McDermott International

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
McDermott
McDermott International
Beurs NYSE: MDR
Oprichting 1923
Oprichter(s) Ralph Thomas McDermott
Land Verenigde Staten
Hoofdkantoor Houston
Website www.mcdermott.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

McDermott International is een Amerikaanse aannemer en ingenieursbureau in de offshore, elektriciteitsopwekking en kerncentrales. Het bedrijf begon in 1923 toen Ralph Thomas McDermott de opdracht kreeg om 50 houten boortorens te bouwen. Hij noemde het bedrijf naar zijn vader, J. Ray McDermott, die hij partner maakte. In 1938 bouwde het bedrijf in de draslanden van Texas en Louisiana constructies voor oliewinning.

Offshore[bewerken]

In 1947 bouwde en plaatste het voor Superior Oil een platform in de Golf van Mexico. Daarmee ging het bedrijf voor het eerst de offshore in. Bij eerdere platforms was vooral hout gebruikt, dit platform was van staal.

In 1948 nam McDermott partner Harry F. Allsman Co. over. In 1949 werd uit het surplusmateriaal van het Amerikaanse leger de Derrick Barge 4 gebouwd. Deze kreeg een kraan met een capaciteit van 150 shortton en was het eerste kraanponton dat specifiek voor de offshore werd gebouwd. De hijscapaciteit betekende een doorbraak omdat hiermee geprefabriceerde modules geplaatst konden worden in plaats van alles offshore in elkaar te zetten.

In 1950 bouwde het het eerste betonnen platform en legde het de eerste pijpleiding in de Golf van Mexico. In 1953 werd de Derrick Barge 7 met een capaciteit van 250 shortton opgeleverd. Dat jaar ging het ook een joint-venture aan met DeLong om DeLong-platforms te bouwen voor de offshore. Niet lang daarna nam Southern Natural Gas een meerderheidsbelang in het nieuwe bedrijf dat The Offshore Company ging heten. McDermott zou het belang daarna langzaam afbouwen.

In 1956 opende McDermott in Morgan City de tot dan toe grootste offshorewerf, Bayou Boeuf Fabricators, vanaf 1958 McDermott Fabricators. In 1959 werd het nabijgelegen Dupont Fabricators overgenomen.

Vanaf 1957 ging McDermott ook in het Meer van Maracaibo in Venezuela te werk, en vanaf 1960 in het Midden-Oosten.

In 1965-67 werden vier kraanpontons gebouwd met een capaciteit van 500 shortton die ook als pijpenlegger fungeerden. Daarnaast beschikte het al over vier kraanpontons met een capaciteit van 250 shortton. Met de overname van Dick Evans, Inc. beschikte het vanaf 1966 over een eigen duikbedrijf.

Met toenemende waterdieptes werden de onderstellen (jackets) ook steeds groter tot ze niet meer met een kraanponton opgetild konden worden. Vanaf 1967 werden grote jackets daarom gelanceerd door het ponton waarmee ze buitengaats werden gebracht, zover te ballasten tot het jacket in het water gleed.

Met de opkomst van de Noordzee-olievelden vanaf 1969 vestigde McDermott zich ook hier. In 1972 opende het een werf in Ardersier bij Inverness in Schotland waar platforms werden gebouwd. Hier werd onder meer het jacket voor Murchison gebouwd en het dek voor Hutton. Een jacket dat werd gebouwd voor het Namorado-veld van Petrobras ging tijdens de sleep verloren.

In 1977-78 werd voor het Cognac-veld van Shell op de werf in Morgan City een platform gebouwd met een jacket bestaande uit drie delen voor een waterdiepte van 312 meter, het toenmalige record.

In 1979 nam het via dochteronderneming Oceanic Contractors de Netherlands Offshore Company over. Daarmee kreeg het onder meer de beschikking over de halfafzinkbare Narwhal die als McDermott Derrick Barge No. 101 verder zou gaan. In 1984 werd de kraan hiervan verplaatst naar het achterschip wat de reikwijdte moest verbeteren. Daarbij werd de capaciteit vergroot naar 2700 shortton zwenkend en 3500 shortton vast.

Malaise[bewerken]

De Derrick Barge 102, het grootste kraanschip ter wereld

In 1985 werd de Derrick Barge 102 opgeleverd, met een capaciteit van 12.000 ton het grootste kraanschip ter wereld. Het moest de concurrentie aangaan met de Balder en Hermod van Heerema die de bovenkant van de markt voor kraanschepen domineerden. Het schip kwam echter op een ongelukkig moment toen Saoedi-Arabië eind 1985 door te veel dalende productie besloot te stoppen met zijn rol als swing-producer. De extra productie daarna had een grote daling van de olieprijs tot gevolg en betekende dat veel oliemaatschappijen hun investeringen naar beneden schroefden. Om te overleven ging McDermott in 1989 een joint-venture aan met ETPM en een met Heerema, HeereMac.

