Marcellus Bles

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Marcellus Bles (Tilburg, 9 juni 1715 - Moergestel, 3 november 1797) was koopman bij de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), geldschieter voor Tilburgse industriëlen en vanaf 1761 heer van Moergestel.

Familie Bles[bewerken | brontekst bewerken]

Marcellus' familie was Nederduits Gereformeerd. De opa van Marcellus was in 1680 naar Udenhout en vervolgens naar Helvoirt getrokken teneinde in het zuiden openbare functies te vervullen die toen aan protestanten waren voorbehouden. De vader van Marcellus, Govert Bles (1675-1747), trok in 1699 naar Tilburg en was daar ouderling, klerk ter gemeentesecretarie en schepen. Hij was gehuwd met Arnolda Cloostermans met hij zes kinderen kreeg; vier dochters en twee zonen. Beide zonen zouden aanzienlijke belangen verwerven in de koloniën van de Republiek. Marcellus, het oudste kind, in (Nederlands) Oost-Indië en Cornelis Bles in Suriname, West-Indië.

Oost-Indië[bewerken | brontekst bewerken]

Op 12 februari 1736 vertrok Marcellus met de Noordwaddingsveen naar Batavia op Java, alwaar hij op 25 augustus van hetzelfde jaar arriveerde. Daar trad hij als onderkoopman in dienst van de VOC.

In 1744 reisde hij van Batavia naar Ceylon, nu Sri Lanka geheten, waar hij werkzaam was als secretaris van het gouvernement. Te Colombo trouwde hij op 24 december 1747 met Anna Maria de Caauw. Het echtpaar kreeg zes kinderen die allen in Ceylon geboren werden. In de koloniën vergaarde Marcellus een aanzienlijk kapitaal. Op het kantoor van de VOC te Amsterdam werd het geld van hem geïnd door zijn moeder.

Omstreeks 1755 verhuisde hij naar Quilon in het huidige India, waar hij werkte tot januari 1758. Zijn vrouw was toen mogelijk al gestorven.

In 1759 voer Marcellus met de Overnes terug naar Amsterdam, alwaar hij op 6 juli van dat jaar nog een bedrag inde van bijna 5.000 gulden.

Moergestel[bewerken | brontekst bewerken]

Kasteel Nieuwenhof in 2007

Op 1761 kocht Marcellus voor 4.150 gulden Kasteel Nieuwenhof te Moergestel, ofwel seekere Casteel off Heeren Huijsinge, van outs genaamt Nieuwenhoff met schuur, stallinge, schop, hof en aangelag. Voorwaarde was wel dat hij bij off ontrent het voorn. kasteel sal hebben doen bouwen eene boere huijsinge met stal, schuur, schop en verdere noodwendigheeden bequaam in ordre en bewoonbaar, om de verkoper, Jacobus Schoonus, van het kasteel in te huisvesten. Aldus werd Marcellus heer van Moergestel. Het kopen van een heerlijkheid door een protestantse koopman kwam in Noord-Brabant veelvuldig voor.

Rond 1887 had Marcellus Bles in Moergestel een Afrikaanse dienstknecht, Johannes Pauli genaamd. Deze was enkele jaren 'diender tot Moergestel' waarna hij veldwachter werd in Hilvarenbeek, waar Cornelis grond in bezit had.[1]

Tilburg[bewerken | brontekst bewerken]

Marcellus speelde een rol als geldschieter voor de opkomende textielindustrie in Tilburg, zijn geboortestad. Zo leende hij aan de door Martinus van Dooren en Gerardus Dams in 1783 opgerichte textielfirma Van Dooren & Dams een bedrag van 4.000 gulden. Mogelijk is dit bedrag gebruikt voor de bouw van een volmolen, die in 1799 in gebruik werd genomen. Hiervan heeft Marcellus zelf nooit de vruchten gezien, want hij overleed in november 1797.

Opmerkelijk is dat in de periode dat Marcellus in Oost-Indië verbleef er drie VOC-schepen zijn geweest die de naam Kasteel van Tilburg droegen. Het eerste heeft gevaren van 1737 tot 1740. Het tweede schip voer vanaf 1746 maar werd in 1752 omgedoopt tot Diemen. Een derde schip, dat eerst Diemen heette, werd in datzelfde jaar hernoemd in Kasteel van Tilburg. Dit schip maakte nog enkele reizen in de Indische Oceaan en werd uit de vaart genomen in 1764. De schepen transporteerden soldaten, werklieden en slaafgemaakten en goederen als wapens, textiel, koffie, suiker en rijst.

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Marcellus Bles werd 81 jaar oud en is op 3 november 1797 begraven in Moergestel.