Drillen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Mandrillus)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Dit artikel gaat over een apengeslacht. Voor andere betekenissen: zie Dril.
Drillen
Mandril (Mandrillus sphinx)
Mandril (Mandrillus sphinx)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (Primaten)
Familie:Cercopithecidae (Apen van de Oude Wereld)
Geslachtengroep:Papionini (Hondsapen)
Geslacht
Mandrillus
Ritgen, 1824
Typesoort
Simia maimon Linnaeus, 1766
& Simia mormon Alstromer, 1766
(= Simia sphinx Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen Drillen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Drillen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren
Mandril schedel, Man.

De drillen (Mandrillus) zijn een geslacht uit de Afrikaanse regenwouden behorende tot de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae). Ze stammen af van savannebewonende, aan de bavianen verwante apen. Er zijn twee soorten, de mandril (Mandrillus sphinx) en de dril (Mandrillus leucophaeus). De mandril is op de mensapen na de grootste primaat. Deze dieren worden soms tot het geslacht van de bavianen (Papio) of de mangabeys (Cercocebus) gerekend.

Kenmerken[bewerken]

Langs de snuit lopen bij beide soorten opvallende groeven. Het gezicht van de mandril is opvallend paars gekleurd, dat van de dril is onopvallend zwart. Beide soorten hebben een baard, een kuif en een maan. De kussens op de billen en de huid daaromheen heeft een lilakleurige tint, die roodachtig paars aan de randen is. Ze worden 61 tot 76,4 centimeter lang. Mannetjes wegen gemiddeld 25 kilogram, vrouwtjes 11,5 kilogram. Het staartje is zeer klein, zo'n 5,2 tot 7,6 centimeter lang.

Leefwijze[bewerken]

Ze houden zich voornamelijk op op de bosbodem. Het zijn beide groepsdieren. Ze eten plantaardig materiaal als vruchten, noten en paddenstoelen en dierlijk materiaal als ongewervelden en soms kleine gewervelden.

Verspreiding[bewerken]

De twee soorten komen voor in de dichte regenwouden van Centraal-Afrika, in Zuidoost-Nigeria, Kameroen, Equatoriaal-Guinea, Gabon en Congo-Brazzaville. De leefgebieden van de twee soorten overlappen elkaar niet, en worden gescheiden door de Sanagarivier.

Bedreiging[bewerken]

Beide soorten worden bedreigd door de jacht op bushmeat en door habitatverlies.

Taxonomie[bewerken]