Medisch tuchtcollege

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een medisch tuchtcollege is in Nederland een vorm van tuchtrecht dat ten doel heeft de kwaliteit van de beroepsbeoefening door fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, apothekers, artsen, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen te toetsen. Het medisch tuchtrecht is in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg vastgelegd. Er zijn regionale medische tuchtcolleges in Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Groningen en Zwolle. De 5 regionale tuchtcolleges en 1 centraal tuchtcollege worden regelmatig aangeduid als medische tuchtcolleges (MT). Dat is onjuist. De juiste afkorting is RTG: Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg en CTG: Centraal Tuchtcollege Gezondheidszorg. Het is bedoeld voor zorgverleners en niet alleen voor medici, hoewel zij wel het grootste deel ervan uitmaken

Reikwijdte[bewerken]

De tuchtrechtspraak in de gezondheidszorg is nadrukkelijk niet gericht op genoegdoening of schadevergoeding voor de patiënt, maar om te zien of het handelen van iemand van de beroepsgroep voldoet aan de eisen die men daaraan zou mogen stellen. Een tuchtcollege bestaat daarom uit juridisch geschoolde leden, maar ook uit medici. Een tuchtcollege kan waarschuwingen, boetes, en tijdelijke of permanente verboden uitdelen het beroep uit te oefenen.

Klachtenaantal[bewerken]

In het jaarverslag van de Medische Tuchtcolleges wordt melding gemaakt van een recordaantal nieuwe klachten van 1441 in 2007, tegen 1322 klachten in 2006. Gelet op het aantal vermijdbare medische fouten van 30.000 in ziekenhuizen, volgens het rapport 'Onbedoelde schade in ziekenhuizen' dat op 25 april 2007 gepresenteerd en overhandigd aan minister dr. A. Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, is het aantal medische tuchtklachten verwaarloosbaar klein. Ruim 1700 patiënten overlijden per jaar door medische fouten, terwijl er maar 200 artsen worden veroordeeld. In 2014 kwamen 1575 nieuwe klachten binnen, in 2013 waren dat er 1640. Het aantal mondelinge vooronderzoeken is de afgelopen vijf jaar toegenomen, van 10 procent in 2009 tot 22 procent in 2014. Een vooronderzoek vindt plaats nog voordat een tuchtcollege een zaak in de raadkamer of op een zitting behandelt. Het aandeel zaken dat in de raadkamer al wordt afgedaan (dus niet ter zitting komt) is in die periode ook toegenomen, van 57 naar 75 procent.

Er werden 1710 klachten afgehandeld door de RTG’s, 1125 daarvan hadden betrekking op artsen. Slechts 14 procent werd gegrond verklaard, en bij het gros daarvan werd een waarschuwing opgelegd. Vier artsen werden geschorst, drie werden doorgehaald, één kreeg een gedeeltelijke ontzegging. De meest voorkomende redenen voor de klachten waren onjuiste behandeling/verkeerde diagnose en geen/onvoldoende zorg.

Bij het Centraal Tuchtcollege kwamen 509 zaken binnen. Het haalde 6 artsen door en schorste er 10. Bij de klachten die door RTG’s niet-ontvankelijk of ongegrond waren bevonden, was het CTG het daar vaak mee eens, maar bij gegrond verklaarde zaken een stuk minder vaak: bij drie op de vijf zaken oordeelde het anders.

Het College van Medisch Toezicht lijkt ook weer in beeld: daar zijn in 2014 vier zaken aangebracht, in 2013 twee, en de jaren daarvoor geen enkele.

Resultaten[bewerken]

Bij het publiek bestaat weleens de indruk dat medici in de tuchtraad de aangeklaagde medici de hand boven het hoofd houden. Een groot deel (ca. 85%) van de klachten wordt niet gegrond bevonden. Toen echter de samenstelling van de tuchtcolleges veranderd werd, met meer juridische en minder medische inbreng, werden er in de daaropvolgende periode niet minder maar juist meer klachten ongegrond verklaard. Zesentachtig procent van de leden van de tuchtcolleges vindt het een groot nadeel dat zij een klacht niet gegrond kunnen verklaren zonder de arts een sanctie op te leggen, blijkens een proefschrift over dit onderwerp uit 2007.[1]

Beroep[bewerken]

Men kan tegen een uitspraak in beroep gaan bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag. Daarna is er nog een hoger beroep mogelijk bij een gerechtshof dat de zaak verder zal onderzoeken als het daar aanleiding toe ziet. In ongeveer 15 procent van de gevallen vindt door het hof geen verdere behandeling plaats.

Het tuchtrecht is in beweging. Het overheidsstandpunt is dat de Nederlandse tuchtrechtspraak meer eenheid en openheid moet krijgen.

Externe links[bewerken]

8 http://www.sin-nl.org/wp-content/uploads/2015/04/Jaarverslag-2014_tcm11-41757.pdf tekst Sophie Broersen