Maria Josepha van Beieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maria Josepha van Beieren
Maria Josepha von Bayern.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Maria Josepha Antonia Walburga Felizitas Regula
Geboren München, 20 maart 1739
Overleden Wenen, 28 mei 1767
Land Electoral Standard of Bavaria (1623-1806).svg Keurvorstendom Beieren

Maria Josepha van Beieren (München, 20 maart 1739 - Wenen, 28 mei 1767) was de docher van de Heilige Roomse keizer en Beierse keurvorst Karel Albrecht en zijn gemalin Maria Amalia van Oostenrijk, de dochter van keizer Jozef I. Door haar huwelijk met keizer Jozef II werd ze in 1765 zelf keizerin.

Biografie[bewerken]

Maria Josepha, die afstamt uit het Huis Wittelsbach werd geboren in München in het toenmalie keurvorstendom Beieren als het zevende en jongste kind van Karel Albrecht en Maria Amalia. Haar grootouders langs moeders kant waren keizer Jozef I van het Heilige Roomse Rijk en keizerin Amalia Wilhelmina van Brunswijk-Lüneburg. Langs vaders kant waren haar grootouders keurvorst Maximiliaan II Emanuel van Beieren en de Poolse prinses Theresia Kunigunde Sobieska. Haar moeder Maria Amalia was ook een nicht van haar toekomstige schoonmoeder, keizerin Maria Theresia.

Na de dood van zijn geliefde vrouw Isabella van Parma in 1763 wilde Jozef, die in 1765 keizer werd, niet meer hertrouwen. Onder druk van zijn moeder hertrouwde hij dan toch met zijn achternicht Maria Josepha op 13 januari 1765, zonder aanwezig te zijn bij het huwelijk wat wel vaker voorkwam in die tijd. Op 25 januari werd er een nieuwe ceremonie gehouden in Schloss Schönbrunn. Het huwelijk was nooit gelukkig en de keizer vond zijn vrouw, klein lelijk met een slecht gebit. De enige waar ze mee overweg kon in het paleis was haar schoonvader Frans I. Echter overleed hij in augustus 1765 waardoor zij keizerin werd.

In 1767 overleed Maria Josepha aan de pokken, net als haar voorgangster Isabella. Haar man bezocht haar niet aan haar ziekbed. Haar schoonmoeder Maria Theresia bezocht haar wel en kreeg daardoor ook de pokken, al overleefde zij wel. De keizer was zelfs niet aanwezig op haar begrafenis.