McDermott-ETPM[bewerken]

McDermott en ETPM verdeelden de gebieden onderling in een westelijke joint-venture en een oostelijke joint-venture. McDermott-ETPM West betrof vooral de Noordzee en Afrika en werd door ETPM beheerd, terwijl McDermott-ETPM East het Midden-Oosten omvatte en door McDermott werd beheerd. ETPM nam op de Noordzee de halfafzinkbare pijpenlegger LB 200 in beheer, de door McDermott in 1981 overgenomen Viking Piper.

De jaren 1990 zagen een sterk aantrekkende markt, maar halverwege de jaren 1990 was er een overgang naar zeer diep water van meer dan 1000 meter, vooral in het Amerikaanse deel van de Golf van Mexico en in West-Afrika. Voor conventionele methodes met jackets of zelfs compliant towers was dit onhaalbaar. Drijvende platforms en onderzeese installaties waren hiervoor benodigd, wat voor de installatie betekende dat veel van het oude materieel zonder aanpassingen niet of nauwelijks te gebruiken was. ETPM investeerde daarom onder meer in een dynamisch positioneringssysteem voor de Polaris en een J-lay-installatie.

McDermott wilde hier niet in meegaan en besloot zich terug te trekken op zijn traditionele markten. Daarmee kwam in 1997 kwam een einde aan de joint-venture. De E.T.P.M. 1601 ging daarop over naar McDermott en ETPM betaalde daarnaast 105 miljoen dollar. Daarvoor kreeg ETPM de LB 200 en McDermott Subsea Construction dat beschikte over de pijpenlegger Norlift en de Northern Explorer.

Diversificatie[bewerken]

In 1978 nam het Babcock & Wilcox over en begaf zich daarmee voor het eerst buiten de offshore en in de elektriciteitsopwekking. Babcock & Wilcox bleek de kurk waarop het bedrijf bleef drijven en bracht het grootste deel van de omzet op. De offshoretak bleef echter van belang en was de grootste ter wereld. In 1995 werd conccurent Offshore Pipelines Inc. (OPI) overgenomen om deze positie te consolideren. De jaren daarna verliepen echter moeizaam door weinig investeringen in de olie-industrie. Een periode van desinvesteringen volgde. In 1995 werd de offshoretak J. Ray McDermott naar de beurs gebracht en samengevoegd met OPI. McDermott International behield een meerderheidsaandeel.

In 1996 werd het aandeel van 49% in CCC van de hand gedaan en werden de McDermott Derrick Barge No. 15 en de McDermott Derrick Barge No. 21 verkocht aan Global Industries.

In 1997 werd HeereMac beschuldigd van kartelvorming, waarmee een einde kwam aan de joint-venture. De Derrick Barge 102 ging daarbij als Thialf naar Heerema, terwijl McDermott de DB 32, DB 51 en de DB 52 – respectievelijk daarvoor de Champion, Odin en Thor – overnam van Heerema. Ook de McDermott Derrick Barge No. 101 kwam weer terug naar McDermott.

Ook het aandeel in Unifab International werd van de hand gedaan. Daarnaast werden twee pijpenleggers en twee kraanbakken overgedaan aan Global Industries. De situatie werd niet geholpen toen tijdens de installatie van het Petronius-platform een module verloren ging tijdens het hijsen door de Derrick Barge 50.

In 1999 werd de duikafdeling verkocht aan Stolt Comex Seaway. Dat jaar werd J. Ray McDermott weer samengevoegd met McDermott International.

Babcock & Wilson, dat tot dan toe een essentiële bijdrage had geleverd aan het bedrijf, kreeg vanaf 1998 in toenemende mate te maken met claims vanwege blootstelling aan asbest. In november 1999 verloor McDermott zo de helft van zijn beurswaarde. Babcock & Wilson vroeg in 2000 Chapter 11 aan, wat tot 2006 zou duren.

Met de aantrekkende oliemarkt in het nieuwe millennium wist McDermott te overleven en wereldwijd een belangrijke rol te blijven spelen in de bouw en installatie van offshore-installaties. In 2018 nam het CB&I over.

Schepen[bewerken]

