie. Het werk was een blijvende herinnering aan de stichting die door de overledene was ingesteld, en het diende de gelovige voorbijganger aan te sporen tot een gebed voor het zielenheil van de overledene. Zo'n schilderij in de nabijheid van een grafsteen (tot het einde van de 18de eeuw werden welgestelde mensen binnen in de kerk begraven) noemt men een epitaaf. De Madonna van Kanunnik van der Paele heeft duidelijk een memoriefunctie, maar het is niet zeker of het uitsluitend die rol vervulde. Het is ook mogelijk dat het schilderij boven aan altaar was aangebracht waarop de dagelijkse missen voor de overleden kanunnik werden gelezen.

Iconografie[bewerken]

De figuur op het kapitel van de (linker) zuil op de achtergrond van het schilderij.

De bejaarde kanunnik knielt in zijn witte koorhemd links van de troon van de Maria. Hij draagt een koorpels om zijn linkerarm en heeft een geopend gebedenboek en een bril (teken van rijkdom en eruditie) in zijn handen. Naast hem staat zijn naamheilige Sint-Joris, die met een gebaar van de linkerhand zijn beschermeling aan Maria en het Jezuskind voorstelt. Aan de andere zijde staat de H. Donaas of Donatianus van Reims de patroon van het kapittel en van de stad Brugge. Zowel H. Donaas als Sint-Joris fungeren als tussenpersonen tussen kanunnik van der Paele en Madonna. Hierdoor wordt het schilderij vaak beschreven als een heilig gesprek.

De Madonna draagt een rode mantel en draagt het Jezuskind op haar schoot. Haast ieder detail van het werk heeft een bepaalde symbolische betekenis en past in een globaal theologisch concept dat aan het bijzonder complexe schilderij ten grondslag ligt. De tronende Madonna met het Jezuskind op haar schoot verzinnebeelden het altaar en de daarop voltrokken eucharistie. Zij staan centraal in het schilderij, en zijn inderdaad afgebeeld in een soort van apsis of priesterkoor waar zich in een kerkgebouw normaal gezien ook het hoofdaltaar bevindt. De heilige Sint-Donatius houdt 5 brandende kaarsen vast: dit verwijst naar een wonder uit zijn jeugd waarbij hij door een rad met 5 brandende kaarsen van de verdrinkingsdood werd gered. In zijn andere hand bevindt zich het heilige kruis waarin een splinter zit uit het kruis van Christus. Merk ook op dat Van der Paelen naar dit kruis kijkt. De boodschap dat "Christus tussen ons is" wordt hier duidelijk gemaakt. Iets heel lokaals (een kanunnik in een Brugse kerk) wordt binnen gehaald in het geloofsverhaal. De gebeeldhouwde figuurtjes op de troon van Maria verbeelden passages uit het Oude Testament die als prefiguraties (voorafbeeldingen) van de kruisdood en de verrijzenis van Christus werden aangezien. Ook de figuren op de kapitelen van de zuilen op de achtergrond tonen typologieën van de christelijke heilsgeschiedenis.

Jan van Eyck heeft hier zijn verbluffende techniek ten dienste gesteld van de veellagige symboliek van het werk. Zo wordt het rode kleed van Maria gereflecteerd in het glimmende harnas van Sint-Joris. Ook deze reflectie heeft een symbolische betekenis en valt in verband te brengen met één van de teksten op de lijst waarin Maria wordt genoemd als een "Smetteloze spiegel Gods" (SPECULUM SINE MACULA DEI MAIESTATIS). Net zoals in het Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw heeft Jan van Eyck zich hier als een zelfbewuste kunstenaar, op een indirecte manier afgebeeld. Zijn contour wordt namelijk weerspiegeld in het glanzende schild dat Sint-Joris op zijn rug draagt.

Noten[bewerken]

  1. Zie hierover het betoog van Margaret L. Koster: 'De uitwisseling tussen Noord en Zuid anders bekeken: Florence en Vlaanderen' in: Till-Holger Borchert e.a., tent.cat. Brugge 2002.

Bibliografie[bewerken]

  • Elisabeth Dhanens, Hubert en Jan van Eyck, Antwerpen, 1980: 212-231 en 383-384.
  • Aquilin Janssens de Bisthoven, M. Baes-Dondeyne, en Dirk De Vos, Stedelijk Museum voor Schone Kunsten (Groeningemuseum) Brugge. Deel 1, in: De Vlaamse Primitieven. I. Corpus van de vijftiende-eeuwse schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden, 1, Brussel, 1981.
  • Till-Holger Borchert e.a., De eeuw van Van Eyck. De Vlaamse Primitieven en het Zuiden 1430-1530, tent. cat., Brugge, Groeningemuseum, Gent, 2002: 234, nr. 22.