Maurice Tourneur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maurice Tourneur (1920)

Maurice Tourneur, echte naam Maurice Félix Thomas (Parijs, 2 februari 1876 - Parijs, 4 augustus 1961) was een Frans filmregisseur.

Leven en werk[bewerken]

Afkomst en eerste stappen in de kunst- en toneelwereld[bewerken]

Maurice Tourneur werd in de Parijse wijk Belleville geboren als de zoon van een juwelier. Hij was eerst actief als graficus en illustrator van tijdschriften. Daarna werkte hij in dienst van de beeldhouwer Auguste Rodin en vervolgens van de symbolistische schilder Puvis de Chavannes. De wereld van het toneel sprak hem echter aan en hij werd acteur. Hij kwam terecht in het theatergezelschap van André Antoine, een van de grondleggers van de moderne toneelregie in Frankrijk. Hij speelde bij Antoine tot 1909.

Filmregisseurdebuut en de Amerikaanse periode (1914-1926)[bewerken]

In 1912 begon hij zich te interesseren voor de cinema en werd de assistent van zijn vriend, de toneelregisseur Émile Chautard die in 1910, even voor hem, het toneel voor de film had ingeruild. Hij werd door de filmmaatschappij Éclair al gauw aangetrokken als filmregisseur. Wat later zond Éclair hem naar de Verenigde Staten omdat hij het Engels goed beheerste. In vijf jaar tijd draaide hij er heel wat films, vooral voor World Pictures. Tourneur werd in Hollywood geleidelijk aan beschouwd als een van de betere filmregisseurs. Hij werkte er in die jaren vaak samen met de toekomstige filmregisseur Clarence Brown en met cameraman John van den Broek. In 1918 stichtte hij Maurice Tourneur Productions, zijn eigen productiehuis. Hij verwezenlijkte literatuurverfilmingen zoals Victory (naar Joseph Conrad, 1919), Treasure Island (naar Robert Louis Stevenson, 1920) en The Last of the Mohicans (naar James Fenimore Cooper, 1921). Hij bleef Amerikaanse stomme films draaien tot in 1926.

Terug in Frankrijk[bewerken]

Ten gevolge van artistieke meningsverschillen met filmproducer Irving Thalberg besloot hij naar zijn geboorteland terug te keren. In Frankrijk wou hij L'Équipage, het eerste grote literair succes van Joseph Kessel, verfilmen maar hij moest de opnames onderbreken. Men verweet hem immers dat hij zich tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten niet actief had ingezet tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij week uit naar Duitsland om er Marlene Dietrich te regisseren in het drama Das Schiff der verlorenen Menschen (1927), haar laatste stomme film. In 1928 kon hij L'Équipage voltooien.

Daarna verwezenlijkte hij nog een twintigtal films gebaseerd op literair werk, hoofdzakelijk drama's. Hij kon daartoe rekenen op de medewerking van de fine fleur van de Franse acteurs van toen. Zo bracht hij in de legerkomedie Les Gaietés de l'escadron (1932) Fernandel, Jean Gabin en Raimu samen. Voor het drama Kœnigsmark (1935) kon hij rekenen op Pierre Fresnay. Maurice Chevalier nam de hoofdrol voor zijn rekening in Avec le sourire (1936), zijn eerste Franse gesproken film. Het in Rusland gesitueerde historisch drama Le Patriote (1938) werd gedragen door de vertolkingen van Harry Baur en Pierre Renoir. In de jaren dertig verwierf zoon Jacques de nodige ervaring als monteur en als regieassistent op de filmset van zijn vader.

De jaren veertig: de laatste films[bewerken]

In Volpone (1941) speelden de gevierde toneelacteurs Harry Baur, Charles Dullin en Louis Jouvet samen. Voor zijn laatste werken uit de jaren veertig deed Maurice Tourneur meermaals een beroep op het schrijftalent van Jean-Paul Le Chanois. Zo goot Le Chanois onder meer een Maigretroman in een scenario voor Cécile est morte (1943). Albert Préjean mocht er voor de tweede keer de beroemde commissaris vertolken. Zijn laatste prent, het donkere noodlotsdrama Impasse des Deux-Anges waarvoor hij Simone Signoret en Paul Meurisse, de twee jonge beloftevolle hoofdrolspelers uit het al even duistere Macadam (Marcel Blistène, 1946) opnieuw verenigde, dateerde uit 1948.

Gedwongen afscheid[bewerken]

In 1949 werd hij betrokken in een ernstig verkeersongeval en hield er een dwarslaesie aan over. Omdat hij verlamd was aan benen en romp zag hij zich verplicht zijn regisseurscarrière af te sluiten en hield zich vanaf dan onder meer bezig met het in het Frans vertalen van Amerikaanse politieromans.

Privéleven[bewerken]

In 1904 trouwde hij met Fernande Petit die hem in datzelfde jaar nog een zoon schonk, de toekomstige Frans-Amerikaanse filmregisseur Jacques Tourneur. Hij scheidde van zijn eerste vrouw in 1923 en hertrouwde met actrice Louise Lagrange.

Tourneur stierf in 1961 op 85-jarige leeftijd en ligt begraven op het Parijse cimetière du Père-Lachaise.

Filmografie[bewerken]

Stomme film[bewerken]

Frankrijk[bewerken]

Verenigde Staten[bewerken]

Duitsland[bewerken]

Spreekfilm (Frankrijk)[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Harry Waldman: Maurice Tourneur: The Life and Films, McFarland & Company Incorporated Pub, 2001.