Maria Theresia van Bragança

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maria Theresia van Bragança.

Maria Theresia de Imaculada van Bragança (Kleinheubach, 24 augustus 1855 - Wenen, 12 februari 1944) was een Portugese infante en via haar huwelijk aartshertogin van Oostenrijk. Ze behoorde tot het huis Bragança.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Maria Theresia was de tweede dochter van gewezen koning Michaël I van Portugal uit diens huwelijk met Adelheid van Löwenstein-Wertheim-Rosenberg. Na de dood van haar vader in 1866 leefde ze met haar familie in het Slot Löwenstein in Kleinheubach. Ze ondersteunde haar moeder en bekommerde zich om het kleden en wassen en de opvoeding van haar broers en zussen

Op 23 juli 1873 huwde de toen 17-jarige Maria Theresia in Kleinheubach met aartshertog Karel Lodewijk van Oostenrijk (1833-1896), die al tweemaal weduwnaar was geworden. Hierdoor had ze meteen vier stiefkinderen, die ze liefdevol aannam. Maria Theresia had een innige band met haar zeer gesloten stiefzoon Frans Ferdinand en verdedigde diens morganatisch huwelijk met Sophie Chotek bij keizer Frans Jozef I. Na de dood van kroonprins Rudolf in 1889 nam Maria Theresia de positie van de meestal reizende keizerin Elisabeth als eerste dame van het keizerrijk over. Ze bleef dit ook na de dood van haar echtgenoot in 1896, aangezien haar stiefzoon Frans Ferdinand onder zijn stand was getrouwd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte ze als verpleegster van gewonde en zieke soldaten. Nadat het Oostenrijkse keizerrijk na het einde van de oorlog in 1918 in elkaar stortte, volgde Maria Theresia het laatste keizerspaar Karel I en Zita in ballingschap naar Madeira. Later kreeg ze de toestemming om te mogen terugkeren naar Wenen, waar ze in februari 1944 op 88-jarige leeftijd stierf.

Nakomelingen[bewerken | brontekst bewerken]

Maria Theresia en haar echtgenoot Karel Lodewijk kregen twee dochters: