Marilka Shlafer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Marilka Shlafer (Warschau, februari 1926 - Amstelveen, 18 november 2020) was een joodse vrouw die aan de Shoa ontsnapte door verschillende malen van identiteit te wisselen.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Mala Rivka Kizel, zoals ze eigenlijk heette, was als zesde geboren in een groot niet-geassimileerd gezin van chassidische Joden in Warschau. Mala kwam bij toeval op een katholieke school waar ze Pools en Duits leerde. Ze liet er zich Marilka noemen om minder gepest te worden. Ze had blauwe ogen en blond haar, en dat, met haar talent voor talen, heeft er toe bijgedragen dat ze de oorlog overleefde. Ze kon als kind in de oorlog relatief makkelijk het getto van Warschau in en uit sluipen. Zo smokkelde ze voedsel naar haar familie in het getto. Toen een van de andere smokkelende kinderen buiten het getto door een Duitser werd gedood, vluchtte ze en dook onder op het platteland bij de familie Gmitruk, en overleefde zo, onbewust van de uitroeiing van haar familie. Ook op het platteland ontkwam ze ternauwernood aan moordende Duitsers en antisemitische boeren. Op aanraden van de familie Gmitruk vroeg ze aan een priester een katholiek doopcertificaat, en ze heette vanaf dat moment Janina Gmitruk. Ze meldde zich als katholieke Pool bij de Duitse bezetter in Lublin en werd voor dwangarbeid naar Bremen gestuurd, en belandde vervolgens in een suikerfabriek in Wolmirstedt. Ze werd verdacht toen ze in haar slaap Jiddisch mompelde. Ze werd in een strafkamp in Maagdenburg opgesloten, maar onderzoek leverde niet op dat ze joods was. Ze wist aannemelijk te maken dat haar moeder Duits was en kreeg zo de status stateloos, wat haar meer vrijheden gaf. Daardoor was ze raciaal te superieur om als dwangarbeider te werk te worden gesteld. Ze kwam nu te werken in een Bierhaus, en noemde zich vanaf dat moment Anni. Ze werd er verliefd op een Duitse ingenieur die bij de Junkersfabriek werkte. Met een aanbevelingsbrief van haar werkgever ("Fleissig, pünktlich und Sauber") meldde ze zich op een kantoor van de Einwandererzentralstelle, een nazi-naturalisatiedienst. Na een test door een panel van 8 SS-ers werd besloten dat ze een Volksduitse was. Bij een bombardement op Maagdenburg werd het Bierhaus vernield, waardoor ze in een gezin van nazi’s te Zerbst terecht kwam. De man, Otto Möller, was een 56-jarige glasblazer die in een thermometerfabriekje werkte. Hij was getrouwd en had een dochter en twee zonen die in militaire dienst waren. De vrouw van Möller, Emma, troostte Anni als dat nodig was. Later zou Mala zeggen dat ze "een heel lieve en warme vrouw" was. Mala veinsde dat ze vegetariër was zodat ze koosjer kon blijven eten. De verjaardag van Mala werd met veel toewijding gevierd en ze zag dat ze in dit gezin meer liefde kreeg dan destijds van haar eigen ouders. Maar meer dan de helft van de gasten op haar verjaardagsfeestje droeg een hakenkruis. En hoewel ze goed werd behandeld door de Möllers moest ze ook vaststellen dat voor hen Hitler een god was. Zij namen haar als verondersteld Volksduitse ook mee naar Nazipropagandafilms die een onherkenbaar beeld van Joden gaven. Ze verbleef in Zerbst totdat de Amerikanen april 1945 het stadje innamen. Na de oorlog ging ze terug naar Warschau om te moeten vaststellen dat haar hele familie was vermoord. Ze ging naar een opvangcentrum voor joden in Łódź en schreef zich in onder haar joodse naam, Mala Rivka Kizel. Hier ontmoette ze haar latere echtgenoot Nathan Shlafer. Omdat het opvangcentrum leegliep vertrok Mala naar Wałbrzych. Mala en Nathan trouwden daar op 22 februari 1946. De Pogrom van Kielce in juli 1946 vormde de start van de uittocht van Poolse holocaustoverlevenden. Mala en Nathan trokken via Tsjecho-Slowakije naar de kibboets Lanegev in Zettlitz.

In november 1948 gingen ze in Marseille aan boord van een schip richting Israël. Ze gingen in Lod wonen. Pas achteraf drong de volle tragedie van de vernietigingskampen tot haar door, terwijl ze zelf onder een valse identiteit een relatief veilig leven had gehad in een gezin van Nazi's. Vanaf dat moment deelde ze haar eigen verhaal niet meer. Nathan en Marilka kregen een zoon en een dochter. Toen haar man een baan kreeg bij El Al op Schiphol kwam ze naar Nederland en ging in Amstelveen wonen.

Marilka Shlafer is op 94-jarige leeftijd overleden. Ze werd in Muiderberg begraven.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Mala schreef haar levensverhaal in het handschrift Zo heb ik de oorlog overleefd. Pieter van Os gebruikte dat samen met interviews en onderzoek ter plaatse voor de biografie: