Maria van Bourgondië (1393-1463)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maria van Bourgondië.

Maria van Bourgondië (Dijon, circa 1393 - Kalkar, 30 oktober 1463) was een Bourgondische prinses en via haar huwelijk van 1406 tot 1417 gravin en van 1417 tot 1448 hertogin van Kleef. Ze behoorde tot het huis Valois-Bourgondië.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Maria was de tweede dochter van hertog Jan zonder Vrees van Bourgondië uit diens huwelijk met Margaretha van Beieren, dochter van hertog Albrecht van Beieren, tevens graaf van Holland en Henegouwen. Ze was een oudere zus van Filips de Goede.

In mei 1406 werd ze de tweede echtgenote van graaf Adolf II van Kleef (1373-1448), die in 1417 tot hertog van Kleef werd verheven. Het echtpaar woonde in het West-Vlaamse Kasteel van Wijnendale en ze kregen volgende kinderen:

Na de dood van haar echtgenoot in 1448 werd haar zoon Johan I hertog van Kleef. Maria trok zich vervolgens terug op het kasteel van Monterberg, nabij Kalkar. Op de terugkeer na een reis naar het Midden-Oosten in 1449 bezocht Johan een Benedictijnenklooster in Bologna, waarna hij met zijn moeder besliste om een gelijkaardig klooster op te richten in Kalkar, dat een dozijn monniken zou gaan huisvesten. De bouw begon in 1453 en eindigde in 1457. In de gebouwen waren talrijke kunstwerken en een grote bibliotheek te vinden. Nadat het klooster in 1802 werd geseculariseerd, werden de kerk en de meeste gebouwen verwoest. De kunstwerken verspreidden zich naar verschillende kerken, met name de St. Nicolaikerk in Kalkar. Enkel een deel van de kloostermuur bleef bestaan.

In de 15e eeuw bloeide de wolindustrie. De rijke burgerij en de aanwezigheid van edelen als Maria trokken artiesten aan, die uitgenodigd werden naar Kalkar om olieverfschilderijen en kunstwerken in klei te maken. De kerk van Kalkar, die in 1450 werd voltooid, en het klooster waren het voorwerp van decoraties. De stad werd tot in de vroege 16e eeuw het centrum van een school beeldhouwers, waaronder Heinrich Douvermann. Ook wetenschappers als Konrad Herelsbach, adviseur van de hertogen van Kleef, humanist, jurist, leraar en landbouwer, resideerden in Kalkar. De bloeiperiode kwam ten einde halverwege de 16e eeuw, toen na de val van wolindustrie de bevolking gedecimeerd werd door pestepidemieën.

Maria van Bourgondië stierf in oktober 1463 in het kasteel van Monterberg.