Mare Vaporum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Mare Vaporum. De krater Manilius is de grote krater rechts van de mare. Hyginus is in het zuiden te zien als een lichtgekleurde streep. Geheel links ligt de bergketen Montes Apenninus.

Mare Vaporum (Latijn: zee der mist) is een mare in het centrale gedeelte van de naar de Aarde toegekeerde kant van de Maan.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

De diameter van Mare Vaporum is 245 kilometer en het oppervlak 55.000 km². De maankorst rondom de mare komt uit het Vroeg Imbrium, terwijl het vloedbasalt zelf jonger is en uit het Eratosthenium komt. Het inslagbekken dat door het basalt is opgevuld, is onderdeel van het bekken van Oceanus Procellarum.

Locatie[bewerken | brontekst bewerken]

Mare Vaporum ligt ten zuiden van de boogvormige bergketens Montes Apenninus en Montes Haemus.

Naamgeving[bewerken | brontekst bewerken]

De benaming Mare Vaporum is afkomstig van Giovanni Battista Riccioli [1]. Eerder kreeg dit gebied van Michael van Langren de benaming Fretum Catholicum [2]. Johannes Hevelius gaf aan bepaalde gedeelten van dit gebied afzonderlijke benamingen. Het noordoostelijk gedeelte noemde hij Bosporus, sinus Propont. ad. [3]. Het westelijk gedeelte kreeg de benaming Hellespontum, sinus Propont. ad. [4]. Het zuidelijk gedeelte noemde hij Sinus Propontis [5]. Pierre Gassendi gaf aan het gebied dat later officieel erkend werd als Mare Vaporum de benaming Hecates Penetralia [6].

Rima Hyginus en N°46, de vloer van Hyginus[bewerken | brontekst bewerken]

Ten zuiden van de mare is vanaf de aarde een chevronvormige lijn te zien, dit is Rima Hyginus met in het midden ervan de inslagkrater Hyginus. De vloer van deze krater is gedeeltelijk bezaaid met onregelmatige maregebiedjes (Irregular Mare Patches, IMPs). De vloer van Hyginus staat op N°46 in de lijst van IMPs. Ten westen van de mare ligt de bergketen Montes Apenninus.

J.N.Krieger's en R.König's Schneckenberg[bewerken | brontekst bewerken]

Net ten noorden van Rima Hyginus, tegen de zuidelijke rand van Mare Vaporum, ligt een slakkenhuisvormige formatie die door de selenografen Johann Nepomuk Krieger (1865-1902) en Rudolf König (1865-1927) Schneckenberg werd genoemd. Deze benaming werd echter niet officieel verklaard door de Internationale Astronomische Unie (IAU), maar is wel nog te zien op sommige maankaarten zoals de door Hans Schwarzenbach ontworpen Hallwag maankaart.

Hyginus N (Klein's krater)[bewerken | brontekst bewerken]

Net ten oosten van J.N.Krieger's en R.König's Schneckenberg, tegen de zuidelijke rand van Mare Vaporum, meende de Duitse selenograaf Hermann Joseph Klein (1844-1914) op 19 mei 1877 met behulp van een 5.5-inch (140-mm) refractortelescoop te Keulen, een nieuwe krater te hebben ontdekt. Zijn ontdekking was echter het resultaat van de combinatie van de optisch-psychologische verschijnselen Clair-obscur en Trompe-l'oeil. Gedurende de periode dat H.J.Klein's ontdekking voor waar werd aanzien, kreeg deze formatie de benamingen Hyginus N, Hyginus Nova, en Klein's krater.

Donker halokratertje ten westen van Manilius[bewerken | brontekst bewerken]

Gedurende Volle Maan is ten westen van de heldere inslagkrater Manilius, in het noordoostelijke gedeelte van Mare Vaporum, een donker halokratertje te zien. Dit donker halokratertje werd gedurende de missie van Apollo 15 vanuit een baan om de maan gefotografeerd, zie Hasselblad foto AS15-93-12683 (Magazine 93-P) [7].

