Meest begunstigde natie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het principe van de meest begunstigde natie is een status met vooral betrekking tot internationale handel die door een natie aan een andere natie wordt gegeven, waarbij het ontvangende land nooit ongunstigere voorwaarden krijgt dan enig ander land waarmee de statusgevende natie betrekkingen onderhoudt. Het is een van de grondbeginselen van de WTO. Hun leden zijn hierdoor verplicht alle mede-leden op dezelfde manier te behandelen. Wie een ander lid een voordeel geeft is dus automatisch verplicht dat voor de andere landen te doen.[1]

Geschiedenis[bewerken]

In de beginperiode van de internationale handel werd deze status vooral gegeven in bilaterale relaties in plaats van op multilaterale schaal. Zo kregen de Verenigde Staten in 1794 deze status van Groot-Brittannië. Tijdens de koloniale periode werd deze status door de Westerse mogendheden veelal opgedrongen aan Aziatische landen. Een mooi voorbeeld is het Verdrag van Nanking dat tot stand kwam na de Eerste Opiumoorlog. Door dit verdrag kregen de Britten toegang tot tal van Chinese havens en werden de handelstarieven vastgelegd door overleg tussen de twee partijen. Na de Tweede Wereldoorlog werd dit principe vooral multilateraal gebruikt door het oprichten van de GATT die in 1994 uitgroeide tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Verwijzingen[bewerken]

  1. WTO, Principles of the trading system