Meent van der Sluis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Meent Wilhelm van der Sluis (Emmer-Erfscheidenveen, 15 januari 1944 - Assen, 13 juli 2000)[1] was een sociaal-geograaf en politicus.

Leven en werk[bewerken]

Na zijn middelbareschoolopleiding studeerde Van der Sluis sociale geografie in Groningen. Hij was docent aan het hoger beroepsonderwijs, eerst aan de Pedagogische Academie te Assen daarna aan het Van Hallinstituut. Van der Sluis promoveerde in 1987 in Nijmegen op een proefschrift getiteld "Ruimtelijke aspekten van het elektriciteitsverbruik in Nederland". Van der Sluis was de eerste die een verband zag tussen de gaswinning in het Noorden van het land en de aardbevingen in het gebied. Zijn opvattingen werden tijdens zijn leven fel bestreden door de toenmalige woordvoerder van de NAM.[2][3] Hij was gedurende een periode van bijna twaalf jaar lid van Provinciale Staten van Drenthe voor de Partij van de Arbeid. Hij publiceerde ook diverse werken over het Drentse veengebied, de veenwinning en de veenarbeiders. De door hem opgebouwde verzameling veengereedschap heeft hij overgedragen aan het Fries Museum. Hij overleed in juli 2000 op 56-jarige leeftijd aan een hartstilstand.

Aardbevingen en gaswinning[bewerken]

Van der Sluis onderbouwde zijn stelling dat er een relatie is tussen aardbevingen en gaswinning in een tweedelig rapport "Aardbevingen in Noord-Nederland". Hierin ontvouwde hij de bomijs-theorie,[4] die hij verder uitwerkte als het model van "S-radiale trillingen". Essentie van deze theorie is dat de trillingen vanuit het Slochteren gasveld naar de omgeving wordt doorgegeven via het S-radialenpatroon. Dit patroon wordt bepaald door het ondergrondse stelsel van zoutkoepels en breuklijnen. Deze theorie is nadien nooit breed aanvaard en/of bewezen. Van der Sluis gaf zelf ook ruimte voor nuancering en onzekerheid maar zijn eindconclusie was helder: "Hoe het ook zij, het is voor mij buiten kijf dat de oorzaak van de bevingen en trillingen in en bij Assen en tevens het hele Noorden, gelegen is in het Slochterenveld".[5] Deze eindconclusie is na een lange periode van discussie en onderzoek algemeen aanvaard door de overheid en concessiehouder in het gebied, de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM).[6]

In het tweede deel behandelde Van der Sluis de effecten die de (toekomstige) aardbevingen hebben. Ook wees Van der Sluis in dit deel op het feit, dat de NAM "als bieder van informatie een monopolie bezit".[7] Van der Sluis was van mening, dat het aantal bij de diepe ondergrond betrokken (onderzoeks-)organisaties erg klein was en dat de belangen vaak verstrengeld waren. Als hoofdconclusie pleitte Van der Sluis voor het openbaar maken van alle relevante gegevens en voor een onafhankelijke deskundige voorlichting.

De toenmalige voorlichter van de NAM, Frank Duut, erkende in een interview in de loop van 2013 achteraf dat Van der Sluis terecht het verband had gelegd tussen de gaswinning en de aardbevingen, maar bestempelde de theorie waar Van der Sluis zich op baseerde als onzin.[8]

Bibliografie[bewerken]

  • Historische Vincent van Gogh routes, Groningen, 2005
  • De Drentse tijd van Vincent van Gogh, Groningen, 2001 (met Wout J. Dijk)
  • Terug in de bruine wereld van Emmer-Erfscheidenveen, 1898-1948-1998, Groningen, 1998
  • Dutch drowning syndrome : mijnbouwschade op vasteland en Wadden in Nederland, Groningen, 1997 (met Lucas Reijnders)
  • Veenarbeiders van Emmer-Erfscheidenveen, 1948-1954, 1994
  • Bodemstijgingen en lokale zakkingen mogen niet van de Minister, 1994
  • Energie & milieu in de Nederlandse krant 1968-1993, Hoogezand, 1993
  • Aardbevingen en bodembeweging in kaart: een nieuw licht op de oorzakelijke samenhang met gaswinning, Hoogezand, 1990
  • Aardbevingen in Noord-Nederland: over bodemdaling en bodemtrilling, Hoogezand, 1989
  • Ruimtelijke aspekten van het elektriciteitsverbruik in Nederland, proefschrift, Nijmegen, 1987
  • Gedenkboek PvdA 1946-1986, SDAP 1903-1946 Assen, 1986
  • Lombok en Aardscheveld, Assen, 1982