Mathilde Willink

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willink met een vriend (1975)

Maria Theodora Mathilde de Doelder (Terneuzen, 7 juli 1938 - Amsterdam, 25 oktober 1977) was een Nederlands stewardess en society-figuur. Onder de naam Mathilde Willink werd ze bekend als de in Fong Leng-creaties uitgedoste derde echtgenote van de schilder Carel Willink.

Carel Willink[bewerken]

Mathilde de Doelder werd geboren te Terneuzen als oudste kind van de zeeman Pierre Jean Baptiste de Doelder en Elisabeth Cové. Ze volgde het gymnasium en kreeg een verhouding met haar geschiedenisleraar Camiel Lekkerkerker. Op haar 19e vertrok ze naar Amsterdam, waar ze administratief medewerkster werd bij boekhandel Allert de Lange op het Damrak. De Doelder studeerde letterkunde en klassieke talen, en kreeg een verhouding met de veel oudere psychotherapeut Julius de Haan.

De Haan stelde haar voor aan de schilder Carel Willink. Mathilde was op dat moment 21 en Willink 60. In 1963 trok ze bij hem in. De 1,90 meter lange en atletisch gebouwde De Doelder was voor Willink "een superpoes, een mooi ding om in huis te hebben".

In 1963 schilderde Willink haar voor het eerst (Portret van Mathilde de Doelder). Op het schilderij draagt ze het uit parels opgebouwde hesje van Dick Holthaus waarmee hij haar had verleid.

Omdat ze er niet tegen kon de hele dag thuis te zitten, werd De Doelder via bemiddeling door Willink stewardess bij de KLM. Ze nam Willink mee naar de Tuinen van Bomarzo die een inspiratiebron voor enkele latere schilderijen van Willink zou worden.

In 1968 overleed haar vader. Ze kon niet bij de begrafenis zijn omdat ze in verband met haar werk aan de andere kant van de wereld zat. In 1969 trouwde ze met Willink. Ze kreeg eervol ontslag bij de KLM, na ruzie met collega's.

In 1971 kwam De Doelder in contact met mode-ontwerpster Fong Leng, van wie ze in vijf jaar tijd 37 jurken van tussen tien- en dertigduizend gulden kocht. In haar Fong-Leng-jurken groeit Mathilde uit tot modekoningin van de stad. De Doelder stond door haar extravagante levensstijl in het middelpunt van de belangstelling en Willink profiteerde daar van. Hij was plotseling een bekende Nederlander geworden en verhoogde de prijzen van zijn schilderijen.

Echtscheiding[bewerken]

In 1974 kreeg Willink echter een affaire met de mannequin Andrée Rupp, en vervolgens in 1975 met de beeldhouwster Sylvia Quiël. Willink schilderde Mathilde nogmaals, en noemde het doek weinig subtiel Afscheid van Mathilde. De Doelder vernielde daarop in augustus 1975 met een broodmes de schilderijen Portret van Wilma (een portret van Willinks tweede vrouw Wilma Jeuken uit 1952, waaraan hij zeer was gehecht) en het Portret van Mathilde uit 1963. Ze werden later beide gerestaureerd. Willink signeerde Portret van Wilma, maar weigerde Portret van Mathilde te signeren. Hij beschouwde het niet langer als zijn werk, omdat het daarvoor te veel beschadigd zou zijn.

De Doelder eiste een voorschot op de financiële regeling van hun echtscheiding, en vertrok hiermee naar New York waar ze de vriendin van Salvador Dalí hoopte te worden. Toen dat mislukte, keerde ze terug naar Amsterdam. Ze kondigde een huwelijk met de homoseksuele kunstenaar Adrian Stahlecker aan, en kwam in het nieuws doordat ze met dolfijnen zwom in het dolfinarium van Zandvoort.

Op 19 mei 1977 was De Doelder voor het laatst op televisie te zien, in een show van Henk van der Meijden. Ze liet doorschemeren dat ze zelfmoord zou plegen als de echtscheiding niet naar genoegen zou worden geregeld. Op 2 juni 1977 werd de scheiding uitgesproken. De Doelder kreeg 135.000 gulden toegewezen. In september van dat jaar begon ze een eigen galerie op de Keizersgracht. De openingstentoonstelling was gewijd aan Victor Vasarely.

Een week voor haar dood was ze een uur lang op de radio te gast bij Karel Prior, waarin ze uitgebreid en chronologisch haar leven besprak. In dat programma sprak ze ook over "drastisch ingrijpen", waarmee ze - na doorvragen van Prior - zelfmoord bedoelde.

