Marginale toetsing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Marginale toetsing betekent dat een rechter nagaat of de overheid een besluit in een gegeven geval in redelijkheid, gelet op de daarbij betrokken belangen, had mogen nemen. Zij oordeelt dan niet over de inhoud van het besluit zelf, maar kijkt alleen of het besluit op de juiste manier tot stand is gekomen. Marginale toetsing kan alleen worden toegepast bij een discretionaire bevoegdheid van een overheid. Daarmee treedt ze niet in de bevoegdheid van degene die het besluit nam, die blijft zelf voor de inhoud van het besluit verantwoordelijk en behoudt daarmee zijn beleidsvrijheid. Een rechter kan bij marginale toetsing niet zelf een ander besluit nemen. Zij kan het hoogstens vernietigen. Alleen een rechter kan een marginale toetsing doorvoeren, een overheid kan dit niet.

Marginale toetsing komt veel voor in de administratieve rechtspraak, rechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een overheidsorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen burgers en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is overigens de moderne naam voor wat vroeger administratief recht heette.

Bijvoorbeeld: een gemeente besluit om tot onteigening over te gaan. Dit is een individuele bestuurshandeling van deze gemeente, waartegen beroep mogelijk is bij de Raad van State. Deze kan echter alleen controleren dat de onteigening conform de wet is gegaan en kan niet over de onteigening zelf beoordelen. Het enige dat de rechter dus kan doen is controleren dat de beslissing niet kennelijk onredelijk is.