Magnum opus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Magnum opus of opus magnum(Latijn: groot werk) is de benaming die meestal aan het hoofdwerk, het grootste of belangrijkste werk van een componist of auteur wordt gegeven. Vaak is het een werk waar hij een groot deel van zijn leven aan heeft besteed. De term 'magnum opus' wordt daarnaast ook gebruikt in een aantal spirituele tradities, zoals de kabbala en de alchemie.

Enkele voorbeelden:

Alchemie[bewerken]

Het 'Grote Werk' is in de alchemie de verwezenlijking van de Steen der Wijzen, het 'projectiepoeder', of het 'elixer'. Deze steen of dit middel zou in staat zijn tot transmutatie van metalen tot edelmetalen als goud en een onfeilbaar geneesmiddel of panacee zijn, dat zelfs onsterfelijkheid kan verlenen. Voorbeelden van alchemisten die naar eigen zeggen het magnum opus hebben volbracht zijn Nicolas Flamel in de 14e eeuw, George Ripley in de 15e eeuw en Fulcanelli in de 20e eeuw.

Vaak worden grote (omvangrijke) en bekende werken van kunstenaars beschouwd als hun magnum opus. Er wordt dan verondersteld in dat werk het maximale kunnen van betreffende kunstenaar tot expressie is gekomen. Het wil niet zeggen dat de kunstenaar zelf betreffend werk als zijn of haar beste werk beschouwde of dat dat werk door kunstkenners en -critici als het beste werk van die kunstenaar wordt beschouwd.

Schrijfwijze[bewerken]

Daar Latijn geen plaatsingstaal is, mogen beide schrijfwijzen ('opus magnum' versus 'magnum opus') gebruikt worden (bron: René van Royen, Latijn, een taal voor iedereen, uitg. Bert Bakker, ISBN 9789035132252).