Overlijden[bewerken]

In die periode had ze een relatie met Gerard Vittali, een Amsterdamse autohandelaar en handelaar in cocaïne, met als bijnaam Don Vito. Op 25 oktober 1977 trof hij haar tegen kwart voor zes 's avonds dood aan in haar woning. Ze lag op haar hemelbed, naakt en onopgemaakt, en was door haar linkeroor geschoten. In haar rechterhand hield ze een pistool.

Henk van der Meijden was als een van de eersten ter plaatse, en zou acht zakjes met een wit poeder uit haar woning hebben meegenomen. Van der Meijden beweerde drie jaar later dat hij dit in opdracht van Vittali had gedaan. Het zou niet zijn gegaan om cocaïne, maar om "poeder waarmee cocaïne werd versneden".

Bij technisch onderzoek bleek een tweede kogel uit het pistool in de vloer te zitten. Het wapen was eerder gebruikt; het circuleerde in Amsterdamse gangsterkringen. De Doelder was aan het wapen gekomen via een gezamenlijke kennis van De Doelder en Vittali, de welbekende Paul Wilking.

Het is nooit duidelijk geworden of De Doelder is vermoord of zelfmoord heeft gepleegd. De Amsterdamse recherche hield het op zelfmoord. Het is echter anatomisch gezien lastig om jezelf rechtshandig door je linkeroor te schieten. Bovendien vond patholoog-anatoom Jan Zeldenrust bij het post-mortemonderzoek twee gebroken ribben, en schrammen en krassen in haar hals, wat zou duiden op een voorafgaande worsteling. Een dader is echter nooit gevonden.

Volgens Tomas Ross, die in 2003 het politiedossier mocht inzien, maakten twee politieagenten melding van een Chinees kabinetje waarvan een laatje geforceerd was. In het kabinetje zou De Doelder haar 'geheimpjes' hebben bewaard. Geen van de rechercherapporten zou melding maken van het geforceerde laatje.[1]

De Doelder werd 39 jaar oud. Ze is begraven op de Amsterdamse begraafplaats Westgaarde. Willink noch Quiël waren bij de begrafenis aanwezig.

Postuum[bewerken]

In 1983 verscheen Willinks waarheid, een boek met memoires van Willink en een dagboekje van Quiël, met een voorwoord van Simon Carmiggelt. Het was een grote postume aanval op De Doelder. Willink stierf korte tijd later.

Willinks schilderijen van De Doelder hingen tot 2009 op een permanente Willink-tentoonstelling in het Scheringa Museum voor Realisme in het Noord-Hollandse Spanbroek. Na het failliet van de DSB Bank eiste schuldeiser ABN-AMRO de doeken op om deze in een eigen depot op te slaan.

Op 14 juli 1995 zond de TROS het programma Deadline uit waarin programmamaker Jaap Jongbloed de dood van Mathilde probeerde op te helderen. Jongbloed interviewde diverse betrokkenen en probeerde ook een interview te krijgen met Gerard Vittali. Deze liet weten de waarheid rond Mathildes dood te willen vertellen tegen een betaling van 10.000 gulden. Jongbloed besloot uiteindelijk niet op dit aanbod in te gaan.

In 2002 verscheen onder redactie van misdaadverslaggever Peter R. de Vries het boek Uit de dossiers van Commissaris Toorenaar waarin de zaak Mathilde Willink tegen het licht wordt gehouden op basis van de aantekeningen en dossiers die commissaris Gerard Toorenaar had afgestaan aan De Vries.

Tevens in 2002 verscheen de documentaire Mathilde Willink Superpoes van Jasmina Fekovic en Eddie van der Velden. De documentaire bestaat uit archiefbeelden en interviews met onder andere Imca Marina, Fong Leng en Anton Heyboer.

In 2003 verscheen het boek Mathilde, geschreven door Tomas Ross. Het is een thriller gebaseerd op het leven van Mathilde Willink. Het boek werd uitgereikt aan de zus van Mathilde, Cerila de Doelder.

Op 10 maart 2010 ging in Terneuzen het toneelstuk "Mathilde" in première, in aanwezigheid van de zussen van Mathilde Willink en Fong Leng. In het toneelstuk speelde Louis van Beek de rol van Mathilde, die haar levensverhaal vertelt.

Ook in 2010 verscheen het boek Andermans Ogen. Schrijfster Marjolein Houweling zoekt de mogelijke dader in homoseksuele/artistieke kringen rond Mathilde Willink. Aan de hand van een persarchief reconstrueert zij de gang van zaken.

Trivia[bewerken]

Biografie[bewerken]

  • Lisette de Zoete, Mathilde: muze, mythe, mysterie, Lecturis uitgeverij, 2016, ISBN 9789462261488

Externe link[bewerken]