Marcus Aemilius Lepidus (consul in 6)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Belangrijkste leden van de gens Aemilia.

Marcus Aemilius Lepidus[1] is een kleinzoon van Lucius Aemilius Paulus, zoon van Cornelia Scipio, schoonbroer van Augustus' kleindochter Vipsania Iulia Agrippina en vader van Aemilia Lepida.

In 6 is hij consul samen met Lucius Arruntius.

Hij wordt door Tacitus genoemd als één van de door Augustus in zijn laatste gesprekken aangeduide capaces imperii (cf. mogelijke opvolgers).[2] Van deze capaces imperii is hij de enige die een natuurlijke dood is gestorven in 33.[3]

Hij verdedigde Gnaius Calpurnicus Piso[4] op diens proces van de vergiftiging van Germanicus.

Lepidus krijgt zelf een complimentje van Tiberius, wanneer hij een dichter, beschuldigd van een crimen maiestatis (cf. majesteitsschennis), wil laten verbannen in plaats van executeren. Hij krijgt echter enkel de steun van één oud-consul, terwijl de rest van de senaat voor executie stemde.[5]

Hij is nadien nog gouverneur van Pannonia, Hispania Tarraconensis en Asia. Wanneer Tiberius hem in 21 het gouverneurschap over Africa aanbiedt, weigert hij het aanbod, omwille van zijn slechte gezondheid en kinderen.

Noten[bewerken]

  1. Ivm. de keuze voor Marcus (M.) ipv. de wijziging in Manius (M'.) zie Tacitus, Annales: I-VI, comm. F.R.D. Goodyear, Cambridge, 1972, p. 187; alsook in R. Syme, The Augustan Aristocraty, Oxford, 1986, p. 129. Deze wijziging moet aangebracht worden in Tac., Ann. I 13.2; III 11.2, 35.1, 50.1; IV 20.2, 56.3; VI 5.1, 27.4.
  2. Tac., Ann. I 13.2.
  3. Tac., Ann. I 13.3., VI 27.4.
  4. Deze Gnaius Calpurnius Piso wordt door Tacitus genoemd als capax imperii ipv. Lucius Arruntius (Tac., Ann. I 13.3.).
  5. Tac., Ann. III 50 - 51.1.

Beknopte bibliografie[bewerken]