Martinus Sonck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal VOC

Martinus Sonck, ook geschreven als Maarten Sonck, Marten Soncq of Sonk, (Amsterdam, 1590 - Anping, augustus 1625) was van 1624 tot 1625 de eerste gouverneur van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) op Formosa.

Loopbaan[bewerken]

Sonck woonde in 1612 in Amsterdam en studeerde van oktober 1612 tot maart 1616 rechten aan de Universiteit van Leiden.[1] In 1618 werd hij door de VOC als advocaat-fiscaal naar Batavia gezonden, waar hij in 1619 aankwam. Hij werd eerst benoemd tot gouverneur van de Banda-eilanden en vervolgens in 1623 teruggeroepen naar Batavia om zich te verantwoorden voor de grote hoeveelheden munitie die verbruikt zouden zijn bij saluutschoten. Deze kosten moest hij uit eigen middelen terugbetalen.[2]

Op 4 mei 1624 besloten de machthebbers te Batavia Sonck naar Peng-hu op de (Pescadores) te sturen om aldaar Cornelis Reijerzoon als commandant van het Nederlandse fort te vervangen.[2] De Pescadores vielen onder Chinees bestuur en nadat een bestand mislukt was, stuurde Nan Juyi, de gouverneur van Fukjian, in juli 1624 een leger om Peng-hu aan te vallen.[3] Op 25 augustus, na onderhandelingen met Li Dan, hoofd van de illegale handelaars op Formosa, zwichtte Sonck voor de druk en trok zijn troepen terug op Formosa, waar hij nabij Anping Fort Zeelandia stichtte.[3] De VOC monopoliseerde de handel in de haven, terwijl Zheng Zhilong, ook Nicolas Iquan genoemd, voor de VOC een kaper werd, die de handelsschepen tussen China en Manilla aanviel.[3] Dit was het begin van het koloniale verblijf van de Nederlanders op Formosa. Sonck werd gouverneur en verdronk in de haven van Anping in augustus 1625[4] en werd begraven te Fort Zeelandia. Als gouverneur werd hij opgevolgd door Gerard Frederikszoon de With.