Maurits Vanhaegendoren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Maurits van Haegendoren)
Ga naar: navigatie, zoeken

Maurits Vanhaegendoren (Leuven, 23 augustus 1903Neerijse, 3 maart 1994) was een Belgisch politicus voor de Volksunie. Hij was voorheen verbondscommissaris voor de katholieke scouts (VVKS) en oprichter van de Stichting Lodewijk de Raet. Hij werd senator voor de Volksunie in 1968.

Familie[bewerken]

Hij was de zoon van een activistische vader, de onderwijzer Emile Vanhaegendoren.

Vanhaegendoren werd, net als zijn vader, in 1918 verwijderd van het Koninklijk Atheneum in Leuven en hij voleindigde de humaniora aan het Sint-Pieterscollege in dezelfde stad. Hij promoveerde aan de Katholieke Universiteit Leuven tot doctor in de moderne geschiedenis. Na een leraar te zijn geweest in Oostende, werd hij benoemd op het Rijksarchief waar hij, als assistent, conservator, rijksarchivaris een hele loopbaan doorliep van 1928 tot aan zijn pensioen in 1968.

Hij trouwde in 1930 met Yvonne Groffi (Sint-Truiden, 1911 - Leuven, 1953). Zij overleed bij de geboorte van hun zesde kind. Hij hertrouwde in 1955 met Simone Cloots, secretaresse van de Stichting Lodewijk de Raet en gidsenleidster. Ze kregen twee kinderen.

Levensloop[bewerken]

Verbondscommissaris[bewerken]

Net als zijn vrouw bij de Meisjesgidsen, werd hij actief in de scoutsbeweging voor jongens. Vanaf 1921 was hij al patrouilleleider. In 1929 werd de nationale scoutsorganisatie gefederaliseerd en ontstond het Vlaams Verbond voor Katholieke Scouts. Vanhaegendoren werd commissaris voor de verkenners.

Hij werd er in 1933 de eerste verbondscommissaris van en bleef dit tot in 1948. Hij leverde veel inspanningen voor de opleiding van de leiders en kocht in 1934 een eigen cursusgrond, De Kluis in Sint-Joris-Weert nabij Leuven.

Hij loodste het VVKS doorheen de bezettingsjaren, zonder toe te geven aan de sirenenzang van de collaboratie. Tijdens de oorlog streefde hij drie doelstellingen na: het bewijzen van diensten in tijden van nood, het streven naar bezinning in besloten tijd en het voorbereiden van een naoorlogse vernieuwing.

Na de oorlog werd hij nochtans voorwerp van ernstige en jarenlange kritiek. De voornaamste punten van kritiek waren dat hij in 1941 naar Berlijn was gereisd op uitnodiging van de Reichsjugendführer om er kennis te maken met de Hitlerjugend, dat hij een te autoritaire leiding aanhield, dat hij een anti-Belgische houding aannam en politiek in scouting binnenbracht.

Een ereraad werd aangesteld die zich inspande om de critici en de verdedigers van de verbondscommissaris te verzoenen. Dit lukte nauwelijks en de tegenstand tegen Vanhaegendoren zette zich door. Na enkele jaren was zijn handhaving als verbondscommissaris niet langer vol te houden en begin 1948 nam hij ontslag, om te worden opgevolgd door Maurits Coppieters. Hij bleef nog een paar verantwoordelijkheden verderzetten, maar in februari 1950 werden de laatste banden met het VVKS doorgeknipt.

Lodewijk de Raet[bewerken]

In een volgende levensfase richtte Vanhaegendoren zich naar het onderwijs. Van 1948 tot 1973 was hij docent geschiedenis aan de avondhogeschool van het Hoger Instituut voor Bestuurs- en Handelswetenschappen in Brussel.

Hij begon ook, met enkele vrienden, cursussen te organiseren in de stijl van volkshogescholen en dit werd de basis van zijn activiteiten tot het organiseren van pluralistische activiteiten, die tot doel hadden het verbeteren van de contacten tussen katholieken en vrijzinnigen.

Dit leidde tot de stichting door hem en door Max Lamberty van de Volkshogeschool Stichting Lodewijk de Raet, waarvan hij voorzitter werd.

Hij was verder nog:

  • medeoprichter van het tijdschrift Volksopvoeding (1952), uitgegeven door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
  • lid en beheerder van de Kultuurraad voor Vlaanderen (1959-1968);
  • voorzitter van de Commissie voor Cultureel Vormingswerk;
  • lid van de Hoge Raad voor Volksopleiding (tot 1968);
  • medeoprichter en afgevaardigd beheerder van het Centrum voor Andragogisch Onderzoek (vanaf 1963).

Senator[bewerken]

In 1968 stapte hij over naar de politiek. Bij de wetgevende verkiezingen weigerde hij de aangeboden eerste plaats op de Senaatslijst voor Brussel, maar aanvaardde gecoöpteerd senator voor de Volksunie te worden. Van 1971 tot einde 1976 was hij provinciaal senator voor Brabant.

In de periode december 1971-februari 1976 zetelde hij als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd en de verre voorloper is van het Vlaams Parlement. Van december 1971 tot maart 1974 en van april 1974 tot het einde van zijn mandaat in februari 1976 maakte hij als tweede respectievelijk derde ondervoorzitter deel uit van het Bureau (dagelijks bestuur) van de Cultuurraad.

Externe link[bewerken]

Publicaties[bewerken]

  • Het verkennersleven. Pedagogische studie over het spel van verkennen, 3 delen, 1938-1941.
  • Het verkennersleven. Handboek voor leiding, 1947.
  • De Nederlandse cultuur in België, Brussel, 1957.
  • De Sociale Betekenis van het Taalgebruik in België, in: Nederlands Taalkongres: Wereldtentoonstelling in Brussel, Brussel, 1958.
  • Noord-Zuidverbinding, Lannoo, Tielt, 1959. (met H.D. de Vries Reilingh)
  • Ontmoeting en Gesprek, Antwerpen, 1960.
  • De Vlaamse Beweging nu en morgen, Deel 1, Na honderddertig jaar, Deel 2, Oogmerken voor morgen, Hasselt, Heideland, 1962.
  • De Vlaamse Beweging: verweer en aanval, Hasselt, Heideland, 1964.
  • Vlaanderen eisende partij!!!, Hasselt, Heideland, 1966.
  • De Ziekte aan de Dijle, Lier, Van In, 1966.
  • Het Sociaal-cultureel vormingswerk in Vlaanderen: het overheidsbeleid, Kultuurraad voor Vlaanderen, Antwerpen, 1965.
  • Het Sociaal-cultureel vormingswerk in Vlaanderen:De behoefte aan kaders en kaderopleiding, Kultuurraad voor Vlaanderen, Antwerpen, 1967.
  • Zwartboek van de Vlaamse achterstand in het wetenschappelijk onderzoek, 1971.
  • Nationalisme en Federalisme: Politieke Bedenkingen, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1971.
  • Zwartboek van de 'Liberté du père de famille', 1971.
  • Het geld van de Vlamingen, Davidsfonds, Leuven, 1978.
  • Het zwart en geel van de driekleur, Davidsfonds, Leuven, 1979.
  • Schatplichtig Vlaanderen, Davidsfonds, Leuven, 1980.
  • Van taalstrijd tot staatsvorming, Davidsfonds, Leuven, 1983.
  • Het aktivisme op de kentering der tijden, Uitgeverij der Nederlanden, Antwerpen, 1984.

NB. Als auteur verkoos hij de Nederlandse schrijfwijze van zijn naam: Maurits van Haegendoren.

Literatuur[bewerken]