Malle Babbe (Nijgh)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Malle Babbe is een lied van Lennaert Nijgh (tekst) en Boudewijn de Groot (muziek).

Algemeen[bewerken]

Het lied Malle Babbe werd geschreven in 1970. Tekstschrijver Lennaert Nijgh had het schilderij Zigeunermeisje gezien van Frans Hals, met daarop een vrolijke prostituee. Abusievelijk nam hij aan dat het hier het schilderij Malle Babbe betrof. Hij baseerde zijn tekst op het eerste schilderij. Frits Spits constateerde in zijn Standaards dat Nijghs en Hals’ versie niet geheel overkomen. Nijgh spreekt namelijk van een blonde Malle Babbe (Hals schilderde haar als brunette in beide schilderijen) en heeft het over een lekkere kont (Hals komt niet verder dan haar middel in beide schilderijen).[1] Hij stelde met zijn tekst de schijnheiligheid van de gelovigen aan de kaak: door de week naar de hoeren en op zondag naar de kerk en een duit in het zakje doen om de zonden af te kopen.

Versie van Adèle Bloemendaal[bewerken]

Malle Babbe
Single van:
Adèle Bloemendaal
Soort drager Vinyl (7")
Opname 1970
Genre Pop
Label Philips 6012 049
Schrijver(s) Lennaert Nijgh, Boudewijn de Groot
Adèle Bloemendaal
De meisjes van de suikerwerkfabriek
(1970)
    Wat heb je gedaan, Daan?
(1972)
Portaal  Portaalicoon   Muziek

In 1970 werd het nummer voor het eerst op de plaat gezet door Adèle Bloemendaal. Anders dan de bekendere versie van Rob de Nijs zong Bloemendaal het in de ik-vorm; zij is hier de prostituée Malle Babbe (“Ik til mijn rokken op”; “Ik ken ze een voor een, de heren van fatsoen” etc.). Ze liet ziet begeleiden door het Metropole Orkest onder leiding van Dolf van der Linden met een algehele leiding van Rob Touber. Bloemendaal zong het lied tijdens het Holland festival in het onderdeel Tours de chant, waarin ook Gerard Cox, Jenny Arean en Frans Halsema optraden.[2] Het kwartet trad op in De Doelen te Rotterdam, Circustheater in Scheveningen en het Concertgebouw in Amsterdam. Van dat festival verscheen een samenvatting op de elpee Holland festival Music Hall op Phonogram 6314008, opgenomen tijdens het concert in het Concertgebouw. Sommige kranten maakten er toen melding van dan Nijgh het lied speciaal voor Bloemendaal had geschreven.[3]

De single kreeg als B-kant Recht naar de kroegen en de wijven van Jaap van der Merwe. Hierin gaat het erover dat het niet uitmaakt of je schooier bent of baas, zodra je je geld hebt ontvangen drink je het op of ga je naar de hoeren.

Versie van Rob de Nijs[bewerken]

Malle Babbe
Single van:
Rob de Nijs
Van het album:
In het uren van de middag
Uitgebracht december 1974
Soort drager Vinyl (7")
Opname 1974
Genre Pop
Label Philips 6012 482
Schrijver(s) Lennaert Nijgh, Boudewijn de Groot
Hoogste positie(s) in de hitlijsten
Rob de Nijs
Mirella
(1974)
  Malle Babbe
(1975)
  Onweer
(1975)
Portaal  Portaalicoon   Muziek

In 1973 werkte Boudewijn de Groot als muziekproducent voor Rob de Nijs. Hij nam met hem een vernieuwde versie op van het nummer voor het album In de uren van de middag. Het lied is dan in de tweede persoon (“Je tilt je rokken op” etc). Het werd echter niet direct uitgebracht als single, terwijl Jan Klaassen de Trompetter en Dag zuster Ursula beide wel de Nederlandse Top 40 haalden. In december 1974 werd het nummer, na enkele minder succesvolle singles, alsnog op single uitgebracht.[4] De singleversie is anders dan de albumversie: de tekst werd op enkele plaatsen aangepast (“Ik heb het vaak gezien / wanneer zo'n stuk verdriet / voldaan naar buiten kwam / en jou daar achterliet.” in plaats van. “Hoe vaak heb jij zo'n kop, / bezopen, stom en geil, / niet aan je borst gedrukt, / je lijf nat van z'n kwijl”). Bovendien werd gebruik gemaakt van een heel ander arrangement.[5] Beide arrangementen waren wel van een man, Bert Paige met wie De Groot zelf ook werkte. De singleversie duurde 20 seconden langer dan de originele opname. De singleversie werd vrij zeldzaam; ze is slechts sporadisch uitgebracht op cd (bijvoorbeeld op 40 Jaar Hits uit 2002). De meest gangbare versie op cd, downloads en streamingdiensten is de albumversie uit 1973. Het nummer bereikte de 8e plaats van de Top 40. Rob de Nijs zou het later nog minstens twee keer als single uitgeven; waarbij in 1982 het plaatje werd getroffen door een verbod van de NCRV. Het nummer heeft tot nu toe elk jaar in de Top 2000 van Radio 2 gestaan. De B-kant van de originele single bevatte Te lang van huis van De Groot en Ruud Engelander.

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000[noot 1]
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13 '14 '15 '16 '17 '18
Malle Babbe 542 406 451 619 743 635 672 731 1167 742 903 1044 1125 1559 1386 1427 1760 1601 1571 1609
  1. Een getal geeft de plaats aan; een '*' dat het nummer niet genoteerd kon zijn, omdat het nog niet was uitgekomen, een '-' dat het nummer niet genoteerd was en een '?' betekent dat de notering nog niet verwerkt is. Een vetgedrukt getal geeft aan dat dit de hoogste notering betreft.

Andere artiesten[bewerken]

Later zou Boudewijn de Groot het nummer zelf met grote regelmaat spelen tijdens concerten. Hoewel hij diverse nummers die hijzelf en Nijgh schreven voor De Nijs, waaronder het zeer succesvolle Avond, zelf opnam, heeft hij het nummer nooit voor een studioalbum opgenomen. Wel zijn er diverse livealbums, waarop het nummer te horen is.

In 1994 bracht Rowwen Hèze een eigen versie van het nummer uit op het album Als de rook is verdwenen, dat met diverse artiesten een eerbetoon aan Boudewijn de Groot vormde.[6] In 2015 werd ditzelfde nummer op het album Vur altied: Ballades & beer wederom uitgebracht.[7]