Bipolaire stoornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Manische depressiviteit)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Bipolaire stoornis
Bipolaire stoornis wordt gekenmerkt door overgangen tussen depressie en manie.
Bipolaire stoornis wordt gekenmerkt door overgangen tussen depressie en manie.
Coderingen
ICD-10 F31
ICD-9 296.0, 296.1, 296.4, 296.5, 296.6, 296.7, 296.8
OMIM 125480 309200
DiseasesDB 7812
MedlinePlus 000926
eMedicine med/229
MeSH D001714
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Een bipolaire stoornis, eerder manisch-depressieve stoornis genoemd, is een chronische, psychische stoornis die wordt gekenmerkt door wisselende stemmingen, dan weer manisch of hypomaan, dan weer depressief. Een medicamenteuze behandeling is vaak noodzakelijk. Daarnaast kunnen voorlichting, psycho-educatie en zelfzorg een belangrijke rol spelen in de preventie van nieuwe episodes.

Het wordt gerekend tot het affectieve spectrum en komt bij 2-4% van de bevolking voor.[1] Sommige patiënten zijn voor jaren vrij van episodes, anderen gaan van de ene episode naar de andere. De stemmingswisselingen kunnen af en toe optreden, met periodes van een normale stemming tussendoor, maar ook snel achter elkaar. Snelle en wisselende op elkaar volgende vormen van stemmingen heet "rapid cycling". Ook gemengde episodes kunnen optreden bij mensen met een bipolaire stoornis. Ook kan het zijn dat een manische periode jarenlang kan duren alvorens iemand in een depressie raakt.

Deze stoornis openbaart zich vaak voor het eerst tijdens of na de adolescentie al kan het zich ook op latere leeftijd openbaren. Ook het accepteren van de diagnose door de patiënt is geen vanzelfsprekendheid. Het is moeilijk om te aanvaarden dat sommige eigenschappen waarvan men dacht dat het deel van hun persoonlijkheid is, eigenlijk een symptoom zijn van de bipolaire stoornis.

In het verleden sprak men van manisch-depressieve stoornis, een term geïntroduceerd door de Duitse psychiater Emil Kraepelin. De aanduiding 'bipolair' werd in 1953 voor het eerste gebruikt door Karl Kleist. Deze minder stigmatiserende term benadrukt de tweepoligheid van de ziekte: extreem uitgelaten of juist extreem neerslachtig.

De stoornis kan een grote invloed hebben op iemands leven, alhoewel sommige mensen perfect functioneren met de stoornis. De bipolaire stoornis treft ongeveer 1 op 100 mensen wereldwijd.

Soorten[bewerken]

In Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders worden drie vormen van bipolaire stoornis onderscheiden:

  • Bipolaire stoornis I: er treedt minimaal één manische of gemengde episode op, maar er kunnen ook hypomane of depressieve perioden optreden. Deze vorm komt het dichtst in de buurt van wat men vroeger "manisch-depressief" noemde.
  • Bipolaire stoornis II: er is minimaal één episode van hypomanie en minimaal één depressieve episode. Er is geen manische of gemengde episode opgetreden.
  • Cyclothyme stoornis: er treedt een reeks hypomane episoden op, onderbroken door episoden van lichtere depressie en uitputting.

Verder wordt in het handboek ook nog melding gemaakt van een restgroep: bipolaire stoornis niet anderszins omschreven. Hieronder vallen stoornissen die wel kenmerken van een bipolaire stoornis hebben, maar niet onder de bovenstaande ziektebeelden vallen.

Symptomen[bewerken]

(Hypo)manische episode[bewerken]

Deze symptomen kunnen zowel voorkomen in een manische als in een hypomanische episode. Vaak zijn ze in een manie wel sterker aanwezig. Een hypomanische episode gaat soms ook onopgemerkt voorbij.

  • Verhoogd gevoel van geluk
  • Het gevoel hebben de hele wereld aan te kunnen, erg zelfverzekerd zijn
  • Euforie
  • Verhoogd energiepeil met tegelijk een verminderde behoefte aan slaap
  • Snel praten
  • Impulsiviteit
  • Ondoordachte aankopen
  • In een opwelling belangrijke beslissingen maken
  • Hyperseksualiteit
  • Makkelijk irriteerbaar
  • ...

Manische episode[bewerken]

Een manische episode heeft een grote invloed op het functioneren van de patiënt. Symptomen zoals hierboven beschreven zijn duidelijk in sterkere mate aanwezig. In ernstige gevallen ontstaat een psychose. Daarbij verliest de patiënt alle contact met de realiteit. In zo'n geval is een (gedwongen) opname in een psychiatrisch ziekenhuis vaak onvermijdelijk. Een persoon die een manische fase doormaakt kan een gevaar zijn voor zichzelf en voor anderen.

