Marokkanen in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marokkaanse Nederlanders
Totale bevolking 391.088 (2017)
(2,3% van de Nederlandse bevolking) [1]
Verspreiding Voornamelijk Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam, Gouda, Leiden, Noord-Brabant
Taal Nederlands, Marokkaans-Arabisch, Tarifit, Tamazight en Hebreeuws- of Judeo-Marokkaans
Geloof Voornamelijk islamitisch, kleine aantallen christenen, joden en agnosten/atheïsten
Verwante groepen Berbers, volkeren uit de Maghreb en Iberië.
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

De Marokkaans-Nederlandse gemeenschap is qua omvang de 6e etnisch-culturele bevolkingsgroep van Nederland.[2] In Nederland wonen 391.088 Marokkanen (2017, bron: CBS), waarvan iets meer van de tweede generatie dan van de eerste generatie.[1] Een groot deel van de Marokkaans-Berberse Nederlanders spreken van huis uit een van de Berbertalen en dialecten, hoofdzakelijk het Tarifit (of Riffijns). Een ander deel spreekt van huis uit Marokkaans-Arabisch. De jongere generatie spreekt onderling vaak Nederlands.

Geschiedenis[bewerken]

Relatie met zeerovers en handelaren[bewerken]

De eerste contacten tussen Nederlanders en Marokkanen stammen uit de 16e eeuw. Nederlandse handelsschepen werden toen langs de Atlantische kust en in het westelijke deel van de Middellandse Zee regelmatig overvallen door kapers uit Barbarije. Vaak namen deze zeerovers de bemanning gevangen; zo kwamen veel Nederlanders op de slavenmarkten van de steden in Noord-Afrika terecht. Het leven als vrijbuiter trok echter ook veel Nederlanders aan. Enkele tientallen van hen werden kapitein van een piratenschip en bekeerden zich tot het islamitische geloof. Sommigen van hen vielen geen Nederlandse schepen aan, en enkelen kochten zelfs Nederlandse slaven vrij in de hoop in de gratie te blijven bij de Nederlandse staat. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog sloten de Nederlanden een verbond met de Barbarijse zeerovers in de strijd tegen Spanje. In 1608 had de sultan van Marokko hiervoor de Joods-Marokkaanse handelaar en kaper Samuel Pallache naar Den Haag gestuurd. Het verdrag werd in 1610 getekend. Daarna deden kapersschepen incidenteel de Nederlandse havens aan.

Moderne geschiedenis[bewerken]

Percentage Marokkanen per gemeente en wijk. Vol rood is max 24%. Bron CBS 2007

De eerste generatie Marokkanen is in de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw als gastarbeider en als gevolg van de daaropvolgende gezinshereniging naar Nederland gekomen. De werving van Marokkaanse gastarbeiders werd beëindigd in 1973. Op dat moment waren er ongeveer 22.000 Marokkanen in Nederland. Ondanks het feit dat er niet meer geworven werd en het de bedoeling was dat de gastarbeiders terugkeerden naar het land van herkomst, nam het aantal migranten alleen maar toe. In 1980 telde Nederland 72.000 Marokkanen, in 1990 168.000 en in 2008 335.127. Van gastarbeiders was toen al lang geen sprake meer.[3] Van de 335.127 Marokkanen in Nederland is dus ongeveer 6,5% ooit als gastarbeider het land binnengekomen. In de jaren negentig van de 20ste eeuw was de gezinshereniging nagenoeg voltooid. Marokkanen die daarna het land binnenkwamen, kwamen meestal als huwelijksmigrant. De verdubbeling van het aantal Marokkanen tussen 1990 en 2008 komt echter niet alleen door huwelijksmigratie, maar ook door het hoge geboortecijfer. Ongeveer 47% van de Marokkanen die in 2008 in Nederland woonden, is in Nederland geboren.

