Mandageria

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mandageria
Fossiel voorkomen: Laat-Devoon
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Onderstam: Vertebrata (Gewervelden)
Klasse: Sarcopterygii (Kwastvinnigen)
Superorde: Crossopterygii
Orde: Osteolepiformes
Familie: Tristichopteridae
Geslacht
Mandageria
Johanson & Ahlberg, 1997
Soorten
Mandageria fairfaxi
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Mandageria is een uitgestorven kwastvinnige vis behorend tot de Osteolepiformes die in het Laat-Devoon in Australië leefde.

Fossiele vondsten[bewerken]

Mandageria is alleen bekend uit de Mandagery-formatie bij Canowindra in de Australische deelstaat Nieuw-Zuid-Wales. In deze afzettingen zijn vijftien fossielen van dit dier gevonden. Tijdens het Laat-Frasnien was de regio van Canowindra een draslandgebied. De soort Mandageria fairfaxi werd in 1997 beschreven. De geslachtsnaam van deze kwastvinnige verwijst naar de vindplaats, terwijl de soortnaam is afgeleid van de filantroop James Fairfax.[1]

Kenmerken[bewerken]

Mandageria was met een lengte van 160 tot 180 cm de grootste vis in de Mandagery-formatie. Het was een carnivoor en het toproofdier van de wateren van Canowindra in het Laat-Devoon. De lange, torpedovormige lichaam vertoont overeenkomsten met dat van de onverwante hedendaagse snoek. Vermoedelijk joeg Mandageria op een vergelijkbare wijze als snoeken en was het een behendige, vlugge jager. De grote borstvinnen stelden Mandageria in staat te manoevreren in het water. De schedel van Mandageria was lang en in de robuuste, krachtige kaken zaten grote tanden.[2] Aan de achterzijde van de schedel zat een klein bot die verbonden was met de eerste wervel van de wervelkolom. Hierdoor kon Mandageria zijn kop naar boven en beneden bewegen. Dit is het eerste bewijs van een ontwikkelend nekgewricht bij kwastvinnige vissen.[3]

Staatsfossiel[bewerken]

In 2015 werd Mandageria aangeduid als het staatsfossiel van Nieuw-Zuid-Wales.[4]