Depressieve episode[bewerken]

De symptomen van een depressieve episode als onderdeel van een bipolaire stoornis zijn grotendeels hetzelfde als die van een klinische depressie. Toch heeft een bipolaire depressie zijn eigen kenmerken.

Gemengde episode[bewerken]

Tijdens een gemengde episode treden zowel symptomen van depressie als van (hypo)manie op. De combinatie van impulsiviteit en depressieve gevoelens leidt tot een verhoogd risico op suïcide.

Behandeling[bewerken]

Een bipolaire stoornis is een chronische, ongeneeslijke aandoening. De kans op een terugval is bij de stoornis vrij groot. Het gevaar bestaat erin dat wanneer men stopt met de behandeling, er nieuwe episodes ontstaan. Hoe langer men stabiel blijft, hoe kleiner de kans wordt op een volgende manie of depressie.

Medicamenteuze behandeling[bewerken]

Behandeling van een acute episode wordt meestal door middel van medicatie en begeleiding gedaan. Anders dan bij een depressie vergt een bipolaire stoornis vaker medicamenteuze behandeling. Een opname is soms, en dan vooral in manische episodes, geboden. Er zijn verschillende soorten medicatie die men gebruikt: onder andere stemmingsstabilisatoren, antidepressiva en antipsychotica. Lithiumcarbonaat is de meest bekende stemmingsstabilisator. Het werkt vaak goed maar heeft een belangrijk nadeel. De dosis dient namelijk zorgvuldig bepaald en gecontroleerd te worden omdat er een risico op vergiftiging bestaat. Andere stemmingsstabiliserende middelen worden ook gebruikt bij epilepsie. Voorbeelden zijn lamotrigine, valproaat en carbamazepine.

Voor de behandeling van manieën worden antipsychotica zoals aripiprazol en olanzapine voorgeschreven.

Bij depressies worden antidepressiva terughoudend gebruikt, omdat hier het risico bestaat dat deze middelen een manie uitlokken. Indien antidepressiva voorgeschreven worden, is dat vaak in combinatie met andere medicatie om dat risico te beperken.

Men kan niet zonder ernstige risico's plotseling stoppen met medicatie. Afkickverschijnselen kunnen optreden en een nieuwe acute episode kan optreden. Het afbouwen van medicatiegebruik dient altijd in overleg met een arts gebeuren. Naast de al genoemde middelen worden ook angstdempende en rustgevende middelen gebruikt. Als behandelingen met medicijnen onvoldoende werken bij een ernstige depressieve fase wordt soms elektroconvulsietherapie voorgesteld.[2][3]

Ook als een patiënt stabiel is, is behandeling noodzakelijk. Dit in het kader van het voorkomen van nieuwe episoden, of het vroegtijdig herkennen van nieuwe episoden zodat sneller kan worden ingegrepen. Vaak wordt medicatie voor een langere periode en - niet uitzonderlijk levenslang - genomen. Dat vermindert de kans op herval aanzienlijk. Medicatietrouw kan bij patiënten met een bipolaire stoornis een probleem zijn. Soms stopt men met het nemen van de voorgeschreven medicatie als men een (hypo)manische episode doormaakt. Men voelt zich gelukkig en denkt dat de medicatie niet meer nodig is. Regelmatig psychotherapeutisch contact kan helpen een terugval te voorkomen.

Voorlichting en zelfzorg[bewerken]

Er wordt meer en meer de nadruk gelegd op preventie van nieuwe episodes door voorlichting en zelfzorg. Wanneer men inzicht krijgt in de stoornis, verhoogt de therapietrouw en de zelfredzaamheid en wordt de kans op herval kleiner. De voorlichting kan onder andere bestaan uit het vertrouwd maken met de symptomen van (hypo)mane en depressieve episodes, zodat zij die snel kunnen herkennen. Hoe vroeger men een nieuwe episode kan herkennen, hoe efficiënter en gemakkelijker eventuele behandeling kan plaatsvinden. Niet alleen de patiënt zelf, maar ook zijn omgeving kan hierin een belangrijke rol spelen.

Een episode wordt vaak uitgelokt door bepaalde (al dan niet een combinatie van) factoren. De grootste groep daarvan zijn gebeurtenissen die ook personen zonder een bipolaire stoornis kunnen (on)gelukkig maken. Voorbeelden zijn relatiebreuk, overlijden van een dierbare, ontslag, financiële tegenslagen, eenzaamheid, familiale problemen, stress of een verstoord slaappatroon. Aan de andere kant kan bijvoorbeeld een nieuwe relatie of een promotie aanleiding geven tot een (hypo)manische episode. Ook narcose staat bekend als een uitlokkende factor voor een (hypo)manie.

