Mariinskiballet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carlotta Brianza en Paul Gerdt in Doornroosje door het Mariinskitheater in 1890.

Het Mariinskiballet is een balletgezelschap, geaffilieerd met het Mariinskitheater (Russisch: Балетная труппа Мариинского теат; Baletnaij troeppa Marinskogo teatr). Het gebouw bevindt zich in Sint-Petersburg en is een van de beroemdste ballethuizen in de geschiedenis. Het gezelschap was tot het begin van de twintigste eeuw het best bekend als het Keizerlijk Ballet. Als een gevolg van de moordaanslag op Sergej Kirov werd het huis omgedoopt tot Kirovballet. Het ballethuis kreeg zijn originele naam terug na de val van het communisme.

Het was voor dit huis dat de choreograaf-balletdanser Marius Petipa essentiële werken van het ballet liet opvoeren, onder meer de herbewerking van Giselle, Zwanenmeer, Notenkraker, Don Quichot, Schone Slaapster. Ook het meesterwerk van de twintigste eeuw Spartakus werd in dit huis als eerste opgevoerd in 1956.

Als gevolg van de Oktoberrevolutie van 1917 was de balletmeester Agrippia Vaganova vastbesloten om de traditie en de methoden van het Russisch Keizerlijk Ballet voort te zetten. Haar methode legde de fundering voor de verdere ontwikkeling van het klassieke ballet in de wereld.

De choreografieschool van het Mariinskiballet, de Vaganovaschool, vernoemd naar de meest gevierde docent Agrippia Vaganova, bracht vele van de grote dansers ter wereld voort:

Tijdens de Koude Oorlog, hoewel het ballethuis met het probleem kampte dat sommige dansers weigerden om terug te keren uit Westerse landen, maakte het ballethuis een tournee, terwijl andere huizen door de Sovjetautoriteiten naar het Bolsjojtheater in Moskou getransfereerd werden. Op deze manier verloor het huis vele dansers, zoals: Ulanova, Semenova, Noerejev, en Baryshnikov.