Cultuur[bewerken]

Taal[bewerken]

Hoewel een groot deel van de eerste generatie Marokkanen in Nederland thuis een Berbertaal sprak (voornamelijk het Rifberber (Riffijns), of 'Tarifit'), is er vanuit deze gemeenschap nooit onderwijs in deze talen opgezet. In Marokko was tot voor kort geen officiële erkenning van deze talen en het schrift werd er niet onderwezen. Omdat veel ouders zelf ook geen onderwijs hadden genoten hadden zij weinig verwachtingen van onderwijs in het Berbers; zij zagen het liefst dat hun kinderen ten minste een basale kennis van het Arabisch zouden krijgen zodat zij de koran zouden kunnen begrijpen. Hiervoor waren zij echter vaak aangewezen op onderwijs dat werd georganiseerd vanuit het Arabisch schiereiland. Het Marokkaans-Arabisch verschilt echter significant met het Arabisch uit de Koran. Volgens critici zijn daarnaast de vormen van islambelijdenis op het Arabisch schiereiland en in de Maghreb niet altijd compatibel. Er is anno 2014 een groeiende wens binnen de Marokkaanse gemeenschap in Nederland om het onderwijs zelf te organiseren, om zo het groeiend salafisme te kunnen tegengaan. Berberoloog aan de universiteit Leiden Mohamed El Ayoubi werkt momenteel aan een woordenboek Rifberber-Nederlands.

Integratie in de Nederlandse samenleving[bewerken]

De tweede en derde generatie Marokkanen zijn in Nederland beter geïntegreerd dan bijvoorbeeld Turkse of Chinese leeftijdsgenoten, bleek uit een rapport, in 2004 opgesteld in opdracht van de toenmalige minister voor integratie Rita Verdonk. Marokkanen spreken vooral beter Nederlands dan deze groepen. Dit laat zich verklaren uit het feit dat er geen massamedia in het Marokkaans Arabisch en Berbers beschikbaar zijn, terwijl Turken en Chinezen volop van media in hun eigen taal gebruikmaken. Volgens een woordvoerder van het Sociaal en Cultureel Planbureau betekent het wel dat problemen daardoor eerder zich uiten buiten de eigen, sociale kring. De Marokkaanse gemeenschap is minder hecht, Marokkanen hebben minder culturele bagage om op terug te vallen en moeten daardoor eerder op zoek naar acceptatie buiten de eigen groep.[4]

Marokkanen doen vaker een beroep op sociale voorzieningen dan autochtonen. Van de Marokkanen tussen 15 t/m 64 jaar had eind september 2007 22,3% een uitkering tegen 10% van de autochtone bevolking. Dat is het hoogste percentage van de vier grote groepen niet-westerse allochtonen. De tweede generatie doet het beter op de arbeidsmarkt dan de eerste generatie. Tussen 2001 en 2007 is er, net als bij andere groepen, een daling te zien van het percentage Marokkaanse Nederlanders dat een uitkering ontvangt.[5]

Volgens het Marokkaans nationaliteitsrecht is het niet mogelijk afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. Marokkanen met de Nederlandse nationaliteit hebben daarom in principe altijd ook de Marokkaanse nationaliteit, dit geldt ook voor volgende generaties.

Positie in de Nederlandse maatschappij[bewerken]

De Marokkaanse Nederlanders, en het hieraan gekoppelde probleem met de integratie van deze bevolkingsgroep, zijn vooral sinds de opkomst van Pim Fortuyn eind 2001, een vrijwel constant maatschappelijk en politiek gespreksonderwerp. Door overlast en crimineel gedrag van bepaalde groepen Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn ze in een negatief daglicht komen te staan. Groepen jongeren in Amsterdam zijn in 2002 door de toenmalige wethouder Rob Oudkerk aangeduid met de pejoratieve term 'kutmarokkanen', wat tot veel verzet heeft geleid, aangezien het stigmatiserend is voor de gehele bevolkingsgroep Marokkaanse Nederlanders.


Bekende Marokkaanse Nederlanders[bewerken]