Maria Laetitia Ramolino

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maria Letizia Ramolino
Maria Laetitia Ramolino
Algemene informatie
Volledige naam Maria Letizia Ramolino
Bijnaam Madame Mère
Geboren Ajaccio, 24 augustus 1750
Overleden Rome, 2 februari 1836
Nationaliteit Corsicaans-Italiaans
Land Republiek Genua, Italië
Bekend van Moeder van Napoleon Bonaparte
Overig
Partner(s) Carlo Maria Buonaparte
Kinderen 13, zie "Kinderen"
Zie ook Huis Bonaparte

Maria Laetitia Ramolino (Ajaccio, 24 augustus 1750Rome, 2 februari 1836), genoemd Madame Mère, was de moeder van Napoleon Bonaparte. Alhoewel ze de (groot)moeder van keizers, koningen en prinsen was, had ze geen adellijke of keizerlijke titel.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Ze was de dochter van Giovanni Geronimo Ramolino (13 april 1723-1755) en Angela Maria Pietrasanta (ca. 1725-1790). Haar opvoeding was eenvoudig. Hoewel de Fransen in 1769 zeggenschap over het eiland kregen, heeft ze nooit de moeite genomen om Frans te leren. Wel sprak ze Corsicaans en een beetje Italiaans.

Ze trouwde op veertienjarige leeftijd met Carlo Maria Buonaparte op 2 juni 1764 en was de "stammoeder" van de familie Bonaparte. Ze was, naar eigen zeggen, “De enige vrouw in de geschiedenis die één keizer en zoveel koningen heeft geranseld”, hetgeen zegt dat ze een strenge vrouw was. Toen ze 35 was, stierf haar man Carlo Buonaparte (1785). Een jaar voor zijn dood was hij vertrokken naar Montpellier in Zuid-Frankrijk. Hier werd hij behandeld voor maagkanker, waar hij uiteindelijk aan stierf in 1785. Hun dochter Pauline en twee van hun zoons, Lucien en vermoedelijk ook Napoleon, sterven aan dezelfde ziekte. Na de dood van Carlo blijkt dat deze een groot aantal schulden had gemaakt tijdens zijn leven. Hierdoor raakten zij afhankelijk van de zorgen van een oom. De oudste zoon Joseph was toentertijd teruggekeerd naar Corsica, en dus was het aan de jonge Napoleon (in die tijd zestien jaar oud) om de zaken in Frankrijk van zijn vader over te nemen.

Ze moest Corsica ontvluchten en vestigde zich met haar gezin in Marseille. Haar voornaamste zorg was de carrière van haar vijf overlevende zonen en een goed huwelijk voor haar drie dochters.[1]

Haar halfbroer was Joseph Fesch die zijn neef de keizer steunde en tijdens het keizerrijk kardinaal werd. Haar mening was voor Napoleon zeer belangrijk - naar verluidt was zij erg streng in de opvoeding van haar kinderen. Er waren steeds vaker onenigheden in het gezin. Een twist tussen Napoleon en zijn broer Lucien over diens tweede huwelijk weerhield haar er zelfs van de zelfkroning van haar zoon tot keizer, in de Notre-Dame in Parijs, bij te wonen. Op het schilderij van Jacques-Louis David, "Le sacre de Napoléon", zijn Lucien en Maria Laetitia tussen de genodigden afgebeeld. In werkelijkheid verbleven zij beiden in Rome.

In 1814 bezocht ze Napoleon tijdens zijn ballingschap in Elba. Na de definitieve nederlaag van Napoleon woonde ze in het Palais Bonaparte in Rome. Ze stierf van ouderdom te Rome op 85-jarige leeftijd, een kleine vijftien jaar na de dood van Napoleon Bonaparte. Tegen die tijd was ze nagenoeg blind.

Kinderen[bewerken | brontekst bewerken]

Carlo en Laetitia kregen dertien kinderen, waarvan er acht de volwassen leeftijd bereikten:

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • De Zwitserse kunstschilderes Barbara Bansi (1777-1863) was een gezellin van Maria Laetitia Ramolino tijdens haar verblijf in Ischia.[2]
Zie de categorie Letizia Ramolino van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.