Een stemmingsdagboek bijhouden waarin men elke dag aanduidt hoe men zich voelt en of er gebeurtenissen hebben plaatsgevonden die een uitlokkende factor kunnen zijn, is een efficiënt middel om een nieuwe episode vroegtijdig te herkennen. Dan kan men stappen ondernemen voordat de episode ernstiger, en dus moeilijker te behandelen wordt. De patiënt en zijn omgeving kunnen door ervaring en voorlichting op den duur leren wat aanleiding kan geven tot een nieuwe episode van ontregeling.[4]

Prognose[bewerken]

De bipolaire stoornis is een ziekte die zich kenmerkt door de afwisseling tussen periodes van compleet of deels herstel en periodes waarin men terugvalt. Hoe vaker de bipolaire stoornis terugkeert, hoe slechter de prognose.

De diagnose van een bipolaire stoornis laat vaak op zich wachten, en zelfs al de diagnose er is, blijft het moeilijk om herval te voorkomen. De stoornis verslechtert vaak gedurende het leven. Therapietrouw (het blijven nemen van medicatie) wordt gezien als één van de meest belangrijkste factoren die de kans op herval verminderen. De medicatie die gebruikt wordt bij de bipolaire stoornis veroorzaakt echter vaak bijwerkingen. Om deze, en om andere redenen (zoals het niet accepteren van de diagnose), nemen meer dan 75% van de patiënten hun medicatie inconsistent en wordt zo het risico op herval beduidend groter.

Patiënten waarbij sprake is van rapid cycling (vier of meer episodes per jaar) kennen de slechtste prognose, onder andere door zelfverminking en suïcide. Wanneer bipolaire stoornis in de familie voorkomt, is de kans op (hypo)manische episodes groter. Een vroegtijdig optreden van de ziekte en psychoses hebben ook een slechtere prognose.

De vroegtijdige herkenning en interventie verbeteren de prognose omdat symptomen dan minder erg zijn en beter reageren op therapie. Het optreden van de ziekte na de adolescentie wordt gelinkt aan een betere prognose voor beide geslachten, maar mannen hebben minder vaak last van depressies. Voor vrouwen blijkt een goed sociaal functioneren voor de diagnose en het feit dat ze moeder zijn, zelfmoordpogingen te voorkomen.

Het is belangrijk om in gedachte te houden dat een diagnose vaak pas jaren na het begin van de ziekte ontstaat. Er zijn gevallen waar mensen van een middelbare leeftijd de diagnose pas kregen 20 jaar nadat ze zelf merkten dat er iets mis was. Nu wordt de ziekte veel sneller herkend.

Ondanks de heel ambitieuze doelen die vaak worden gesteld tijdens een manische episode, zorgen de symptomen van een manier ervoor dat die doelen niet kunnen worden bereikt. 1 op 3 mensen met een bipolaire stoornis blijven werkloos voor een jaar volgend op een opname wegens manische symptomen. Depressieve symptomen tijdens en tussen episodes (die veel meer voorkomen dan hypomanische en manische symptomen) worden geassocieerd met een lager functioneel herstel, zoals lange periodes van werkloosheid.

Suïcide[bewerken]

Het risico op zelfmoord bij een bipolaire stoornis is groot. De bipolaire stoornis wordt gezien als één van de psychische stoornissen met de grootste kans op zelfmoord. Geschat wordt dat minstens 30% van de mensen met een bipolaire stoornis minstens één poging in zijn leven, 20 keer hoger risico dan bij de gemiddelde populatie.[5] en vele pogingen zijn succesvol. Geschat wordt dat 15 % van de personen met een bipolaire stoornis sterven door zelfmoord.[6] Vooral de impulsiviteit van een manie, gecombineerd met depressieve gevoelens, leidt tot een verhoogd risico op suïcide.

De levensverwachting van een persoon met een bipolaire stoornis ligt 9 á 20 jaar lager dan het gemiddelde.[7]

Oorzaken[bewerken]

Een bipolaire stoornis wordt waarschijnlijk veroorzaakt door verschillende factoren die deels met elkaar samenhangen. Er blijft echter veel onduidelijkheid.

Biochemisch[bewerken]

Volgens verschillende onderzoeken naar biochemische factoren in relatie tot een bipolaire stoornis hebben noradrenaline, dopamine en serotonine een belangrijke rol bij deze stemmingsstoornis. Hiervan is een tekort bij een depressieve episode en waarschijnlijk een overvloed bij een manie.

