Maria Machelina de Rooij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Maria van Daalen)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maria Machelina de Rooij
Muurgedicht van Van Daalen bij [voorheen] het NIAS
Muurgedicht van Van Daalen bij [voorheen] het NIAS
Algemene informatie
Pseudoniem(en) Maria van Daalen
Geboren 8 juli 1950
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep schrijver, dichter
Werk
Jaren actief jaren 60 - heden
Uitgeverij Em. Querido's Uitgeverij
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Maria Machelina de Rooij (Voorburg, 8 juli 1950) is een Nederlandse dichteres en schrijfster, bekend onder het pseudoniem Maria van Daalen.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

De Rooij werd geboren als kleindochter van Machiel Wilmink. In 1982 publiceerde ze haar eerste stuk in Trouw en bleef schrijven voor dit dagblad tot 2005. In 1983 studeerde ze af in de neerlandistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de middeleeuwse hoofse lyriek.

In 1985 debuteerde ze met een reeks gedichten in Raster nr. 34. In 1989 verscheen haar debuutbundel Raveslag die een jaar later werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. In 1992 werd ze redacteur van tijdschrift De Revisor wat ze bleef tot 1994 en schreef ook in Lust en Gratie, De Gids, DW B, Kluger Hans, Awater, Parmentier en Tzum. Ze trad op bij poëziefestivals in binnen- en buitenland.

In 1995 nam ze op voordracht van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds deel aan het International Writing Program van de Universiteit van Iowa. Ze bleef er anderhalf jaar wonen en volgde een masterprogramma in de kunsten. Van september 1998 tot juni 2000 doceerde ze Creative Writing bij de American Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tot haar studenten behoorden onder meer Tsead Bruinja en Ramona Maramis.

Ze werd ook bekend als organisator van literaire festivals. Zo nam ze het initiatief tot No[o]rdschrift, een programma met dichters uit Groningen, Leeuwarden en Bremen, dat zesmaal werd uitgevoerd. In september 1998 werd ze programmator van het Groningse Winterschrift, maar stapte kort voor het begin van het festival op. In 2010 organiseerde ze De Langste Dag, een literair eerbetoon aan grote voorhangers, en stond er samen met Jasper Henderson en René van Stipriaan in voor de programmatie.[1]

In 2003 verbleef ze met hulp van een beurs van het Fonds voor de Letteren twee maanden in Canada. Ze gaf optredens op literaire festivals (Bleu Métropolis in Montreal en Rencontre in Quebec) en maakte een studie over vodou. In 2007 mondde dit uit in haar wijding tot mambo asogwe (vodoupriesteres) te Haïti. Hierover heeft ze artikels gepubliceerd en in die hoedanigheid diverse musea en zorginstellingen geadviseerd.[2][3]

Sinds najaar 2005 woont ze in Almere. In 2006 werd ze docent Poëzie aan de Schrijversvakschool Amsterdam en bleef dit tot 2011. Van april tot oktober 2007 hield ze met Het Spreek Uur een maandelijks interviewprogramma met dichters in Corrosia Theater, Expo & Film.[4] In 2011 en 2012 gaf ze een cursus Creative Writing aan Summer School Almere. In Almere Buiten staan twee gedichten van haar op de muur van een huis.[5] Een ander gedicht staat op een muur van het NIAS, toen nog in Wassenaar.[6] In opdracht van het NIAS schreef ze het gedicht De taal van de boodschapper wat ze op 26 mei 2016 declameerde naar aanleiding van de verhuis van deze instelling naar Amsterdam.[7]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1989: Raveslag (gedichten)
  • 1992: Onder het hart (gedichten)
  • 1994: Het Hotel (gedichten)
  • 1996: Het geschenk // De maker (gedichten)
  • 2000: Elektron, muon, tau (gedichten)
  • 2003: Yo! De liefde (gedichten)
  • 2005: De zwarte engel (proza)
  • 2007: De wet van behoud van energie (gedichten)
  • 2010: My Love, you have the world cupped in your hands (gedichten; Engelstalige bloemlezing; bibliofiele editie)
  • 2013: Liefde, leven en devotie (hertaling van gedichten uit het Gruuthuse-handschrift)[8]