Maria Christina van Oostenrijk (1742-1798)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maria Christina Johanna Josepha Antonia van Oostenrijk
1742-1798
Johann Zoffany 004.jpg
Landvoogdes van de Oostenrijkse Nederlanden
Periode 1780-1793 (samen met Albert Casimir van Saksen-Teschen)
Voorganger Karel van Lotharingen
Opvolger Karel van Oostenrijk-Teschen
Vader Frans I Stefan
Moeder Maria Theresia van Oostenrijk

Maria Christina Johanna Josepha Antonia van Oostenrijk (Wenen, 13 mei 1742 — aldaar, 24 juni 1798) was het vijfde kind van keizer Frans I Stefan en keizerin Maria Theresia.

Maria Christina (ook wel Mimi of Mizzerl) was mooi, intelligent kind en een getalenteerd schilder. Ze was de favoriet van haar moeder, tot jaloezie van haar broers en zussen, en briefde al hun geheimen aan haar door.

Ze trouwde (als enige van haar zussen uit liefde) op 8 april 1766 te Wenen met Albert Casimir van Saksen-Teschen, landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden van 1780 tot 1793. Omdat Frans Stefan kort daarvoor was overleden werd er tijdens de bruiloft zwart gedragen. Het huwelijk, dat als gelukkig kan worden bestempeld, bracht Albert Casimir uit de nalatenschap van zijn schoonvader diens bezittingen rond Teschen in Silezië, waaraan de titel hertog van Teschen werd verbonden.

Tussen 1782 en 1784 werd het Kasteel van Laken te Brussel als buitenverblijf voor het paar gebouwd . Na enkele moeilijke jaren (Brabantse Omwenteling en de oorlog tegen de Fransen) vestigde het paar zich in 1795 te Wenen. Maria Christina overleed aldaar, ruim een maand na haar 56e verjaardag aan tyfus.

Maria Christina was goed bevriend met prinses Isabella van Parma, de vrouw van haar oudere broer, keizer Jozef II. Ook al ontmoetten de twee elkaar elke dag, ze schreven ook brieven naar elkaar. Alleen Isabella's brieven zijn bewaard gebleven. Uit deze brieven lijkt naar voren te komen dat deze relatie zich tot een liefdesrelatie had ontwikkeld:

Ik schrijf u opnieuw, wrede zuster, hoewel ik u nog maar net heb verlaten. Ik kan het niet uitstaan om te wachten om mijn lot te weten, en om te leren of u mij een persoon vindt die uw liefde waardig is, of dat u mij in de rivier zou willen gooien. Ik kan deze onzekerheid niet verdragen, ik kan niets anders bedenken dan dat ik waanzinnig verliefd ben. Kon ik maar weten waarom dit zo is, want je bent zo wreed dat men niet van jou zou moeten houden, maar ik kan er niets aan doen.

— Isabella van Parma[1]

Met haar broers en zussen kon ze het niet zo goed vinden; enerzijds omdat ze de lieveling van hun moeder was en anderzijds door het grote leeftijdverschil. Ze was dertien jaar ouder dan Marie Antoinette. Ook toen Maria Christina in Brussel resideerde waren de verhoudingen met haar zuster en zwager in Versailles slecht[2].

Uit haar huwelijk is een kind geboren dat al na één dag overleed, daarnaast adopteerde ze nog een kind:

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Marie Christine of Austria op Wikimedia Commons.