Mamercus Aemilius Scaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Belangrijkste leden van de gens Aemilia.

Mamercus Aemilius Scaurus was een eminent Romeins redenaar en dichter, maar had een losbandig karakter. Zowel Tacitus[1] als Seneca[2] noemen hem een man van consulaire rang en vermoedelijk was hij in 21 n.Chr. consul suffectus[3].

Hij was lid van de senaat ten tijde van de opvolging van Augustus door Tiberius in 14 n.Chr. Zijn uitlatingen over de hoop dat Tiberius niet te lang meer aarzelt, leverden hem slechts het stilzwijgen van deze laatste op[4]. Hij was getrouwd met Aemilia Lepida, die hem een dochter schonk, maar deze werd veroordeeld in 20 n.Chr.[5] Hij zou ook een van de aanklagers van Gnaius Domitius Corbulo in 21 n.Chr. zijn geweest[6]. In datzelfde jaar wordt hij ook vermeldt als oom langs vaderskant (patruus) en stiefvader (vitricus) van Sulla[7], waardoor we dus kunnen veronderstellen dat hij na de dood van Lepida hertrouwde met de weduwe van zijn broer. In 22 zou hij bij de aanklagers van Gaius Silanus zijn geweest[1]. Hij werd zelf in 32 n.Chr. beschuldigd van maiestas, maar Tiberius stopte de gerechtelijke procedures tegen hem[8]. Hij werd echter in 34 n.Chr. opnieuw beschuldigd van dezelfde misdaad door Servilius en Cornelius (Tuscus), die hem beschuldigden van magie en van het plegen van overspel met Livilla[9]. Maar de echte steen des aanstoots was zijn tragedie van Atreus, waaraan zijn vijand Macro - de nieuwe praefectus praetorio enkele verzen aan had toegevoegd die verwezen naar Tiberius[10]. Hij maakte een eind aan zijn eigen leven op aanraden van zijn vrouw Sextia, die zichzelf tegelijkertijd met hem zelfmoord pleegde[11]. Se­neca vermeldt ook dat deze Scaurus de laatste overgeblevene van zijn familie was[12].

Noten[bewerken]

  1. a b Tac., Ann. III 66.1.
  2. Sen., de Benef. IV 31.
  3. CIL VI 2023b, 32339, XIV 4533.
  4. Tac., Ann. I 13.4.
  5. Tac., Ann. III 23.2.
  6. Tac., Ann. III 31.3.
  7. Tac., Ann. III 31.4.
  8. Tac., Ann. VI 9.3-4; Cass. Dio, LVIII 24.3-5.
  9. Cass. Dio, LVIII 24.5; cf. Tac., Ann. VI 29.3.
  10. Cass. Dio, LVIII 24.4; cf. Tac., Ann. VI 29.3.
  11. Tac., Ann. VI 29.4.
  12. Senec., Suas. II 22.

Referenties en verder lezen[bewerken]

  • S.J. De Laet, De samenstelling van den Romeinschen Senaat gedurende de eerste eeuw van het Principaat (28 vóór Chr. - 68 na Chr.), Antwerpen, 1941, p. 23, nr. 21.
  • H. Meyer, Oratorum Romanorum fragmenta, ab Appio inde Caeco usque ad Q. Aurelium Symmachym; collegit atque illustravit, Parijs, 18422, pp. 558-559.
  • S.H. Rutledge, Imperial inquisitions. Prosecutors and informants from Tiberius to Domitian, Londen, 2001, pp. 186 - 188.
  • W. Smith, art. Scaurus (6), Mamercus Aemilius, in W. Smith (ed.), A dictionary of Greek and Roman biography and mythology, III, Boston, 1867, p. 738.
  • Tacitus, Annales: I-VI, trad. comm. M.A. Wes, ‘s Hertogenbosch, 1999, p. 383.