Mahinda Rajapaksa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mahinda Rajapaksa
Mahinda Rajapaksa in 2006
Mahinda Rajapaksa in 2006
Premier van Sri Lanka
Ambtstermijn 26 oktober 2018 - heden
Voorganger Ranil Wickremesinghe
Geboren 18 december 1945
Geboorteplaats Weeraketiya (Hambantota)
Partner Shiranthi Rajapaksa (geboren Wickremesinghe)
Politieke partij UPFA (SLFP)
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Mahinda Rajapaksa (Weeraketiya (Hambantota), 18 december 1945) was van 19 november 2005 tot de verkiezingen van januari 2015 de zesde president van de Democratisch Socialistische Republiek van Sri Lanka. Op 26 oktober 2018 werd hij na een politieke crisis aangesteld als nieuwe premier van het land.[1] Hij behoort tot de Sri Lankaanse Vrijheidspartij. Hij verloor de presidentsverkiezing van 8 januari aan Maithripala Sirisena.[2]

Carrière[bewerken]

Rajapaksa was van 1997 tot 2001 minister van Visserij en Waterwinning en werd in 2004 verkozen tot de dertiende minister-president van de Sri Lankaanse regering. Tegelijkertijd was hij ook minister van Snelwegen.

Beleid[bewerken]

Rajapaksa dankte veel van zijn populariteit als president aan het oplossen van de strijd tegen de Tamiltijgers. Hij kreeg gedaan dat de Verenigde Naties de Tamil Tijgers in 2006 op de lijst van terroristische organisaties zetten. In 2007 heroverden zijn troepen de Oostprovincie, en in 2008 zegde hij formeel het in Oslo gesloten bestand op.

Daarna begon de eindstrijd om het noorden, de basis van de Tamil Tijgers, waarbij meer dan honderdduizend burgers klem zaten tussen leger en rebellen. Met niets ontziend geweld dwong legerbevelhebber Fonseca de Tijgers op de knieën. Bij de vervroegde presidentsverkiezingen stonden generaal en president tegenover elkaar als trotse overwinnaars, waarbij Rajapaksa een meerderheid behaalde.

Kritiek[bewerken]

Rajapaksa's beleid werd hevig bekritiseerd door de oppositie die hem beschuldigde van machtsmisbruik en corruptie. De journalist Lasantha Wickramatunga, hoofdredacteur van The Sunday Leader, was een van diens critici. Toen deze - net als enkele voorgangers - werd vermoord, nam de kritiek op zijn beleid alsmaar toe.