Martelaar (christendom)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sebastiaan, een voorbeeld van het martelaarschap

Een martelaar, martelaarster of martelares (Grieks: martys - getuige, martyrion - getuigenis) in het christendom is iemand die bereid is voor Christus of voor een uit het geloof ontstane gewetensbeslissing geweld te ondergaan en zich hiervoor desnoods te laten doden.[1]

Sommige christenen stierven de marteldood vanwege hun geloof. In de Katholieke Kerk worden martelaren die een voorbeeld kunnen zijn voor de gelovigen soms zalig of heilig verklaard.

Onder het pontificaat van paus Marcus (†336) werd een begin gemaakt met het bijhouden van een lijst van martelaren (Depositio Martyrum).

Martelaren in de geschiedenis[bewerken]

Bekend zijn de vroege christelijke martelaren die in de eerste drie eeuwen van vervolging voor de leeuwen werden geworpen of werden gekruisigd. De eerste christelijke martelaar was Stefanus. In het Nieuwe Testament wordt de term niet als zodanig gebruikt, hoewel de dood van Stefanus door steniging als martyrium er al wel beschreven staat.

In de kerkgeschiedenis zijn er verschillende bekende martelaren geweest. Ignatius van Antiochië stierf in Rome de marteldood. Polycarpus van Smyrna stierf in Smyrna de marteldood. In Noord-Afrika stierven onder andere Cyprianus, Perpetua en Felicitas en vele anderen de marteldood. De verslagen van hun dood zijn verzameld in de zogenoemde martelaarsboeken.

Recente geschiedenis[bewerken]

Ook in de recente geschiedenis van de 20e en 21e eeuw zijn er nog vele christelijke martelaren. Te denken aan de slachtoffers in het communistische China en Rusland en ook in de 21e eeuw worden er in Noord-Korea veel christenen vervolgd vanwege hun geloof en velen hebben daar met hun leven voor moeten betalen.

Iconografie[bewerken]

De H. Laurentius afegbeeld met een rooster.

In de christelijke iconografie beeldt men een martelaar uit met een attribuut of het martelwerktuig. Zo wordt de heilige Laurentius steevast afgebeeld met een rooster.

Martelaren in België en Nederland[bewerken]

In het Nederlandse taalgebied werden dergelijke getuigenissen verzameld door Adriaan van Haemstede (Adrianus Haemstedius) die in 1559 een grote verzameling documenten uitgaf onder de titel Historie der martelaren die om de getuigenis der evangelische waarheid hun bloed hebben gestort. Het boek werd na zijn overlijden steeds aangevuld, zodat de laatste editie van 1747 een overzicht geeft van de martelaren vanaf de vroege Kerk tot circa 1650. Bekende Nederlandse voorbeelden van christenen, die door de Katholieke Kerk als martelaar zijn erkend zijn de Martelaren van Gorcum (†1572) en de Friese karmeliet Titus Brandsma (†1942). Ook de doopsgezinden hebben tal van martelaren gekend.

Overdrachtelijk gebruik[bewerken]

De term wordt ook wel overdrachtelijk gebruikt voor mensen die voor een bepaalde zaak sterven. De dood van een martelaar of de veronderstelde betekenis daarvan wordt martelaarschap genoemd.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Th. Ruinart, Acta primorum martyrum sincera (1869)
  • E. Le Blant, Les actes des martyrs (1883)
  • H. Leclercq, Les martyrs. Receuil de pièces authentiques (15 dln., 1902-1926)
  • W. Knopf, Ausgewählte Märtyreakten (1929)
  • H. Delehaye, Les origines du culte des martyrs (1933)
  • J. Moreau, La persécution du christianisme dans l'empire romain (1956)
  • P. Peeters, L'oeuvre des Bollandstes (1961)
  • W.H.C. Frend, Martyrdom and persecuton in the early church (1967)
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek