Mariko Peters

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mariko Peters
Mariko Peters 2.jpg
Algemene informatie
Geboren 22 april 1969
Partij GroenLinks (sinds 2001)
Titulatuur Mr., LLM
Politieke functies
2006-2012 Lid Tweede Kamer
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Mariko Peters (Berkeley (Californië), 22 april 1969) is een Nederlandse oud-politica van GroenLinks. Voor deze politieke partij zat zij van 30 november 2006 tot en met 20 september 2012 in de Tweede Kamer. Sinds 2013 werkt zij weer voor het ministerie van Buitenlandse Zaken waar zij voor haar politieke carrière ook al werkzaam was.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Peters, die een Nederlandse vader (de jurist Toon Peters, een van de oprichters van de Coornhert-Liga) en een Japanse moeder heeft, studeerde rechten aan de Universiteit Leiden waarin zij in 1995 haar doctoraalexamen behaalde. Tijdens haar studie was Peters studentassistent bij onder meer het onderzoeksinstituut Recht en Beleid. Tussen 1990 en 1992 studeerde zij Japanse literatuur en rechten aan de Universiteit van Kioto en de International Christian University. In 1996 behaalde zij haar Master of Laws aan de Columbia Law School van de Columbia-universiteit.

Juridische carrière[bewerken]

Tussen 1996 en 2000 werkte zij als advocate bij het kantoor De Brauw Blackstone Westbroek. In 2000 deed zij een praktijkopleiding Europees Mededingingsrecht aan de Grotius Academie en een jaar Clingendael. Vervolgens werkte ze als mensenrechten-jurist bij de OVSE-missie in Bosnië en Herzegovina. In 2002 maakte zij de overstap naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar zij werkte als beleidsmedewerker. In 2004 werd zij plaatsvervangend chef de poste van de Nederlandse ambassade in Afghanistan. Van augustus tot november 2006 was zij, namens de Nederlandse regering, adviseur van Rangin Dadfar Spanta, de minister van Buitenlandse Zaken van Afghanistan.

Politieke carrière[bewerken]

In september 2006 werd zij als relatief onbekende outsider op de vierde plaats van de lijst van GroenLinks voor de landelijke verkiezingen geplaatst. Zij was sinds 2001 lid van deze partij. Ze is gevraagd door Farah Karimi (oud-buitenlandwoordvoerder van GroenLinks) toen deze Afghanistan bezocht.

Peters is als mensenrechtenjurist en diplomaat betrokken geweest bij democratiseringsprocessen en armoedebestrijding. Zij profileerde zich bij de verkiezingen als een kosmopolitische kandidaat, gericht op 'internationale solidariteit, mensenrechten en vreedzame samenwerking'.

Ze hield haar maidenspeech op 7 december 2006 bij het debat over de Europese Top en zat in de parlementaire commissies Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Defensie. Ze was tevens lid van het dagelijks bestuur van de Atlantische Commissie.

Tussen 2 september 2008 en 1 januari 2009 werd Peters, die op zwangerschapsverlof was, in eerste instantie vervangen door Jolande Sap en later door Isabelle Diks. In oktober 2008 werd zij moeder van een zoontje. In januari 2011 kreeg zij een tweeling. Tijdens dit zwangerschapsverlof werd zij vervangen door Niels van den Berge. Op 11 maart 2011 keerde Peters terug in de Tweede Kamer.

Vanaf 2010 was Peters woordvoerder buitenlandse zaken, openbaar bestuur, digitale vrijheid en media & cultuur.[1]

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van september 2012 was ze niet verkiesbaar. In 2013 keerde ze terug bij haar oude werkgever, het ministerie van Buitenlandse Zaken, als senior beleidsmedewerker op de directie Stabiliteit en Humanitaire Hulp.[2]

Aantijgingen[bewerken]

In 2011 schreven diverse media over vermeende laakbare handelingen van Peters. Zo berichtte het dagblad de Volkskrant dat zij betrokken zou zijn bij een vermeende ontvoering van drie kinderen van haar partner uit een eerder huwelijk.[3] Volgens Peters was de berichtgeving onjuist. Weekblad HP/De Tijd publiceerde de correspondentie tussen de moeder van de kinderen en het ministerie van Justitie. Het blad suggereerde tevens dat Peters in 2005 namens de ambassade een subsidieaanvraag van de organisatie van haar vriend aanbevolen zou hebben bij het Prins Claus Fonds. NRC Handelsblad meldde dat de partij van Peters, GroenLinks, de zaak om zijn beloop liet omdat het belastende materiaal afkomstig van Kluijvers ex-vrouw, die jarenlang diverse media benaderde, kennelijk uit op reputatieschade[4]. In HP/De Tijd stelde Lise Witteman dat de partij haar onder druk had gezet om niets over deze affaire te schrijven en dat de partij juridische stappen overwoog.[5][6][7] Uit onderzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken bleek dat het advies van Peters aan het Prins Claus Fonds niet beïnvloed was door privégevoelens, al had ze conform de Gedragscode van het ministerie deze privé-relatie wel had moeten melden"[8]. Weekblad Vrij Nederland belichtte de rol van de media, die een front tegenover het duo leken te vormen [9] Peters klaagde bij de Raad voor de Journalistiek HP/De Tijd aan. Deze raad meende dat de beschuldigingen over kinderontvoering onvoldoende waren gefundeerd en er onvoldeonde gelegenheid tot wederhoor was geboden, maar dat de klacht ongegrond was." [10]. Thom Meens, voormalig ombudsman van de Volkskrant, stelde in 2011 dat het onbetamelijk was dat die krant de privécorrespondentie van Peters had gepubliceerd.[11].

Ook in 2011 beschuldigde een vermeend spion Peters ervan hem verraden te hebben. [12]. Peters ontkende dit.[13] De Nationale Ombudsman, de CTIVD[14] en de toenmalige minister (Henk Kamp) verklaarden de beschuldigingen ongegrond. [15]