Schepen
Schip Bouwjaar Werf, bouwnummer IMO In dienst Voorheen Kraan Vast [1] Zwenkend [1] Uit dienst Als
McDermott Derrick Barge No. 1 1957 Levingston Shipbuilding, 596 100
McDermott Derrick Barge No. 2 1955
McDermott Derrick Barge No. 4 1949 150
McDermott Derrick Barge No. 5 1959 Avondale Shipyards, 935 McDermott Tidelands No. 86
McDermott Derrick Barge No. 7 1941 Wiley Manufacturing 1953 250
McDermott Derrick Barge No. 8 1955 Avondale Shipyards, 763 250
McDermott Derrick Barge No. 9 1955 Avondale Shipyards, 764 250
McDermott Derrick Barge No. 10 1956 Avondale Shipyards, 786 250
McDermott Derrick Barge No. 11 1958 Avondale Shipyards, 888 600
McDermott Derrick Barge No. 12 1966 Levingston Shipbuilding, 656 860
McDermott Derrick Barge No. 14 1966
McDermott Derrick Barge No. 15 1966 800 1996 Shawnee voor Global Industries
McDermott Derrick Barge No. 16 1967 Levingston Shipbuilding, 667 860 Maya
McDermott Derrick Barge No. 17 1969 Levingston Shipbuilding, 680 860
McDermott Derrick Barge No. 18 1969 750
McDermott Derrick Barge No. 19 1965 Avondale Shipyards, 1079 Ingram Derrick Barge No. 3 Clyde 700 500
McDermott Derrick Barge No. 20 1968 700 1989 Vergaan bij Dampier in Australië tijdens cycloon Orson
McDermott Derrick Barge No. 21 1969 Evans Deakin and Company, 77 8757647 Ingram Derrick Barge No. 7 Clyde 1000 640 Comanche voor Global Industries
McDermott Derrick Barge No. 23 1969
McDermott Derrick Barge No. 24 1971 JeffBoat, 2294 8757817 1973 Fluor DB-3 van Fluor 350 2013 Ahmed 101
McDermott Derrick Barge No. 26 1975 900 2013 Timas DLB 01 voor Timas
McDermott Derrick Barge No. 27 1974 Clyde 2400[2] 1400
McDermott Derrick Barge No. 28 1969 Levingston Shipyard, 686 McDermott Lay Barge No. 23
McDermott Derrick Barge No. 29 1973 Shinhama Dock, 680 1984 McDermott Lay Barge No. 28 American Hoist M2500 2500 1991 Vergaan in de Zuid-Chinese Zee tijdens tyfoon Fred
McDermott Derrick Barge No. 30 1975 8757788 Clyde Model 76 3000
McDermott Derrick Barge No. 31 1965
McDermott Derrick Barge No. 32 1950 Swan Hunter & Wigham Richardson 7327768 1989 Champion van Heerema IHC Gusto 1200 800 1991
McDermott Derrick Barge No. 50 1988 North East Shipbuilders Limited, 868 8503539 ITM Challenger van ITM Offshore Clyde Model 80 4400
McDermott Derrick Barge No. 51 1961 Wilton-Fijenoord 5024570 1989 American Hoist 3000
McDermott Derrick Barge No. 52 1955 Mitsubishi Zosen, 1455 8626898 1989 IHC Gusto 3000[3] 1996 Hercules 51
McDermott Derrick Barge No. 100 1979 Hyundai Heavy lndustries, 508 8757738 Clyde 76 2000 1600 1995 PB 200, 1997 Petrobras XL voor Petrobras
Tolteca 1955 Furness Shipbuilding Company 5320522 1979 Blue Whale van NOC American Hoist 2000 1979 Tolteca voor Protexa
Mixteco 1954 Kockums Mekaniska Verkstad, 371 5336117 1979 Orca van NOC IHC Gusto 800 1981 Mixteco voor Protexa, 2010 sloop
Huasteco 1960 Mitsubishi Heavy Industries 5377953 1979 Sea Lion I van NOC American Hoist 2000 1981 Huasteco voor Protexa
McDermott Derrick Barge No. 101 1978 IHI, 110 7709069 1979 Narwhal van NOC IHC Gusto 3500[4] 2015 Sloop
McDermott Lay Barge 200 1975 IHC Gusto, Co. 928 8757790 1981 Viking Piper van Viking 1998 naar ETPM
McDermott Derrick Barge No. 102 1985 Mitsui Engineering & Shipbuilding, F573 8757740 American Hoist M5000 2 x 6000 mT 1998 Thialf voor Heerema
McDermott Lay Barge No. 21 1957 American Bridge, 175 American Hoist 100
McDermott Lay Barge No. 22 1969 Avondale Shipyards, 1196 8766789 Olmeca II voor Protexa
McDermott Lay Barge No. 23 1969 Levingston Shipyard, 686 McDermott Derrick Barge No. 28 1000
McDermott Lay Barge No. 27 1974
McDermott Lay Barge No. 28 1973 Shinhama Dock, 680
McDermott Lay Barge No. 29 1975
McDermott Jet Barge No. 2 1964 Alabama Drydock and Shipbuilding Company, 677 McDermott Oceanic No. 92
McDermott Jet Barge No. 3 1973 Todd Shipyards, 586
McDermott Jet Barge No. 4 1974 Todd Shipyards, 591
DB II 1966 Levingston Shipbuilding, 661 8756863 1995 van OPI 550 1998 Mexica voor Protexa
DLB 269 1967 Mitsui Engineering & Shipbuilding, F159 1995 49% in CCC Clyde 800 1995 Vergaan tijdens orkaan Roxanne
DB Ocean Builder 1956 Fairfield Shipbuilding and Engineering Company, 767 5083215 1995 van OPI American Hoist 2000 2003 Sloop
DLB KP1 1974 NKK 8757300 1995 van OPI 2014 Armada KP1 voor Bumi Armada
DLB 1601 1974 Blohm + Voss, 885 7349754 1998 E.T.P.M. 1601 van ETPM 2000 2004 Hyundai 60 voor Hyundai
Amazon 2014 Lloyd Werft 9698094 2017 Ceona Amazon van Ceona

Noten[bewerken]

  1. a b Capaciteit in shortton, tenzij anders aangegeven
  2. 1983 upgrade
  3. In 1984 upgrade van 2000
  4. In 1984 upgrade van 2000