Mogelijk is een andere oorzaak een tekort aan vetzuren zoals omega 3 in de kindertijd of in latere levensfasen. Deze vetzuren staan bekend als DHA en EPA. Er zijn conclusies en bevindingen uit onderzoeken waarin omega 3-vetzuren (EPA en DHA) worden toegepast op depressieve patiënten en/of patiënten met psychische aandoeningen zoals ADHD, bipolariteit, schizofrenie en autisme.

Biogenetisch[bewerken]

Uit veel onderzoeken blijkt dat de individuele kwetsbaarheid c.q. erfelijkheid een belangrijke factor zou kunnen zijn voor een bipolaire stoornis. De kans op deze stemmingsstoornis is bijvoorbeeld groter wanneer naaste familieleden ook aan de stoornis lijden. De kans dat kinderen van een ouder met de bipolaire stoornis zelf ook lijden aan de bipolaire stoornis is 20%. Als beide ouders de bipolaire stoornis hebben dan is de kans dat kinderen de stoornis ontwikkelen 50%.

Cognitief[bewerken]

Door verstoorde denkprocessen kan men een negatief zelfbeeld ontwikkelen wat bijdraagt aan een depressie. Door de cognitieve disfunctie kan de betrokkene een pessimistisch denkpatroon krijgen en zich bijvoorbeeld waardeloos voelen. Dit kan een depressie veroorzaken of een terugval en de duur bevorderen.

Leertheoretisch[bewerken]

Door echt en vermeend falen, kunnen mensen ervan overtuigd raken dat alles in het leven bij hen mislukt en dat zij geen grip meer hebben op het leven. Dit kan een factor zijn bij de ontwikkeling van een depressie. Er wordt dan gesproken over een ‘aangeleerde hulpeloosheid’.

Object- verliestheoretisch[bewerken]

Dit is een pschoanalytische theorie die gaat over een onderbroken hechtingsproces tijdens de eerste 6 maanden van het leven. Na het verlaten of het scheiden van een belangrijk persoon in deze levensfase gaat het kind zich terugtrekken van anderen.

Verdere mogelijke oorzaken[bewerken]

A.L. Querido (psychiater) schrijft over de verschillen tussen psychische factoren en psychosociale factoren. Dit zijn respectievelijk interne, persoonsgebonden factoren en externe, omgevingsgebonden factoren, die invloed hebben op de binnenwereld.

Zowel positieve als negatieve gebeurtenissen, zoals promotie of echtscheiding, kunnen stress met zich meebrengen. Te veel stress (voor iemand die daar vatbaar voor is) kan bijdragen aan depressie of manie. Daarnaast is de sociale omgeving ook een belangrijke factor. Het is wetenschappelijk aangetoond dat iemand beter functioneert als hij deel uitmaakt van een groep (of netwerk) waarbinnen hij geaccepteerd en/of ondersteund wordt.

Bij psychische factoren gaat het onder andere over levensgebeurtenissen uit het verleden die niet goed verwerkt zijn (trauma). Naast het feit dat de kans op (niet-chronische) depressie vergroot wordt na een traumatische gebeurtenis, spelen problemen bij de verwerking ervan een rol bij het ontwikkelen van (chronische) manie of depressie. Het blokkeren van pijnlijke herinneringen en/of gevoelens kan leiden tot een verstoring in het gevoelsleven, en zo tot bipolariteit.

Verstoorde ontwikkeling[bewerken]

Een psychoanalytische theorie stelt dat er tijdens de opvoeding van een kind een haat-liefdeverhouding zou kunnen ontstaan tussen het kind en de moeder/verzorger op weg naar onafhankelijkheid. De verzorgende zal het kind opdragen te gehoorzamen, ook wanneer dit ten koste gaat van diens behoeften en verlangens. Het kind wil aan de verwachtingen van de ouder(s) voldoen, maar tegelijkertijd is hij/zij kwaad over hun eisen. De bipolaire stoornis zou dan voortkomen uit de verstoorde ego-ontwikkeling waarbij woede zich naar binnen keert (depressie). Door de ontkenning van deze innerlijke depressie zou zich een spiegelbeeld manifesteren. Het aldus gevormde superego zou dan leiden tot manisch gedrag.

Drugs en alcohol[bewerken]

Het is in de meeste gevallen zo dat bepaalde verslavende middelen die de stemming ontregelen, zoals drugs en alcohol, een bipolaire stoornis kunnen 'triggeren' en verder in de hand kunnen werken bij mensen die daarvoor gevoelig zijn.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]