Marian De Smet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Marian De Smet
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Geboren 27 maart 1976
Geboorteplaats Mechelen
Land Vlag van België België
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Marian De Smet (Mechelen, 27 maart 1976) is een Belgische schrijfster van kinderboeken.

Leven[bewerken | brontekst bewerken]

De Smet studeerde woord, muziek en beeld aan de kunsthumaniora in Hasselt. Daarna volgde ze de lerarenopleiding kleuteronderwijs in Heverlee en werkt ze als kleuterjuf. Met schrijven begon ze na de geboorte van haar oudste kind.

Werk[bewerken | brontekst bewerken]

De Smet begon haar carrière als jeugdauteur met herkenbare verhalen voor peuters en kleuters. Ze debuteerde in 2001 met Op slot, een prentenboek over Anna die (met een stapel boeken) opgesloten raakt in het toilet van de bibliotheek. Ze schreef nog een aantal prentenboeken, voor in 2008 haar eerste jeugdroman verscheen: De woorden van zijn vingers. Hierin vertelt ze over de gecompliceerde relatie tussen een meisje en een dove jongen. Het boek won meteen de eerste prijs van de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen. Hierna ontwikkelde ze zich verder als auteur voor adolescenten met Geen bereik, een mysterieuze psychologische thriller, en Rotmoevie, een literaire roadmovie.

Inspiratie voor haar prentenboeken vindt ze bij haar eigen kinderen en haalt ze uit haar ervaringen als kleuterjuf. Dat resulteert in herkenbare verhalen – over bijvoorbeeld gescheiden ouders (Ik woon in twee huizen) of broers en zussen (Broertje te koop) – met veel dialogen. Haar jongerenromans zijn veeleer psychologisch. Hoewel haar verhalen spannend zijn, worden ze niet in eerste instantie voortgestuwd door de plot. Centraal staan de personages: sterke jonge mensen die zich in complexe situaties weten te redden. Ze weet de relaties tussen haar personages op een pure manier uit te diepen. Korte hoofdstukken, levensechte dialogen en een sobere taal maken haar boeken vlot leesbaar.

Bekroningen[bewerken | brontekst bewerken]