Mahinda Rajapaksa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mahinda Rajapaksa
Mahinda Rajapaksa in 2014
Mahinda Rajapaksa in 2014
Geboren 18 december 1945
Weeraketiya (Hambantota)
Politieke partij Sri Lankaanse Vrijheidspartij (tot 2018)
Sri Lanka Podujana Peramuna (2018–heden)
Partner Shiranthi Rajapaksa (geboren Wickremesinghe)
6e president van Sri Lanka
Aangetreden 19 november 2005
Einde termijn 9 januari 2015
Premier Ratnasiri Wickremanayake
D. M. Jayaratne
Voorganger Chandrika Kumaratunga
Opvolger Maithripala Sirisena
Premier van Sri Lanka
Aangetreden 6 april 2004
Einde termijn 19 november 2005
President Chandrika Kumaratunga
Voorganger Ranil Wickremesinghe
Opvolger Ratnasiri Wickremanayake
Aangetreden 26 oktober 2018
Einde termijn 15 december 2018[a]
President Maithripala Sirisena
Voorganger Ranil Wickremesinghe
Opvolger Ranil Wickremesinghe
Huidige functie
Aangetreden 21 november 2019
President Gotabaya Rajapaksa
Voorganger Ranil Wickremesinghe
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Mahinda Rajapaksa (Weeraketiya (Hambantota), 18 december 1945) is een Sri Lankaans politicus namens de Sri Lanka Podujana Peramuna. Tussen november 2005 en januari 2015 was hij de zesde president van de Democratisch Socialistische Republiek van Sri Lanka. Sinds november 2019 dient hij als premier onder het presidentschap van zijn broer Gotabaya Rajapaksa.

Politieke carrière[bewerken | brontekst bewerken]

Rajapaksa was van 1997 tot 2001 minister van Visserij en Waterwinning en werd in 2004 verkozen tot minister-president van de Sri Lankaanse regering. Tegelijkertijd was hij ook minister van Snelwegen. In november 2005 werd hij president van Sri Lanka nadat hij oud-premier Ranil Wickremesinghe bij de presidentsverkiezingen had weten te verslaan. Hij behield zijn functie als staatshoofd tot 2015.

Presidentschap[bewerken | brontekst bewerken]

Rajapaksa dankte veel van zijn populariteit als president aan het oplossen van de strijd tegen de Tamiltijgers. Hij kreeg gedaan dat de Verenigde Naties de Tamiltijgers in 2006 op de lijst van terroristische organisaties zetten. In 2007 heroverden zijn troepen de Oostelijke Provincie en in 2008 zegde hij formeel het in Oslo gesloten bestand op.

Daarna begon de eindstrijd om het noorden, de basis van de Tamiltijgers, waarbij meer dan honderdduizend burgers klem zaten tussen leger en rebellen. Met nietsontziend geweld dwong legerbevelhebber Sarath Fonseka de Tijgers op de knieën. Bij de vervroegde presidentsverkiezingen in 2010 stonden generaal Fonseka en president Rajapaksa tegenover elkaar als trotse overwinnaars, waarbij Rajapaksa met een ruime meerderheid herkozen werd.

Rajapaksa's beleid werd hevig bekritiseerd door de oppositie, die hem beschuldigde van machtsmisbruik en corruptie. De journalist Lasantha Wickramatunga, hoofdredacteur van The Sunday Leader, was een van diens critici. Toen deze - net als enkele voorgangers - werd vermoord, nam de kritiek op zijn beleid alsmaar toe.

Rajapaksa stelde zich in 2015 herkiesbaar voor een derde ambtstermijn, maar verloor de presidentsverkiezingen van Maithripala Sirisena.[1]

Crisis[bewerken | brontekst bewerken]

Op 26 oktober 2018 werd Rajapaksa opnieuw aangesteld als premier van het land, als opvolger van de weggestuurde Ranil Wickremesinghe.[2] De legitimiteit van deze benoeming werd betwist; Rajapaksa weigerde ondanks twee aangenomen moties van wantrouwen op te stappen en op 3 december 2018 verbood een Sri Lankaanse rechtbank hem in een voorlopige voorziening voorlopig zijn functie uit te oefenen.[3] Op 15 december 2018 werd zijn voorganger Wickremesinghe opnieuw tot premier benoemd.[4]

In november 2019 kwam het premierschap van Sri Lanka alsnog terug in handen van Rajapaksa. Hij werd benoemd door zijn jongere broer Gotabaya Rajapaksa, die kort daarvoor verkozen was tot president.