Marc-René de Voyer de Paulmy d'Argenson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Portrait - Marc-René Voyer d'Argenson (1771-1842).jpg
Dragonders van het koninkrijk Frankrijk
Kasteel van Les Ormes (Poitou) waar de Voyer zich stil hield tijdens de terreur van de Franse Revolutie
Antwerpen, 19e eeuw
Tweede Kamer, Parijs 1830

Marc-René-Marie markies en baron de Voyer de Paulmy d'Argenson (Parijs 10 september 1771 - Parijs 1 augustus 1842) was een Frans aristocraat in de 18e en 19e eeuw. Hij was prefect in Antwerpen van 1809 tot 1812 en was jarenlang Frans parlementslid (1815-1834).

Jonge militair[bewerken]

Hij stamde uit de familie van graven en markgraven van Argenson. Hij verloor vroeg zijn vader en groeide op bij een oom in Straatsburg. Zijn oom, zoals de rest van zijn familie, was een militair in dienst van de Franse koningen. De jonge de Voyer ging ook voor een militaire carrière en dit bij de koninklijke dragonders aan de Maas. Van een andere oom erfde hij de titel van markies d'Argenson. De Voyer dweepte met generaal La Fayette en diens revolutionaire ideeën. De Voyer maakte als 20-jarige officier deel uit van zijn militaire staf. Het was niet evident dat een aristocraat met zulk een fortuin en grondbezit, een fanatieke revolutionair werd. Voor de Voyer begonnen de eerste moeilijkheden nadat hij zijn zus had begeleid op haar emigratie naar Engeland. Hij werd immers verdacht van contra-revolutionaire ideeën. De Terreur van de Franse Revolutie zou zijn houding verder beïnvloeden. In 1792 ontvluchtte zijn mentor La Fayette het woelige Frankrijk. In 1794 werd zijn vriend prins Victor Claude de Broglie (1756-1794) onthoofd; de Broglie maakte eveneens deel uit van de entourage van La Fayette[1].

Stilte van de Poitou[bewerken]

De Voyer huwde weduwe de Broglie en voedde haar 4 kinderen mee op. Zo beschermde hij haar ook van gerechtelijke vervolging. Samen hadden ze nog eens 4 kinderen[2]. Het koppel de Voyer-de Broglie leefde teruggetrokken op het kasteel van Les Ormes in Poitou, waar zijn familie grootgrondbezitter geweest was voor de Revolutie[3]. De Voyer hield zijn revolutionaire en politieke ideeën opvallend stil in de jaren 1795-1800. Hij concentreerde zich op landbouwtechnieken op zijn kasteeldomein. Hij organiseerde tevens in de Elzas een staalfabriek, met behulp van kennis die hij in Engeland had opgedaan.

Met het bestuur van Napoleon Bonaparte keerde de Voyer terug naar de Franse politiek. Hij werd actief in het departement Vienne, voormalig Poitou, waar hij verbleef met zijn familie.

Prefect in Antwerpen[bewerken]

Napoleon benoemde hem tot prefect in de Franse Nederlanden. Hij trok naar Antwerpen waar hij het departement Deux-Nethes bestuurde (1809-1813). Hij maakte er de Walcherenexpeditie van de Britten mee en gaf, met zijn militaire ervaring, adviezen vanuit Antwerpen aan de vechtende Fransen. De Fransen verdreven de Britten uit Walcheren. De Voyer kreeg als beloning van Napoleon de titel van baron van het keizerrijk. Voor verdere uitbouw van de haven van Antwerpen kreeg hij als adjunct-prefect, de jurist de Laussat. De Voyer hield zich bijzonder bezig met de militaire verdediging van Antwerpen. De druk van Napoleon op de Antwerpse prefect nam belangrijk toe. Dit was te wijten aan de onrust van de Antwerpenaren door toenemende taksen en verplichte arbeid. De Antwerpse burgemeester de Weynsbroeck leidde het protest tegen het Frans bestuur. Napoleon was woest en eiste de onmiddellijke confiscatie van alle bezittingen van de Weynsbroeck. Prefect de Voyer zag deze repressie niet zitten en nam ontslag (1813). De Voyer zou de opening van de Grand Bassin, vandaag Willemdok, niet meer meemaken (1813). Hij trok zich terug, deze keer niet in Poitou, maar in de Elzas. De Voyer legde zich toe op de exploitatie van zijn staalfabriek.

Parlementair in Parijs[bewerken]

Met de terugkeer van de monarchie (1815) keerde de Voyer terug naar de Franse politiek. Hij was parlementslid in de Chambre Introuvable en nadien in de Kamer van Afgevaardigden in Parijs. Hij nam deel aan de parlementsverkiezingen in verschillende departementen, alnaargelang zijn kansen op verkiezing goed lagen. Zo werd hij onder meer verkozen voor de Haut-Rhin (1817 en 1822) en de Bas-Rhin (1831) in de Elzas, maar ook in de Eure (1828) en Vienne (1830). Politiek was zijn interesse links-liberaal met vrijheid van godsdienst, vrijheid van drukpers en de rechten van de burger als thema's. Hij was lid van de Société des Droits de l'Homme in Parijs en publiceerde hier regelmatig over. Economisch lag zijn interesse in vrij ondernemerschap. In de Kamer kwam hij regelmatig tussen ten voordele van investeringen in mijnen en fabrieken[4]. Hij voerde oppositie tegen de reactionaire regering van koning Karel X. De komst van het regime van Lodewijk Filips van Orleans, de koning-burger (Julirevolutie 1830) vond hij een goede zaak: des heros citoyens qui nous ont sauvés[5][6].

In 1834 verliet hij de Kamer van Afgevaardigden en hij stierf in 1842 in Parijs. Hij is begraven op het kerkhof van Montmartre.