Marcellus van Tanger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Marcellus van Tanger (? - Tanger, 298) was een Romeins centurion. Zijn legioen was gelegerd in Spanje. Op het verjaardagsfeest van keizer Maximianus wierp hij zijn wapens en harnas af en riep hij bij het aanreiken van de wierook: "Hoe vervloekt is mijn bezigheid die mij verplicht om te doden en mij belet een dienaar van Christus te zijn." Voor het proces werd hij naar de verantwoordelijke gouverneur in Tanger gestuurd. Toen hij bij de prefect zijn woorden herhaalde, werd hij ter dood veroordeeld. Volgens de overlevering had Marcellus twaalf zonen, die allen de marteldood stierven: Claudius, Lupercus en Victorius van León, Facundus en Primitivus van Sahagun (-300), Hemiterius en Cheledonius (ook Celedonius) van Calahorra (- 300), Servandus & Germanus van Cadiz (-300), Faustus, Januarius en Marcialis van Cordova (-304).

Zijn feestdag is op 30 oktober. Hij is de patroonheilige der gewetensbezwaarden. Op zaterdag 29 maart 1493 werden de stoffellijke resten van Marcellus, gevonden in Tanger, door Fernando van Aragon naar León overgebracht in de Marcelluskerk. Het kerkhof in Tanger is te bezoeken en ligt ten zuiden van de Medina, naast de voormalige Duitse ambassade.