Noord en Zuid Amerika ten westen van Manilius[bewerken | brontekst bewerken]

Ten westnoordwesten van het donker halokratertje dat zich westwaarts van Manilius bevindt liggen enkele depressies waarvan een tweetal qua vorm sterk doen denken aan het continent Amerika. Het noordelijk gedeelte (Noord Amerika) bevat het onregelmatig maregebiedje dat gecatalogiseerd is als N°30. Het zuidelijk gedeelte (Zuid Amerika) bevat N°84. Iets ten zuidoosten van N°84 ligt N°37.

Lacus Felicitatis en Ina[bewerken | brontekst bewerken]

Net ten noorden van Mare Vaporum ligt het kleine mare gebiedje Lacus Felicitatis met de D-vormige depressie Ina, een van de grootste onregelmatige maregebieden op de maan. Deze D-vormige depressie (Ina) werd toevallig ontdekt op de orbitale maanfoto's gemaakt tijdens de missie van Apollo 15 in de zomer van 1971. Ina kan, mede dankzij digitale webcamtechnologie, gevonden worden met een niet al te kleine amateurtelescoop.

Lichtende V[bewerken | brontekst bewerken]

Ten zuidwesten van Mare Vaporum, net ten noord-noordoosten van krater Ukert, kan tijdens de schijngestalte Eerste kwartier een lichtende V worden waargenomen. Dit is een clair-obscur verschijnsel dat vooral opvalt tijdens het waarnemen van de maan met een amateurtelescoop. Op hetzelfde moment van het verschijnen van de lichtende V kan ook de lichtende X ter hoogte van de zuidelijke kraters Blanchinus, la Caille, en Purbach worden waargenomen.

Rima Yangel'[bewerken | brontekst bewerken]

Net ten zuiden van Lacus Felicitatis, aan de noordrand van Mare Vaporum, ligt het kratertje Yangel' (Manilius F) met de oost-west gerichte rille Rima Yangel' die door menig selenograaf uit het pre-digitale tijdperk vergeten werd tijdens het maken van maankaarten. Rima Yangel' kan geen schaduwen tonen tengevolge van de oost-west richting ervan.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

Het raadselachtige object Morotcha[bewerken | brontekst bewerken]

Wat Morotcha precies is moet nog onderzocht worden, maar de benaming ervan (Morotcha) is te zien op de maankaart van Rand McNally, omstreeks het noordelijk gedeelte van Mare Vaporum.

Literatuur en maanatlassen[bewerken | brontekst bewerken]

  • T.W. Webb: Celestial Objects for Common Telescopes, Volume One: The Solar System (met beschrijvingen van telescopisch waarneembare oppervlaktedetails op de maan).
  • Tj.E. De Vries: De Maan, onze trouwe wachter.
  • A.J.M. Wanders: Op Ontdekking in het Maanland.
  • Times Atlas of the Moon, edited by H.A.G. Lewis.
  • Patrick Moore: New Guide to the Moon.
  • Harold Hill: A Portfolio of Lunar Drawings.
  • Antonin Rukl: Moon, Mars and Venus (pocket-maanatlasje, de voorganger van Rukl's Atlas of the Moon).
  • Antonin Rukl: Atlas of the Moon.
  • Tony Dethier: Maanmonografieën (Vereniging Voor Sterrenkunde).
  • Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature.
  • The Hatfield Photographic Lunar Atlas, edited by Jeremy Cook.
  • William P. Sheehan, Thomas A. Dobbins: Epic Moon, a history of lunar exploration in the age of the telescope.
  • Ben Bussey, Paul Spudis: The Clementine Atlas of the Moon, revised and updated edition.
  • Charles A. Wood, Maurice J.S. Collins: 21st Century Atlas of the Moon.
  • John Moore: Irregular Mare Patches on the Moon.