Manipulatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Manipuleren)
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor andere betekenissen, zie Manipulatie (boek) en Manipulatie (hoorspel).

Manipulatie is in de psychologie een begrip waarmee bedoeld wordt: de wijze van overtuigen van een persoon, om tot een bepaald idee van een zaak of een ander te laten komen door middel van beïnvloeding bij die persoon van zijn persoonlijke levenssfeer, zijn persoonlijke (geloofs)overtuiging zonder daarbij ter zake doende argumenten te gebruiken. De grens tussen manipulatie en normale beïnvloeding is nauwelijks te trekken; alleen de twee uitersten zijn herkenbaar. Een manipulator manipuleert om zijn of haar voordeel te krijgen en gaat vaak plannend te werk om zijn of haar doel te bereiken.

Voorbeelden van manipulatie[bewerken]

Sommige mensen gebruiken manipulatie om controle te krijgen over hun partner. Vaak gebeurt dit als hun partner weg wil uit de relatie. Ze laten hun partner zich schuldig voelen en spelen het slachtoffer.

Manipulatie komt in de reclameuitingen veelvuldig voor. Vaak wordt er aan de ontvanger van de boodschap onbewust (namaak-)informatie verstrekt of er wordt ingespeeld op archetypische gevoelens. De namaakinformatie heeft dus invloed op het overwegingsproces via de bestaande overtuigingen of bestaande (oer-)angsten.

Een ander voorbeeld is een kind dat iets wil hebben. Het kind vraagt: "Mama, mag ik een ijsje?", waarop de moeder antwoordt met nee. Het kind wijst een ander kind aan dat wel een ijsje heeft waardoor de moeder zichzelf een slechte moeder vindt en het uiteindelijk toestaat. Het kale feit dat een ander kind iets wel heeft is geen ter zake doend argument om het dit kind ook te geven.

Motivaties van manipulators[bewerken]

  • Hun eigen doeleinden bevorderen op kosten van anderen
  • Zich machtig voelen
  • Controle hebben over de situatie
  • Verveling
  • Geld of spullen van iemand krijgen of stelen

Hoe manipulators slachtoffers onder controle houden[bewerken]

Volgens Braiker[bewerken]

Braiker identificeerde de volgende manieren waarop manipulatoren hun slachtoffers beheersten:

  • Positieve bekrachtiging: bevat lof, oppervlakkige charme, overdreven verontschuldigen, geld en cadeautjes, complimentjes, aandacht, veel lachen en glimlachen en openbare erkenning.
  • Negatieve bekrachtiging: bevat het slachtoffer uit een slechte situatie halen als beloning, bijv. "Je hoeft je huiswerk niet te maken als ik dit met je mag doen."
  • Intermitterende bekrachtiging: intermitterende negatieve bekrachtiging kan een situatie van angst en twijfel creëren. Intermitterende positieve bekrachtiging kan het slachtoffer aanmoedigen om door te gaan, bijvoorbeeld bij veel soorten gokken waarbij de gokker vaak wint maar toch geld verliest.
  • Straf: bevat zeuren, 'een scène maken', negeren, intimidatie, bedreigen, schelden, chantage, schuldig laten voelen, pruilen, huilen en het slachtoffer spelen.
  • Traumatisch leren: bevat het gebruik van verbale mishandeling, woede uitbarstingen en ander intimiderend gedrag. Zelfs één incident is soms al genoeg het slachtoffer te trainen om toekomstige situaties te vermijden.

Etymologie[bewerken]

Manipulatie betekent van oorsprong: met de hand (Latijn: manus) aanpassingen maken. Het woord manipulatie heeft een negatieve bijklank, daarom wordt vaak het neutralere modificatie gebruikt.

Zie ook[bewerken]