Margaretha van Lotharingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De zalige Margaretha van Lotharingen.

Margaretha van Lotharingen (Vaudémont, 1463 - Argentan, 2 november 1521) was van 1488 tot 1492 hertogin van Alençon en clarissenzuster uit het huis Lotharingen. Ze wordt door de Rooms-Katholieke Kerk vereerd als zalige.

Levensloop[bewerken]

Margaretha was een dochter van graaf Ferry II van Vaudémont en Yolande van Lotharingen, dochter van hertog René I van Anjou. Nadat haar vader in 1470 overleed, verbleef Margaretha de volgende tien jaar aan het hof van haar grootvader René I van Anjou in Avignon. Net als haar broers en zussen kreeg ze een strenge religieuze opvoeding. Na de dood van haar grootvader in 1480 keerde Margaretha terug naar Lotharingen en vestigde ze zich aan het hof van haar broer, hertog René II van Lotharingen. Daar stond ze sterk onder invloed van haar schoonzus Filippa van Egmont.

Op 14 mei 1488 huwde de toen 25-jarige Margaretha in Toul met hertog René van Alençon (1454-1492). Ze kregen drie kinderen:

Na de dood van haar echtgenoot in 1492 nam Margaretha tot in 1509 het beheer van diens gebieden op zich, in naam van haar minderjarige kinderen. Ook bekommerde ze zich om de opvoeding van haar kinderen en zorgde ze voor standsmatige huwelijkspartners. Onder de invloed van de met haar bevriende Franciscus van Paola ging Margaretha een ascetisch leven leiden. Ze stichtte talrijke kerken en clarissenkloosters en liet ook hospitalen voor armen en zieken bouwen.

Nadat haar oudste zoon Karel in 1509 in het huwelijk trad, trok Margaretha zich terug uit het hofleven en vestigde ze zich in het Slot Essai nabij Sées. Ze leidde er een geestelijk leven en deed geregeld aan zelfkastijding. Ze deed dat zo hevig dat de bisschop van Sées haar moest aanmanen om het rustiger aan te pakken. In 1513 trad ze toe tot het clarissenklooster van Mortagne. Zes jaar later, in 1519, trad ze in tot het door haar gestichte clarissenklooster van Argentan, waar ze een eenvoudig en sober leven leidde. Op 11 oktober 1520 legde Margaretha de ordegelofte af. In november 1521 stierf Margaretha op 58-jarige leeftijd in het klooster van Argentan en ze werd er ook bijgezet. In 1793 werd haar graf tijdens de Franse Revolutie ontwijd. Vervolgens werd Margaretha begraven op het officiële kerkhof van Argentan.

Via haar dochter Françoise was Margaretha een overgrootmoeder van koning Hendrik IV van Frankrijk.

Zaligverklaring[bewerken]

Koning Lodewijk XIII van Frankrijk kon paus Urbanus VIII begin 17e eeuw overtuigen om een zaligverklaringsproces voor Margaretha in gang te zetten, waarbij haar deugdzame leven en aan haar toegeschreven wonderen onderzocht werden. In oktober 1624 werd het graf van Margaretha geopend en zou haar lichaam ongeschonden aangetroffen zijn. De procedure leverde uiteindelijk niets op, maar dat betekende niet het einde van haar zaligverklaringsproces. Uiteindelijk werd ze op 10 maart 1921 door paus Benedictus XV erkend als zalige in de Rooms-Katholieke Kerk. Haar naamdag werd vastgelegd op 2 november, haar sterfdatum.