Naar inhoud springen

Martin Gray (schrijver)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Martin Gray in 2012
Monument voor Gray in Ukkel

Martin Gray, geboren als Mieczysław (Mietek) Grajewski (Warschau, 27 april 1922Ciney, 25 april 2016), was een Pools-Franse schrijver en Holocaustoverlevende van Joodse afkomst. Hij werd het meest bekend door autobiografische boeken over zijn ervaringen in en na de Tweede Wereldoorlog.

Als Joodse jongeman kwam hij in 1939 terecht in het getto van Warschau. Met zijn moeder en twee broers werd hij afgevoerd naar het vernietigingskamp Treblinka in Oost-Polen, waar hij werd ingezet als sonderkommando.[1] Hij slaagde er in 1943 als een van de zeer weinigen in om te ontsnappen uit Treblinka. Hij legde contact met het verzet en nam dienst in een NKVD-eenheid om te jagen op hoge nazi's. Daarna nam hij als kapitein van het Rode Leger deel aan de inname van Berlijn.[2]

Na zijn demobilisering in 1949 trok hij naar New York, waar zijn grootmoeder woonde.[3] De immigratiediensten schreven hem in als Martin Gray. Hij maakte er fortuin in de antiekhandel en verwierf in 1952 het staatsburgerschap. In 1959 ontmoette hij de Nederlandse Dina Cult. Ze trouwden en gingen in 1960 in Zuid-Frankrijk wonen bij Mandelieu. Tien jaar later kwamen Dina en hun vier kinderen om in een bosbrand.[4] Na deze tragedie zette Gray zich aan het schrijven.

Hij hertrouwde met de Virginia, met wie hij de kinderen Larissa, Barbara en Jonathan kreeg. Na hun scheiding trad hij rond 1990 voor de derde keer in het huwelijk, met de Belgische Béatrice Renson. Uit dit huwelijk kwamen twee kinderen.[5] Ze gingen in 2001 in Ukkel wonen en kochten in 2012 een buitenverblijf in Ciney. Daar is hij overleden op 93-jarige leeftijd. Zijn lichaam werd gevonden in het zwembad.[6]

Het eerste boek van Gray, waarmee hij in één klap beroemd werd, draagt de titel Au nom de tous les miens (Ned.: Uit naam van al de mijnen). Het beschrijft de tijdspanne van zijn geboortejaar 1922 tot de dood van zijn gezin in 1970. Het vertelt zijn gruwelijke ervaringen in het getto van Warschau en het vernietigingskamp Treblinka, en het tragische verlies van zijn vrouw Dina en zijn vier kinderen in een bosbrand. Het boek is in Nederland uitgegeven als Uit naam van al de mijnen. Gray vertelde zijn verhaal aan Max Gallo, die het boek voor hem schreef.

Het tweede boek La vie renaîtra de la nuit (Nederlandse vertaling: Na de nacht het leven) behandelt de tijdspanne 1970-1977. We zien hier de schrijver die, tegen de klippen op, het verlies van zijn complete gezin probeert te verwerken. Een en ander mondt uit in een zelfmoordpoging, maar uiteindelijk komt Gray erdoorheen en ontmoet hij zijn tweede vrouw, Virginia, een Belgische. Het echtpaar krijgt een dochter, Barbara. Hiermee begint en eindigt het boek.

Zijn laatste boek heet Au nom de tous les hommes (Ned.: Uit naam van alle mensen). Een vijftal titels zijn in het Nederlands vertaald, zijn laatste boek niet. In totaal schreef Gray twaalf boeken.

Zie de categorie Martin Gray (Holocaust survivor) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.